Aangezien ik van tevoren wist dat de drank rijkelijk zou vloeien, was ik met de trein gekomen. Op de terugreis had ik er een dagtaak nachttaak aan om in de goede tram/trein te stappen, niet te vergeten om in- en uit te checken (deels gelukt), heel geconcentreerd net te doen of ik nuchter was toen mijn twee jongsten belden om ze per telefoon welterusten te zeggen (kinderen gefopt, echtgenoot niet) en om Tokke te schoppen en/of slaan wanneer ik keihard door hem werd uitgelachen. Lang verhaal kort, ik heb mijn blad met huiswerk in de trein laten liggen toen ik verwoed naar mijn fietssleutels zocht in het licht van de treincoupé.

‘Ik smul van tuttige stellen die hun kleding op elkaar hebben afgestemd’

Er staat me nog iets bij van een otter? Een beer? O ja, ook een wolf, geloof ik … Veel beesten in ieder geval. Vraag me niet meer waar ze voor staan, maar ik herinner me wel dat postuur en lichaamsbeharing vaak doorslaggevend was voor een bepaalde titel. Ik begreep dat sommige types prima matchen maar anderen weer helemaal niet, uitzonderingen daargelaten natuurlijk. Nou is het voor mij als moeder van een homo-zoon natuurlijk niet van levensbelang dat ik al deze types uit mijn hoofd ken. Bovendien, in mijn hoofd leven mijn eigen beren, otters en twinks. Ik heb ze alleen andere namen gegeven. 

Door het schrijven van deze columns ben ik, tot mijn grote plezier, al op diverse grote homofeesten uitgenodigd. Meestal word ik geëscorteerd door Tokke. Het liefst zou ik als een muurbloempje op een kruk aan de kant willen gaan zitten. Niet omdat ik het niet naar mijn zin heb, helemaal niet zelfs, maar gewoon omdat ik dan ongegeneerd mensen kan observeren. Dat heb ik eigenlijk op alle feesten en terrassen waar ik neerstrijk. Ik smul van de tuttige stellen die hun kleding op elkaar hebben afgestemd en waarvan er één constant tegen de ander loopt te zeiken dat-ie niet te veel moet drinken. In mijn hoofd heeft altijd één van de twee een Franse voornaam. Meestal de zuipschuit. Ik bewonder de zelfverzekerdheid van de mooie, afgetrainde vrijgezel, die keurend rondloopt en nog geen keuze maakt voordat alles bekeken is. Stil noem ik hem altijd Jan. Of Kees. In ieder geval een ouderwetse, maar o zo stoere Hollandse naam van één lettergreep. Onverwoestbaar en doelgericht.

‘De kansloze spencer dragende eenling appelleert aan mijn moedergevoelens’

Ik verwonder me vaak over die paar schaars geklede, aangeschoten dames die constant aandacht vragend aan de arm van een vaak knappe jonge jongen hangen. Verwende rijke meisjes die met hun gay-BFF op stap zijn. Mijn indruk is dat deze Caro’s en Soofs (vaak afkorting van een langere, nette naam) al halverwege de avond een irritante last zijn, maar daar kan ik me natuurlijk erg in vergissen. Dan is er nog de zielige, kansloze, spencer dragende en cola drinkende eenling die appelleert aan mijn moedergevoelens. De drang om een praatje te maken met zo’n Herman of Gerard, moet ik in alle hevigheid onderdrukken, want het zou hem alleen maar nog sneuer maken. Bovendien is het nog maar de vraag natuurlijk of hij zit te wachten op een gesprekje met een vrouw van middelbare leeftijd. Ik geniet intens van vrolijke feestgangers die helemaal los gaan op de muziek en zich nimmer generen voor hun soms wonderlijke dansmoves. Deze Timo’s en Ricken maken elk feest tot een echt feest.

Op ieder feest, een huwelijk, een Mister Gay-verkiezing, een groots aangepakte verjaardag of  de Gaypride lopen de beren, wolven en otters rond. Maar ook mijn Maurice (en zeurende partner), mijn Kees, de Caro’s met hun BFF’s, mijn Hermannen en mijn Timo’s zijn van de partij. Blij dat ze allemaal bestaan, zonder hen zou een feestje niet echt een feestje zijn.  

Linda de Mol, Imca Marina, Karin Bloemen en Willeke Alberti. Zomaar een selectie van dames die de eerzame titel van homomoeder op hun CV kunnen zetten. Topwijven, stuk voor stuk, maar geen van hen is, voor zover wij weten, echt de moeder van een homo. Irene wel. En haar kind is al 21 jaar net zo lief, net zo lastig, net zo gemakkelijk en net zo moeilijk als haar drie andere (hetero) kinderen. Maar toch zijn er verschillen…

Foto: Monseigneur Madhatter