Ik heb het al eens eerder geschreven, het opmerkelijke statement van sommige mensen aan mijn adres: ‘Ja, dat je als moeder je homozoon gewoon accepteert, begrijp ik nog wel. Maar wat erg voor je man. Een vader wil toch het liefst een echte zoon.’ Ik sta dan altijd een beetje met mijn mond vol tanden. Want zowel Tokke als Es zijn evenveel zoon. Alles erop en eraan en we hebben ze nogal knap geproduceerd ook, al zeg ik het zelf. Mijn man en ik hebben vier kinderen en hij is erg dol op hen allemaal. Hij hoeft hier ook geen moeite voor te doen. Daarom heb ik bij voorbaat al geen zin om deze vanzelfsprekendheid uit te leggen aan mensen die mij trakteren op hun ongevraagde veronderstelling. 

'Omdat mijn man een oud-militair is, gaan mensen er weleens vanuit dat Tokke's homoseksualiteit voor hem een puntje is'

Mijn man komt uit een echt herenhuishouden: één zusje en vijf broers. Na zijn middelbare school heeft hij gekozen voor de Koninklijke Militaire Academie en kwam (zeker in die tijd) weer in een voornamelijk door heren bevolkte beroepsomgeving terecht. Wellicht dat sommige, eerder genoemde, mensen er daarom vanuit gaan dat het voor een oud-militair, een echte ‘mannenman’ wel een puntje zal zijn, een homozoon. Toen wij samen kinderen kregen en het voor ons beiden al heel snel duidelijk was dat Tokke homo was, is dat eigenlijk niets meer dan een constatering geweest. Ik zit te denken of we daar ooit samen over ‘gesproken’ hebben, maar dat kan ik mij niet heugen. Ja, de avond dat we het lieve coming-outbriefje vonden op ons kussen. Toen we beiden ontroerd waren over de lieve en dappere manier waarop Tokke het kon verwoorden. Maar toen was het onderwerp van gesprek vooral zijn moed en niet zozeer het onderwerp homoseksualiteit op zich.

Ik herinner me een verhaal van lang geleden. Een kennis uit Brabant had zijn vader verteld dat hij gay was. Deze vader in kwestie was een bouwvakker en een beer van een vent. Een grote, ongenuanceerde van bier en borsten houdende goedzak. Mijn kennis kon erg goed met zijn vader opschieten en was erg benieuwd (maar vol vertrouwen) naar de reactie van zijn vader. En die was heel verrassend en in het plat Brabants: ‘Godverdorie jochie toch, maar dan hedde gij dus nooit seks mee een vrouw? Echt, ge wit niet wat ge mist. Doe oe pa een lol en probeer het ene keer manneke. Wij gaan samen naar Amsterdam, naar de Wallen. Oe pa trakteert! Ik wil dat ge echt zeker wit wat ge mist.’ Mijn kennis antwoordde hem: ‘Da’s goed pa, doen we. En dan gaan we daarna naar een mannelijke hoer en dan trakteer ik. Want godverdorie pa, jij weet ook niet wat je mist hoor!’ Zijn vader had hem lang aangekeken voor hij zijn zoon antwoordde: ‘Hmmm, is da voor jou hetzelfde rare gevoel om het mee een dame te moeten doen als voor mijn mee een man?’ ‘Ja pa, ik denk het wel ja.’ ‘Goh, ja nou jongen zullen we Amsterdam maar laten zitten dan en samen weer eens naar een wedstrijd van PSV gaan? Dat vinden we tenminste allebei keileuk.’

'Mijn man heeft af en toe ook even moeten schakelen, bijvoorbeeld toen onze zoon op torenhoge hakken aan kwam lopen'

Ook hier zijn er weinig woorden aan vuilgemaakt. Al moest deze vader even schakelen vanuit zijn eigen wereldje, uit liefde voor zijn zoon was dat niet moeilijk. Mijn man heeft ook weleens moeten schakelen. Bijvoorbeeld de eerste keer dat hij Tokke vanaf een afstandje op torenhoge hakken aan zag komen lopen. Hij keek misschien heel kort in eerste instantie naar het (toen nog) ongebruikelijke plaatje, maar vrijwel meteen daarna zag hij zijn zoon, Tokke, en fluisterde tegen me: “Hij kan het wel goed hebben zeg. Hij ziet er gaaf uit!”

Foto: Monseigneur Madhatter