In Liefde is een rebelse vogel volgen we Zetá, een mysterieuze Spaanse, die op haar achttiende op zoek gaat haar roots en die van haar verdwenen vader. Eenmaal terug in Noordwest-Europa raakt ze in contact met een psychologe met een midlifecrisis. Al snel ontvouwt zich een ingewikkelde relatie waarbij de grenzen tussen patiënt en behandelaar als sneeuw voor de zon verdwijnen. De vrouwen helpen elkaar hun grootste angsten onder ogen te zien en hun vleugels uit te slaan.

‘In dit boek breek ik de grenzen van geaardheid en geslacht totaal open’

Je hebt tien jaar aan deze roman geschreven. Het verschijnt nu na een bijzonder bewogen jaar, waarin je onder andere aan je hormoonbehandeling bent begonnen. Had het boek eerder niet kunnen verschijnen?
‘Ja, maar dan was ik er niet klaar voor geweest. Sinds ik aan de testosteron zit ben ik zo geaard. Ik schrijf nu echt als Mounir, niet als Monique. Dit boek is als het ware een ode aan mijn lesbische fase, een afscheid. Het is een totaal openbreken van de grenzen van geaardheid en geslacht. Ik heb het verhaal nu helemaal doorleefd. Ik moest van mezelf leren houden, voordat ik wist hoe ik mijn lezers van deze karakters moest laten houden. Ik heb heel veel over mezelf ontdekt tijdens het schrijven van dit boek. Ik bleef er alleen heel lang voor vluchten. Ik stopte het steeds terug in de ijskast, ook al was ik er iedere dag mee bezig. Het was te confronterend. Het was pijnlijk te zien hoever de vrije werkelijkheid van mijn karakters afstond van die van mijzelf. Daarnaast voelde ik een diepe onzekerheid dat dit boek niet goed genoeg zou zijn. Ik vind het doodeng om dit boek aan de wereld te tonen. Ten slotte voelde ik veel eenzaamheid tijdens het schrijven. Het riep alleen maar vragen over mezelf op. Het boek zit vol ouder-kindrelaties en door te schrijven moest ik mijn eigen jeugdtrauma’s onder ogen komen.’

‘Dit verhaal schreef ik niet, dit verhaal schreef mij’, staat in de flaptekst. Vertel.
‘Dit boek dwong mij heel belangrijke keuzes in mijn leven te maken. Keuzes die altijd begonnen vanuit het boek. Als een boek zo dicht bij je eigen werkelijkheid komt, ontkom je er niet aan om vragen waar je karakters mee worstelen ook aan jezelf te stellen. Ik stond de twee vrouwelijke hoofdpersonen in mijn boek toe om seks met elkaar te hebben, dan is de stap natuurlijk klein om te erkennen dat dat is wat je zelf wilt. Ik leefde mijn verlangens uit via mijn karakters, maar al snel werd ik jaloers. Ik kon het niet hebben dat mijn personages dingen beleefden die ik zelf niet meemaakte.’

Toen je begon met schrijven leefde je nog in een totaal andere werkelijkheid. Was het eng om eraan te beginnen?
‘Dit boek begon als een film. Een verhaal komt altijd in mij op als een reeks beelden. Ik hoop ook dat het ooit wordt verfilmd. Ik zag letterlijk de acteurs al voor me. Penélope Cruz als Zetá. De film kwam bij me op tijdens een vakantie in Italië toen ik zestien was. Vanaf toen bleef het broeien, iedere dag kwamen er scènes bij. Soms was ik op school urenlang uitgecheckt omdat ik in mijn hoofd dit verhaal aan het beleven was. Ik wist dat ik het toen nog lang niet kon optekenen, ik beschikte geenszins over de juiste literaire skills. Daarbij was ik geschokt dat het ging over een liefde tussen twee vrouwen. Ik had op dat moment nog niet eens met een meisje gekust. Ik was ook bang dat m’n ouders het zouden lezen. Hoe zouden ze immers ooit blij kunnen zijn met een boek over twee vrouwen die van elkaar houden?’

‘Na jarenlang therapieën had ik iedere fantasie gedood. Maar hoe kun je kunst maken zonder fantasieën?’

Maar toen heb je toch de pen op papier gezet.
‘Ik begon met schrijven net voordat ik ging trouwen. Met een man. Mijn eerste uitgever, een christelijke, snapte het verhaal echter niet. Zij stuurde aan op een stichtelijke vrouwenroman. Ze wilde mij wel, maar mijn boek eigenlijk niet. Toen ik een jaar of twintig was heb ik het daar weggehaald en ben ik verder gaan schrijven. Toen begon de innerlijke strijd. Wat ga ik deze vrouwen laten doen, mogen ze seks hebben, wat vind ik daar zelf van als gelovige? Hoe moet dat eruitzien? Mag Zetá zo trappen tegen de kerk? Ik was nog zo begrensd door mijn christelijke kader – wat achteraf lachwekkend is, want de Bijbel barst van incest, overspel en doodslag. Er is geen goed Bijbelverhaal zonder de nodige zondes. Hoe meer ik me overgaf aan het verhaal, hoe meer ik realiseerde dat het over mij ging. En hoe meer het verlangen in mij groeide om echt mezelf te zijn. Tijdens een draak van een vakantie met mijn schoonfamilie liet ik ineens mijn schild zakken – iedere schrijver worstelt met die zelfcensuur; wat zou m’n oma ervan vinden als ze deze intieme scènes leest? Daarbij had ik jarenlang therapie gehad om binnen de algemeen geaccepteerde kaders te leren leven, dat had iedere fantasie gedood. Maar hoe kun je kunst maken zonder fantasieën? En hoe kun je een liefdesroman schrijven als je geen seksuele beelden kan toestaan? Toen ik die sluisgaten durfde open te zetten brak er iets in mij. Ik belandde gelijk in allerlei meeslepende liefdesrelaties, waarvan er één erg overeenkwam met die tussen de twee hoofdpersonen in Liefde is een rebelse vogel.’

'Dit is geen lesbisch boek, het is wel een seksueel boek'

Op welk van de hoofdpersonen lijk je meer, de psycholoog of Zetá?
‘Het boek begon ooit onder de werktitel Tweestrijd. Ik merkte dat ik heel veel confrontatie in mezelf voelde. Tussen wie ik echt ben en hoe ik ben opgevoed, tussen mijn rationele ik en m’n passionele, Egyptische ik. Tussen mijn geloof en mijn strijd met God en de kerk. Ik heb m’n karakter toen opgesplitst in het karakter van de psycholoog en Zetá, de polder en de passie, en ben gaan kijken hoe die twee zich tot elkaar verhouden. Kunnen die twee van elkaar houden of niet? Mijn eindhalte is echter geen van die twee vrouwen. Ik blijk meer te lijken op het karakter Tomás, de priester die geen gewone man is en mij deed inzien dat ik zeker geen vrouw ben.’

Het boek heeft in tien jaar drie uitgeverijen en vele redacteurs gezien. Hoeveel is er nog over van het originele verhaal?
‘Heel veel gelukkig, maar het was een pijnlijk proces. Mijn vorige uitgever vond het boek te feministisch en wilde daarbij dat ik het uitgaf onder Monique Samuel, wat ik ónbegrijpelijk vond. Hij betichtte me er ook van dat de mannen in dit boek er te bekaaid vanaf kwamen. Hij vond Zetá een bitch. Onzin, een paar van de mooiste karakters in dit boek zijn man. De meest integere persoon in het boek is een man. Bij mijn nieuwe uitgever, Jurgen Maas, zijn we opnieuw begonnen. Ik heb een oudere versie uit de koelkast getrokken en ontdooid en vanuit daar zijn we gaan redigeren.’

‘Nederlandse literatuur is vaak gevoelloos, xenofoob, racistisch, niet urgent, niet divers en moreel superieur’ 

Heb je je door andere schrijvers laten inspireren?
‘Ik wilde een boek schrijven over de nieuwe generatie. Inclusief Netflix en klimaatverschuivingen. Een verhaal over diversiteit. Ik heb me dus laten inspireren door schrijvers uit India, Nigeria, Japan, Groot-Brittannië en Amerika, zelfs Jamaica, maar niet door Nederlandse schrijvers. In Nederlandse boeken is er vaak één hoofdpersoon: een blanke man met een moeilijke jeugd. De niet-witte karakters worden opgevoerd als clown, als eendimensionale bijrol. Ik heb daarom een boek geschreven met meerdere karakters, zodat iedereen zich ergens in kan vinden. Ik vind Nederlandse literatuur vaak heel gevoelloos, xenofoob, racistisch, niet divers, niet urgent en moreel superieur. Een biculturele identiteit of niet-normatieve seksuele of genderidentiteit wordt ook altijd geproblematiseerd. Bij mij is het verhaal dragend, in plaats van de personen en het gekonkel in hun hoofd.’

Dit boek speelt zich deels af in Nederland en deels in Spanje. Waarom Spanje? Het grote publiek kent je immers als Midden-Oostendeskundige?
‘Ik wilde de thematiek uitwerken buiten mijn comfortzone en Nederland en Egypte zijn mijn comfortzones. Als je goed leest staat overigens nergens dat een deel van dit boek zich in Nederland afspeelt. Het Noord-Europese deel van het verhaal zou zich ook in Vlaanderen, Duitsland of Denemarken kunnen afspelen. Daar wordt het universeler van.’

De psychologe krijgt ook het hele boek geen naam.
‘Niet alleen dat. Ik heb haar ook geen uiterlijk gegeven. Waarschijnlijk heb jij haar ingevuld als witte dame.’

Klopt.
‘Maar het had ook ik kunnen zijn. Dit is precies mijn bedoeling geweest. Zo betrapt de lezer zichzelf hopelijk op vastgeroeste denkbeelden. Op hoe wit geframed we eigenlijk zijn. De psychologe symboliseert Noordwest-Europa. Het krampachtig vasthouden aan de ratio. Zie het als een Ikea-schilderij, zo’n grijze met één kleurelement. Zetá is dat kleurelement, de psychologe de grijze omgeving. Niet lelijk, maar saai. Vanuit Zetá begint er steeds meer kleur over het schilderij te stromen. Zetá is de rebelse vogel die haar omgeving transformeert.’ 

‘Ik heb een hekel aan termen als "homo", “lesbienne” en “transgender”’

Het valt op dat je in een boek dat zoveel genderdiversiteit en seksuele diversiteit bevat haast geen enkele keer termen als 'homo', ‘lesbienne’ en ‘transgender’ in de mond neemt.
‘Die termen begrenzen. Ik heb een hekel aan die termen. Het verhaal gaat over vrijheid en fluïditeit. Zetá is niet lesbisch, eerder panseksueel, maar dat is zo’n lelijke term, een term die haar tekortdoet. Het is ook geen lesbisch boek. Het is wel een seksueel boek. En erotiek is voor mij niet beperkt tot één groep. De enige momenten waarop de term “homo” valt, is wanneer er een diagnose wordt gesteld. Als verklaring waarom iemand “anders” is, om dingen te snappen, om de bekrompen geest van anderen gerust te stellen. Er valt alleen niets te snappen. De karakters zijn zoals ze zijn.’

Zetá is zelf ook een schrijver, met een stevige angst voor roem. De mogelijkheid bestaat dat je met dit boek ineens doorbreekt bij een gigantisch publiek. Ben je weleens bang voor dat succes?
‘Het is heel dubbel. Je wordt constant ter verantwoording geroepen, maar tegelijkertijd wil je ook gelezen worden, maar echte roem maakt volgens mij doodongelukkig. Laatst kwam iemand naar me toe in de metro en zei: “Ik zie je wel vaker in de metro, je gaat door een moeilijke tijd, of niet, je kijkt vaak heel down”. Dan denk ik: shit, ik zit hier niet alleen. Dat vergeet ik – gelukkig – iedere keer weer. Wat enorm helpt is dat ik nu de vrede in mezelf heb gevonden. Ik sta pal voor dit boek en pal voor wie ik ben.’

Kun je na dit interview niet wachten om het boek in huis te halen? We verloten 3 exemplaren van Liefde is een rebelse vogel.

Volg om kans te maken Gay.nl op Twitter en tag ons in een Tweet waarin je de volgende zin afmaakt: ‘Liefde is …’.

De winnaar maken we over twee weken bekend. 

Tekst: Martijn Kamphorst / Beeld: Hannah Lipowsky