In zijn jaren als beginnend schrijver was Micha gedreven door een mateloze passie voor fantasy en horror. ‘Ik beheerde zelfs de Griezelclubwebsite, Paul van Loon was mijn grote idool.’

Al Micha’s verhalen draaien om hoofdpersonen met een niet-normatieve seksuele voorkeur of genderidentiteit. Zo werkte hij mee aan een homo-erotische verhalenbundel en schreef hij een trilogie over homoseksuele agent Arthur. Nu waagt Micha zich aan een zeer persoonlijk project: een coming-of-ageroman over de 29-jarige Sybren, die na een lange worsteling met zijn identiteit in transitie gaat van vrouw naar man, terugverhuist naar Nederland en op ontdekking gaat in de gayscene van Rotterdam. 

Het verhaal over Sybren vertoont een hoop overeenkomsten met Micha’s eigen levensverhaal. Beide mannen woonden lange tijd in het buitenland en ondergingen na een scheiding van hun man een transitie van vrouw naar man. Een autobiografie is Aldus Sybren echter zeer zeker niet.

Waarom werd het een fictief verhaal in plaats van een autobiografie?
‘Als ik over mijn leven zou schrijven zou niemand het willen lezen joh. Ik ben als personage niet geschikt. Mijn leven is veel te conflictloos. Ik heb best wel geluk gehad met mijn omgeving. Heel fijn, uiteraard, maar dat levert niet een bijzonder interessant verhaal op.’

Wanneer begon dit verhaal zich te vormen?
‘Een paar jaar terug vroeg ik me af of ik van mijn leven een verhaal kon maken en zo ja, hoe ik dat aan moest pakken. Ik heb een aantal scènes geschreven die ik er per se in wilde hebben, situaties die me gevormd hebben, en ontdekte gaandeweg wat ik wil vertellen.’

En dat is?
‘Ik wil laten zien dat transgender personen een gewoon leven kunnen leiden. Dat ze niet zo vreemd zijn als velen veronderstellen. Niet iedere transgender persoon is een eenzame outcast. In veel verhalen over trans personen ligt de focus op de coming-out, ik miste verhalen over wat er daarna gebeurt. Mensen die worstelen met genderdysfore gevoelens hoop ik met dit boek te laten zien dat het niet zo’n ramp hoeft te zijn. Door verhalen in mijn omgeving had ik het beeld gekregen dat het ontzettend moeilijk zou zijn om nog liefde te vinden na mijn transitie, omdat mensen me zouden zien als een freak. Dat bleek uiteindelijk helemaal niet zo te zijn.’

‘De regel is: wat afwijkt van de norm, moet het een functie hebben in het verhaal. Daar heb ik schijt aan.’

Het viel me op dat Sybren zijn verleden als vrouw soms beschrijft als een leugen. Hoe ligt dat voor jou?
‘Een van de clichés is dat transgender personen andere mensen voorliegen over wie ze zijn, terwijl ze juist zichzelf zijn. Bij mij heeft het best een tijd geduurd voordat ik ervan overtuigd was dat dat cliché niet klopte. Ik moest net na mijn transitie nog erg wennen aan de nieuwe situatie en voelde me op de een of andere manier verplicht om mezelf te verantwoorden, ook al doet dat er helemaal niet toe. Dat heb ik moeten leren.’

Door dit boek te schrijven treed je openlijk naar buiten als trans man. Veel trans personen kiezen ervoor om ‘stealth’ te leven – zonder dat mensen weten over hun leven voor hun transitie. Was dat een moeilijke beslissing?
‘Ja, ik leefde tot nu toe namelijk ook stealth. Niet zozeer omdat ik er niet over wil praten, ik kan gewoon nooit een moment vinden om erover te beginnen. Vaak zie ik het nut er ook niet van in om mensen die er verder weinig mee te maken hebben te vertellen over mijn verleden. De eerste paar jaar na mijn transitie zocht ik nog heel erg de validatie van anderen om te bepalen wie ik ben. Inmiddels ben ik daar overheen. Ik weet wie ik ben. Of anderen het daar wel of niet mee eens zijn boeit me niet, dat is vaak ingegeven door vooroordelen en een gebrek aan kennis. Met hun beperkte blik heb ik niets te maken.’

Het hoofdpersonage, Sybren, worstelt daar nog wel mee in het boek. Vooral in een bijzonder schrijnende passage waar zijn oom en tante voor hem proberen te bepalen welke karaktereigenschappen bij een echte man en een echte vrouw horen.
‘Sybren heeft daar inderdaad nog meer moeite mee. Toen ik zo oud was als hij, had ik dat ook. Het kan heel onprettig zijn om je eigen identiteit genegeerd of verdraaid te zien door iemand die er geen kaas van heeft gegeten. Je moeten verantwoorden voor je eigen keuzes is zo naar.’

‘Niet iedere trans persoon is een eenzame outcast’

Misschien wel een van de voornaamste redenen om stealth te leven.
‘Ja, het is lekker makkelijk. Je hoeft je niet te verklaren als je een ‘passable’ man bent. Uiteindelijk vond ik het echter belangrijker om met dit verhaal naar buiten te treden, omdat ik denk dat anderen er iets aan kunnen hebben. Het was een enge beslissing, maar je door angst laten leiden brengt je nergens. Er zijn inmiddels een paar collega’s achter gekomen die nog van niets wisten, maar die hebben er totaal geen punt van gemaakt. Ik heb me dus redelijk druk gemaakt om niks.’

Miste je een boek als dit toen je jonger was?
‘Ik las als tiener vooral boeken over homojongens. Van Edward van de Vendel en Ted van Lieshout. Die verhalen voelden dichter bij mijn eigen belevingswereld dan boeken over trans kinderen. Die waren er überhaupt bijna niet. Een boek dat me wel echt geholpen heeft onder woorden te brengen wat ik voelde was Jongensdroom, van Lorna Minkman. Daarin zegt de hoofdpersoon: “Ik wil geen jongen zijn, ik bén een jongen.” Toen pas viel bij mij het kwartje dat mijn lichaam niet past mijn geest en niet andersom.’

© Annette FaucheyHeb je veel moeten uitleggen aan je redacteur? Er wordt nogal eens onzorgvuldig gesproken en geschreven over transgender personen.
‘Transgender Netwerk Nederland heeft onlangs een schrijfwijzer gemaakt voor taalgebruik over transgender personen. Die ik heb ik gelijk aan mijn redacteur gestuurd. Vaak hebben mensen het nog over “ombouwen” wanneer het over transgender personen in transitie gaat, alsof ze over gebouwen praten. Dat moet je consequent benoemen, want zo praat je niet over mensen. Ook wanneer wordt gesproken over ‘transgenders’ als zelfstandig naamwoord verdwijnt het menselijke. Je bent niet “een transgender”, je bent een persoon. Het gaat wel steeds beter merk ik in mijn omgeving. Sommige mensen zijn zelfs overdreven correct, maar dat heb ik liever dan dat superonzorgvuldige.’

Diversiteit staat hoog in het vaandel in je boeken. Je schreef eerder al een drietal boeken over de homoseksuele Arthur.
‘Er wordt al zo veel geschreven over cisgender, heteronormatieve liefde. We kunnen wel wat meer diversiteit gebruiken. In de literatuur is de regel: als iets afwijkt van de norm, moet het een functie hebben in het verhaal. Daar heb ik schijt aan. Het heeft een functie in de maatschappij, dat is minstens net zo belangrijk. Mensen spraken me overigens op basis van de boeken over Arthur als man aan. Ik weet niet of het aan de teksten lag, of het feit dat ik over een liefde tussen twee mannen schreef, maar dat voelde heel goed en gaf me het laatste zetje om in transitie te gaan.’

Vond je het vreemd dat mensen je teksten als mannelijk zagen?
‘Ik vind het sowieso redelijk fascinerend hoe de maatschappij zo ingesteld is op het indelen op geslacht, ook bij dingen die dat helemaal niet hebben: colaflesjes bijvoorbeeld. We zijn geconditioneerd om bloemengeurtjes met vrouwen te associëren en muskus met mannen. Ik heb altijd mijn eigen plan getrokken. Sinds mijn puberteit shop ik al op de herenafdeling, het paste beter en ik voelde me er beter in. Afgezien van mijn lichaam is er dus weinig aan mij veranderd de afgelopen vijftien jaar. Ik ben altijd mezelf geweest, maar nu ik mijn transitie heb gehad zien mensen gelijk de echte ik en hoeven ze niet meer door een verkeerde schil heen te kijken.’

‘Net na mijn transitie zocht ik nog heel erg de validatie van anderen om te bepalen wie ik ben’

Wie zijn voor jou rolmodellen geweest in de zoektocht naar jezelf?
‘Er zijn niet veel trans rolmodellen. Ik denk omdat mensen met genderdysforie vaak juist niet willen dat anderen dat weten. Je wilt niet bekend staan als “die trans persoon”. Ik heb vooral veel YouTube-filmpjes gekeken van mensen die in transitie waren. Sommigen konden heel goed dingen verwoorden waar ik zelf de woorden nog niet voor gevonden had. Zodra je iets onder woorden kunt brengen, kun je het uitleggen en er meer informatie over zoeken. Ik ben dus eigenlijk best voor hokjes en labels, zolang mensen maar de vrijheid hebben om die zelf te vormen en te kiezen.’

Ben je jezelf tegengekomen bij het schrijven van dit boek?
‘Ik heb in Aldus Sybren een aantal verhalen van andere trans personen verwerkt. Zelf heb ik niet heel veel negatieve ervaringen, mijn omgeving is er goed mee omgegaan, er zijn geen complicaties geweest bij de operaties, dus het werd nooit echt pijnlijk om dit boek te schrijven. Ik besef heel goed dat mijn verhaal niet exemplarisch is, maar het is ook niet uniek. Laten we hopen dat ooit iedere trans persoon zo veel geluk heeft als ik.’

Wil jij een exemplaar winnen van Aldus Sybren? In samenwerking met Pepper Books mogen we 3 exemplaren verloten. Kans maken? Stuur een mail met je naam, profielnaam en adresgegevens o.v.v. ‘Sybren’ naar win@gay.nl.

Tekst: Martijn Kamphorst / Fotografie: Annette Fauchey