Ik heb al jarenlang last van maagpijn en stel dit vervelende onderzoek dan ook al even zolang uit. Tot vandaag, de dag dat ik een gastroscopie krijg: lees: dat iemand met een dikke slang, inclusief camera, via mijn mond en slokdarm naar mijn maag om daar wat ‘hapjes’ uit te nemen. Zin in! Not.

Ik zie er enorm tegenop. De verpleegkundige zegt me mijn schoenen uit te doen en op bed te gaan liggen. Over tien minuten zal ik luxe gechauffeerd worden naar de operatiekamer. 

'Ik krijg een shotje maagzuurremmers, een bittere keelspray en succeswensen van Connie'

Twee verpleegkundigen staan als aasgieren aan mijn bed en vechten om wie mijn infuus aan mag leggen. ‘Zal ik prikken?’ ‘Nee, ik doe het wel hoor.’ ‘Ja, weet je het zeker?’ ‘Ja.’ Ze klopt opgewonden op mijn aderen, die dik en blauw worden. Haar tong piept een stukje tussen haar boven- en onderlip door. ‘Dracula’, flap ik eruit. Ze moet lachen en steekt vervolgens een naald in mijn hand. Geprikt en al word ik even later opgehaald door Connie. 

Aangekomen in de operatiekamer zeg ik doodsbang te zijn. Bang dat ik stik en me verslik. Naast Connie is er nog een andere dokter aanwezig. ‘Je hoeft niet bang te zijn’, zegt ze. ‘Wij zeggen altijd: “Als je het goed doet, mag je nog een keer”.’ De sfeer zit er goed in bij Connie en consorten. 

Dokter nummer drie komt binnen en buigt zich over mijn bed. Hij is stereotype doktersknap en staat net iets te dichtbij. Ik zou het liefst een stapje naar achteren doen, maar hé, ik lig in een ziekenhuisbed. ‘Sanne, ik zie dat we maar negen maanden schelen,’ zegt hij enthousiast. Ik voel me vrij miserabel.

Ik krijg een shotje maagzuurremmers, een bittere keelspray en succeswensen van Connie. Morfine en slaapmiddelen worden in het buisje op mijn hand gespoten en ik voel me direct relaxt en vrolijk en blijkbaar totaal ongeremd. Ik vertel het gezelschap rond mijn bed over mijn blinde kat en over mijn flauwval-ervaring bij het zetten van een spiraaltje. Connie staat voor mij – al luttele minuten in dezelfde houding – en houdt iets in haar hand wat ze in mijn mond wil stoppen als ik eindelijk ophoud met praten.

‘“Vriendin als in vriend en vriendin?” vraagt de dokter’

Mijn ogen vallen dicht en ik voel iets in mijn keel prikken. Op de achtergrond hoor ik ‘Dit heb ik nog nooit meegemaakt’, en ik bedenk me dat ze iets afschuwelijks in mijn maag hebben ontdekt. Ik slik en slik en stik bijna. Zo’n slang is niet even weg te slikken. Toch vind ik alles prima en vooral wil ik nog veel meer vertellen. De slang gaat eruit en Connie vraagt hoe het ging. Ik zeg dat ik het heel gezellig vond maar dat ik niet per se nóg een keertje wil. Als ik vraag wat ze voor ergs hebben ontdekt kijkt Connie me verbaasd aan en zegt: ‘De dokter komt straks uitleg geven.’

Terug bij de prikverplegers op de zaal, krijg ik een slappe boterham met kaas en een half gesmolten plastic bekertje ziekenhuiskoffie. Het smaakt heerlijk. ‘Een heuse delicatesse na zo’n roesje,’ lacht de verpleegkundige. Leonie komt mij halen en vraagt of ik dronken ben. Ik grinnik en probeer mijn veter te strikken. Dan komt de dokter. Ik stel Leonie voor: ‘Dit is mijn vriendin.’ ‘Als in vriend en vriendin?’, vraagt hij. ‘Eh, ja, we zijn een stel’, zeg ik. De dokter wendt zich tot Leonie: ‘Is je vriendin altijd zo’n kletskous? We hebben haar een dubbele dosis morfine én een dubbele dosis slaapmiddelen moeten geven. Ik heb dat nog nooit meegemaakt, dat iemand zo wakker is én blijft.’ Ik ben enorm opgelucht, en Leonie, die is niet verrast.

Foto: Monseigneur Madhatter