‘Hij is ervandoor’, zegt hij.

‘Wie?’ vraag ik.

‘Mijn vriend.’

‘Had jij een vriend?’

Mijn oren klapperen. Ik dacht hem nu toch echt wel te kennen, en wist ongevraagd ieder detail van z’n fistfeesten, orgies en seksuele sensaties, maar van een lief had ik nooit iets gehoord.

‘Hoe lang was je met hem?’

‘Drie jaar.’

‘Drie? Maar… hoe… wanneer dan?’

‘Nee, het was nooit aan.’

‘O.’

‘Maar we hadden wel iets.’

‘Ik dacht dat jij daar niet aan deed, halve dingen?’

‘Nee, klopt, ik doe alleen aan monogamie in een relatie, maar dat wilde hij niet. En nu heeft hij dat wel met een ander. Een relatie. Maar het is ópen.’

Hij zegt het laatste woord alsof het een ziekte is. 

Eén ding moet ik m’n vriend wel nageven. Hij is tenminste consistent. Óf hij heeft een relatie en dan is hij zo trouw als een hond, of hij heeft niets en doet alles wat God verboden heeft. Probleem is dat de mannen met wie deze vriend date niet bepaald van de exclusiviteit zijn. Volgens m’n vriend bestaan ze dan ook niet: monogame homo’s. Ik denk ze wel te kennen, maar wie ben ik? Als de gayscene mij iets geleerd heeft, is dat niets is wat het lijkt.

'De angst voor de liefde deed mij de nodige bommetjes onder mijn eigen relaties leggen'

‘Ja joh,’ zegt mijn vriend, ‘dan zie ik weer een man die zogenaamd heel monogaam is, maar geschrokken gebaart dat ik niets moet zeggen! Zo jammer vind ik dat.’

‘En wat doe je dan?’, vraag ik. 

‘Ik houd m’n mond natuurlijk.’

Monogamie. Jarenlang was het niet de lust, maar de angst voor de liefde die mij de nodige bommetjes onder mijn eigen relaties deed leggen. De angst om echt verbonden te zijn met één persoon, hoe graag ik dat eigenlijk ook wilde, en de angst om dan te worden verlaten, zorgde voor eindeloos drama. 

En dan de jaloezie en de angst voor wat de partner zal doen of heeft gedaan. Zelf maar even buiten de deur gaan zorgde ervoor dat de klap minder hard aan zou komen. 

En open relaties? Een legitiem excuus om niet all the way in de liefde te gaan? Hopeloos noemen we dat.

‘Zullen we naar de film gaan?’, vraagt mijn vriend. ‘Als het maar niet romantisch is.’

Kijk, dát is een nuchtere mannenoplossing.

Als er niemand meer is om lief te hebben, is er altijd nog de trouw van het witte doek.

Foto: Monseigneur Madhatter