De kerstdienst was er niet een zoals velen van ons die kennen. Geen kerstboom, geen kerstliedjes en al helemaal geen stalletje met het kindje Jezus in de kribbe. De kerk waarin ik ben opgegroeid was uitgedost zoals ieder jaar. Dat wil zeggen: niet. In tegenstelling tot de Katholieke Kerk, mag Jezus in de Protestante Kerk niet worden afgebeeld. Aan het einde van de dienst keek men hoopvol naar de organist, wachtend tot een stevig ‘Ere zij God’ werd ingezet om de dienst te beëindigen.

Thuis zag het er niet veel anders uit. Een kerstboom was er niet, cadeautjes waren in geen velden of wegen te bekennen. Kerststukjes konden gek genoeg wel door de beugel. Zie daar, de gereformeerde hypocrisie. 

'De jaarlijkse kerstpreek en jaarlijkse Star Wars-film vertonen behoorlijk wat overeenkomsten'

Tijdens de kerkdienst werd uiteraard wel verteld over de geboorte van het kindje Jezus, maar de preek ging voornamelijk over de vraag waarom Hij op aarde kwam. De jaarlijkse kerstpreek vertoont aardig wat overeenkomsten met de jaarlijkse Star Wars-film, beiden maken gretig gebruik van de tegenstelling 'goed en kwaad’.

De namen Adam en Eva zeggen je misschien wel iets. Het verhaal over een appel en een slang die Eva verleidde, waardoor het slechte in de mens naar boven kwam. Daar ontstond de zonde. Alles wat je volgens de Bijbel niet mag doen is een zonde. Vloeken, mensen kwaad aan doen, maar ook homoseksualiteit – wanneer die wordt ‘gepraktiseerd’ – hoorde binnen mijn kerk in dat rijtje thuis. 

Met die zonde komt ook de duivel om het hoekje kijken. De Darth Vader van het christendom, zeg maar. Hij wil mensen richting de Dark Side lokken. De kerk maakt het echter nog grimmiger. Wanneer jij geboren wordt, bén je namelijk al zondig. Je hebt dus hoe dan ook een redder nodig, zodat je niet naar de hel gaat. En daarvoor is Jezus geboren, de Luke Skywalker van de Bijbel. Voordat je sterft, moet je kennis hebben gemaakt met Jezus. 

Als ik nu op straat neerval of wordt neergeschoten door een leger clone troopers is het met mij gedaan. Ik ga dan, volgens mijn ouders en hun kerk, regelrecht naar de hel. Ik heb een goede introductie gehad, maar heb uiteindelijk niet ‘kennisgemaakt’ met Jezus.

'Wat zou er met mij gebeuren wanneer ik overlijd?'

Voor alle duidelijkheid, ik denk er niet aan om dit aardse bestaan in te wisselen voor… ja, voor wat? Ik heb periodes gekend dat ik hier grondig over nadacht. Zeker toen ik zelf in de kerk zat. Nu geloof ik dat daarover nadenken geen zin heeft. Bang voor de dood ben ik niet, al zou ik het jammer vinden als het, op deze toch nog best jonge leeftijd, zou ophouden.

Wat me momenteel vooral bezighoudt is de stap ervoor; het geregel voor het feitelijke dood gaan. Als ik nu doodga ben ik bang dat men mijn ouders gaat bellen voor 1) de mededeling en 2) de vraag wat met mij te doen? Een kerkdienst gevolgd door een begrafenis? Een steen met een bijbeltekst? Waarschijnlijk zitten mijn ouders dan ook met de handen in het haar.

Het wordt hoog tijd om dit te regelen. Zowel mijn ouders – ondanks het verbroken contact – als mijn vrienden kan ik dit niet aandoen. Voor ik mijn enkeltje hiernamaals – of wat er ook na de dood blijkt te zijn – laat afstempelen, wordt het tijd voor een afspraak met een notaris.

Hoewel ik nooit degelijk kennis heb gemaakt met Jezus, geldt dat wel voor een goed stel fijne vrienden. Lieve vrienden, die ik voor geen goud zou willen missen. Die mij vragen om de kerst met hen te vieren, omdat ze weten dat een kerst met familie er voor mij niet in zit. Zij zijn de herders, Luke Skywalker, Maria, Jozef, het kindeke Jezus en prinses Leia ineen. Met hen vier ik het leven, is mijn leven geen zonde, geniet ik, huil ik, lach ik en zing ik kerstliedjes, uit volle borst.

May the force be with you and a Merry Christmas!

Foto: Peter van der Wal