De douchestraal was krachtig en warm en het voelde even alsof hij sterk genoeg was om recht door mijn huid heen te spoelen en mijn binnenkant te reinigen en de zeep rook naar citroengras en even vergat ik wat ik hier ook alweer kwam doen. 

Ik belde naar de receptie om me een sandwich en een biertje te brengen. De douche en de sandwich brachten me bijna weer tot leven. 

Ik kon papa en mama niet onder ogen komen. Ik belde papa. Ik zei hem dat ik uitgeput was, en dat ik van plan was om de hele dag te slapen. Zoals hij het woord ‘teleurgesteld’ uitsprak, het klonk als een vergif. Ik kon horen hoe hij op zijn tong beet toen hij me vroeg om morgen dan langs te komen. Ze gingen dan naar de dokter voor de uitslag van je autopsie en ik beloofde dat ik er zou zijn. En ik ging naar buiten. Een eindje lopen. 

Ik besloot de hele Herengracht af te lopen. Over te steken bij de Brouwersgracht en liep toen door de kou via het Singel terug naar de Damstraat. Het was zo’n kou die in je botten trekt. De lucht was grijs en zwaar. 

Water maakt dingen stiller. Het deed me beseffen dat niets van dit alles echt is. De stad was een refrein van ratelende trams en hitsige ondergoed billboardposters en cafés en steigers die gebouwen aan het oog onttrokken en onvoorspelbare zelfingenomen fietsers die reden met de woede van zij die ervan overtuigd zijn dat ze de wereld gaan redden. 

Het was vijf uur ’s middags toen ik bij de Reguliersdwarsstraat kwam. Niks veranderd daar. Homotenten veranderen nooit. Ik besloot een cocktail te drinken. Ik verdiende een cocktail. Het was het minste wat ik kon doen. Ik ging naar Dvars, bestelde een White Russian, stuurde Isaac een sms en dronk in stilte op jouw gezondheid. Er stond een muziekje op. En er zat een loopje in de melodie dat me recht bij mijn hart greep. Ik probeerde het te onthouden. 

‘Isaac, Willem hier. Ik ben in Amsterdam. Ik weet niet of je het gehoord hebt, maar Pauli is afgelopen week overleden. Het ging heel plotseling. Hij kreeg een hartaanval. De dokters weten niet waardoor. Woensdag is de begrafenis. Het zou fijn zijn om je te zien als je in de buurt bent.’ Nou, hoe kun je dat nou weigeren? Ik wachtte om te zien of hij meteen reageerde. 

Ik zat net te denken om nog een drankje te bestellen toen er een man binnenkwam die recht tegenover me ging zitten. Hij zei dat hij Marcello heette. Hij zei dat hij Braziliaan was. Hij zei dat hij vijf talen sprak. Hij werkte als callcentermedewerker van een Braziliaans IT-bedrijf en hij was in Amsterdam om een gitaar te kopen. Hij zei me dat hij gitaren verzamelde. Hij was in Amsterdam omdat hij het een leuk idee vond om in elke grote Europese stad een muziekinstrument te kopen. Hij vroeg me wat mijn werk was. Ik zei niets. 

In plaats daarvan bood ik hem een drankje aan. 

Isaac sms’te niet terug. 

Dit zijn een aantal dingen die Marcello me vertelde. Ik dacht dat jij er wel om zou kunnen lachen. Hij zei me dat hij de mensheid niet begreep. Het probleem met de mensheid, zei hij, was dat mensen altijd maar baby’s in stortkokers mieteren. Hij bleef het maar zeggen… 

Hij zei me dat hij van de sterren hield. Hij was verdrietig omdat hij in de Amsterdamse winterlucht de sterren niet kon zien. Hij zei dat de sterren ons met draden om onze nek naar de afgrond leiden, en daar mocht hij graag naar kijken. Hij vertelde me over zijn medicatie. Hij zei dat hij mijn handen mooi vond. Hij zei dat hij naar me wilde kijken terwijl ik sliep. 

We dronken vijf drankjes. De elegante man bij de receptie van het Lloyd Hotel gaf geen krimp toen Marcello mijn hand vast hield en we naar boven liepen. 

Naderhand lag ik met mijn hoofd op Marcello’s borst. Ik kon zijn stem in zijn torso rond horen echoën. Hij vertelde me over het element ‘koolstof’. Het element koolstof is de eerste vereiste voor elke vorm van leven. Het is de bron voor alle organische dingen. Als een lichaam wordt verbrand of als een lichaam uit elkaar valt in de aarde, op een gegeven moment wordt het gereduceerd tot het element koolstof. We gaan terug naar het begin. 

Hij zei me dat ik best kon gaan slapen. Hij zou op me passen. 

Hij zei me dat het was begonnen met sneeuwen.

Benieuwd naar de rest van dit verhaal? Deze tekst is afkomstig uit de voorstelling Song From far Away van Toneelgroep Amsterdam.

Het stuk is van 15 t/m 19 november te zien bij Theater Frascati in Amsterdam. Tickets en meer info vind je hier.