Na bijna 4 maanden Berlijn keerde Tokke terug op het nest en de ‘hernieuwde’ kennismaking met broertje Es van 14 was een grote schok. Toen Es zijn mond opendeed en zijn grote broer blij verwelkomde, gebeurde dit met een ineens veel lagere stem. Es dikte het een beetje extra aan na de gil van Tokke: ‘Man wat heb jij ineens een diepe stem!’ Toen de broers elkaar daarna omhelsden viel het me op dat kleine Es ook plotseling boven zijn broer uitstak. Tokke wilde hier in eerste instantie niet aan, maar nadat ze allebei hun schoenen hadden  uitgetrokken en voor de spiegel stonden, was het duidelijk; de jongste man was de grootste nu. Dit tot zéér veel plezier van Es die als beginnende American Footballer niet kan wachten om groot, groter, het grootst te zijn en dan ook het liefst nog een ‘kast’ zoals hij dat zelf noemt. Zijn bijnaam in huis is ook Ikea. Vooralsnog groeit hij helaas alleen heel hard in de lengte…

Maar ook dat heeft zijn voordelen, want Tokke gaat na de zomer aan zijn laatste jaar op de modeacademie beginnen. Hij heeft het plan om als eindcollectie een herenlijn te gaan ontwerpen, wat betekent dat hij in juni volgend jaar modellen nodig heeft. Lange en slanke heren. Es wil echt heel graag meelopen voor Tokke en weet dat hij dan nog 8 á 9 cm moet groeien (liefst meer). Tegen Tokke had hij zelfs gezegd: ‘Al moet ik die ene keer op hoge hakken lopen, ik loop mee hoor!’

‘Je hebt maar geluk met zo’n homozoon’, zeggen mensen me weleens

Deze twee heren in huis lijken veel op elkaar en ook weer niet. Qua uiterlijk zijn het onmiskenbaar broertjes en beiden hebben een lief en zacht karakter. Mensen zeggen weleens: ‘O, een homozoon is altijd zo lief voor zijn moeder, je hebt maar geluk.’ Dat heb ik zeker, maar mijn heterokinderen, Es en de meiden, zijn minstens even lief voor me.

De interesses van mijn zonen liggen wel ver uit elkaar. Zo is Es een fanatieke voetballer; hij doet ook aan American Football. Tokke is een ruiter in hart en nieren. Toen ze laatst samen op de bank zaten, keek Es naar een belangrijke wedstrijd van Ajax en zat Tokke wat op zijn mobiel te rommelen. Es wond zich nogal op over een onterechte beslissing van de scheidsrechter over een vermeend buitenspel. Toen Tokke vroeg of dat nu echt zoveel uitmaakte, wel of geen buitenspel, rolden de ogen van Es bijna uit zijn kassen. ‘Ja duh! Natuurlijk man. Superbelangrijk! Weet jij eigenlijk wel wat buitenspel is?’ Tokke bleef op zijn mobiel kijken, haalde zijn schouders op en stelde de tegenvraag: ‘En weet jij eigenlijk wel wat schouder binnenwaarts is, als je op een paard zit?’ Es vond het een goed punt en beide heren keken tevreden weer door naar hun eigen schermpje. Het tekent de relatie van deze twee. Volledig comfortabel met elkaar en elkaars verschillen.

Ook totaal anders, is hun kijk op eigen kleding. Es is van het functionele. Twee spijkerbroeken, een grijze en een zwarte. Witte T-shirts met korte mouwen en wat truien, warme en minder warme. Een jas voor de winter en één voor zomer/lente. Wel wil hij graag veel te dure Jordans aan zijn voeten. En Tokke, tja die heeft zo onvoorstelbaar veel kleding. Er hangen alleen al zeker dertig jassen. Toen hij laatst uitging, waarschuwde ik hem dat het KNMI echt noodweer had voorspeld ‘dus doe een regenjas aan schat.’ Waarop ik een typerend niet-functioneel antwoord kreeg: ‘Een régenjas? Die heb ik niet hoor mam…’