Mensen denken graag in hokjes, dat maakt de wereld namelijk een stuk overzichtelijker. Vooral wij Nederlanders zijn er erg goed in. Graag ventileren we overal onze talrijke meningen over de meest uiteenlopende onderwerpen. Dat beetje structuur en houvast door middel van wat onschuldige vooroordelen is dan wel zo makkelijk en ogenschijnlijk onschuldig. 

Wij zijn in Nederland namelijk erg tegen de hokjesgeest; we zijn vrije denkers, vinden we zelf. Wel staan we allemaal op onze achterste benen als wij – of onze geliefden – voor ons gevoel in een onterecht hokje worden gestopt. Ook ik reageerde geïrriteerd in de kleedkamer. Mijn kind is geen ‘mannetje’ of ‘vrouwtje’. Hij is een man die op mannen valt.

‘Anderen in hokjes stoppen, wekt bij de opgeslotene altijd wrevel’

Precies daar ligt het pijnpunt met hokjes. Je eigen, vrijwillig gekozen hok staat open. Je kunt er in en uit wanneer je maar wilt, simpelweg wanneer je van mening verandert of een nieuw inzicht verkrijgt. Anderen in hokjes stoppen, wekt bij de opgeslotene echter altijd wrevel. Dan gebeurt het namelijk niet vrijwillig en is er weinig tot geen ruimte voor nuance.  

Hokjes worden soms met hand en tand verdedigd. Zie bijvoorbeeld de actuele, zo nu en dan ronduit venijnige, Zwarte Piet-discussies over en weer. Omgekeerd geldt hetzelfde. Zodra we op Facebook een filmpje zien van een 90-jarige vrouw op een grote Harley Davidson of een brede, getatoeëerde die zijn dochtertjes haar staat te vlechten, drukken we glimlachend de like-knop in.

In een ver verleden, toen ik nog jong en kittig was, heb ik ooit een weekend meegezeild met goede vriendin E. en vier van haar vriendinnen, die ik van tevoren niet kende. E. is lesbisch en de andere dames waren dat ook. Dat ik de enige hetero aan boord was, was voor de vijf geen enkel probleem. 

‘Ik kreeg het verwijt een homofobe muts te zijn’

Mooi weer, een strak windje en een heerlijk bootje met voldoende drank aan boord, wat willen dames nog meer? Eén vrouw stopte mij echter constant in (voor mij) nare hokjes. Toen ik er op een zeker punt genoeg van had en haar vroeg om het gezellig te houden, kreeg ik het verwijt een homofobe muts te zijn, die vast en zeker een hekel had aan lesbische dames. Dat specifieke hokje werd me net iets te benauwd. ‘Nee niet aan lesbiennes, wel aan jou.’

Van beide kanten verdiende het geen schoonheidsprijs. Vast in mijn eigen denkpatroon stond ik er toen niet bij stil dat onze persoonlijkheden elkaar gewoon niet lagen. Had niets met onze voorkeur voor heren of dames te maken. Naar haar toe zal ik waarschijnlijk ook niet echt gezellig geweest zijn en ongetwijfeld heb ik ook opmerkingen gemaakt die haar in het verkeerde keelgat schoten. Die herinner je je dan een stuk minder. Zo werkt het helaas. De strijd werd gevoerd vanuit onze eigen hokjes, onze veilige haven. Bij voorbaat een patstelling, net als de Zwarte Piet-discussie.

Het is een flinke tijd geleden, maar toch denk ik er nog weleens aan. Ik doe mijn best niet te vaak dezelfde, zinloze fouten te maken. Vorige week sprak ik mezelf nog vermanend toe, toen ik bij de groenteboer naar het hoekje ‘vergeten’ groente stond te staren, ze voor het gemak allemaal in het zelfde hokje plaatste en dacht: ‘Ja maar dat jullie vergeten zijn, is ook helemaal jullie eigen schuld’.

Linda de Mol, Imca Marina, Karin Bloemen en Willeke Alberti. Zomaar een selectie van dames die de eerzame titel van homomoeder op hun CV kunnen zetten. Topwijven, stuk voor stuk, maar geen van hen is, voor zover wij weten, echt de moeder van een homo. Irene wel. En haar kind is al 21 jaar net zo lief, net zo lastig, net zo gemakkelijk en net zo moeilijk als haar drie andere (hetero) kinderen. Maar toch zijn er verschillen…

Foto: Monseigneur Madhatter