'Ik ben in 1976 naar Nederland gekomen. 17 oktober was het precies 40 jaar terug. Het is een hele tijd terug, maar het lijkt weer alsof het gisteren was. Ik herinner mij in welke omgeving ik in het Haagse ben opgevangen. Ik ben daar opgevangen door groeperingen als de Rooie Vrouwen, door de mensen uit het verzet, door de homobeweging, door mensen die ten strijde trokken tegen onrecht. Er waren demonstraties, georganiseerd door heel veel mensen, onder andere de homobeweging, onder andere in Amsterdam, om op te komen voor de Kerkmarokkanen in de jaren zeventig. Wie weet dat nog? Steek uw vinger op.

'Het kan níét zo zijn dat je voor jezelf alle ruimte claimt, maar anderen die niet geeft'
Het is precies om die reden dat ik zo gemotiveerd ben om op te komen voor de mensen die voor mijn lot als minderheid zijn opgestaan. Ik had toen nooit kunnen weten dat ik ooit van een dubbeltje een kwartje zou worden. Al die mensen die je gesteund hebben, die als het nodig was aan je zijkant stonden, die mag je nooit in de steek laten.
 
 
Het is zo belangrijk om een vorm van dankbaarheid uit te spreken voor al die mensen die om je heen hebben gestaan, mede mogelijk gemaakt hebben dat je de wereld uiteindelijk op eigen kracht bent gaan vliegen. Het volgende is voor mij bijzonder motiverend om te zeggen tegen iedereen die het soms gemunt heeft op het lot van andere minderheden, die hen het leven zuur willen maken, of dat nu LGBT’s zijn, joden of andere minderheden. Het kan niet zo zijn, het kan níét zo zijn, dat je voor jezelf alle ruimte claimt, maar anderen die ruimte niet gunt. Sterker nog, dat je daardoor mensen de zuurstof afsnijdt, waardoor zij het leven niet meer waardig kunnen leiden. Los van het feit dat je dan je geschiedenis niet kent, molesteer je eigenlijk de mensen die jouw vader ooit hebben verdedigd. Dat kan niet zo zijn. Ik heb gewerkt met Hedy d’Ancona. In die periode dat zij minister was – derde kabinet Lubbers, zoekt u het maar op in de analen – is de grondwet gewijzigd. Toen is Artikel 1 in zijn huidige vorm in de Grondwet gegoten. Het artikel dat uiteindelijk regelt dat een ieder in Nederland op gelijke voet behandeld wordt door de overheid, in alle omstandigheden.
'Voor het accepteren van uw medemens, zouden we geen overheid nodig moeten hebben'
Dat is fijn, dat de overheid zijn burgers zo behandelt, maar daarmee is niet geregeld dat jij en ik ook netjes met elkaar omgaan. Dat mogen we hopen en verlangen, maar dat kan een overheid nooit verordenen. Daarom heb ik zelf al lange tijd afscheid genomen van het woord ‘tolerantie’. Ik ga namelijk symboliseren wat tolerantie voor mij is. Dat is met de rug naar u staan. Dat is u negeren. Zolang u mij niet in de weg staat, gaat uw gang. Dat is niet het type burgerschap dat ik heel graag ambieer. Ik ambieer een type burgerschap dat geworteld is in de religie, in het humanisme. Een burgerschap dat stuurt op het accepteren van de medemens, omdat die in het beginsel een medemens ís. Om dat te regelen, hebben we niet eens een overheid nodig. Het is zo basaal, zo fundamenteel. Dat is waarom ik hier vanavond ben. Een van de sprekers zei net: we strijden hier voor gelijkheid, maar het is ‘fragile’. Ik gebruik zelf ook het woord ‘kwetsbaar’. Je bent er nooit als je niet voortdurend voor gelijkwaardigheid blijft strijden. Du moment dat je verslapt, gaan anderen, met andere agenda’s ermee vandoor. Hou vast, hou vol en zoek partners en ik sta altijd aan de kant van iedereen, die basismensenrechten, ongeacht wat een overheid erover geschreven heeft, probeert te verdedigen. Ook vanuit het Rotterdamse. Dank u wel.
 
Een uitgebreid interview met Ahmed Aboutaleb vind je in het nieuwe nummer van Winq
 
Fotografie: Oof Verschuren