Is het musicalgenre dood? Nee, bewijst de jonge regisseur Damien Chazelle (die eerder muzikaal coming-of-agesucces Whiplash maakte) met zijn spetterende La La Land. De film geldt met tientallen prijzen als een serieuze kanshebber voor de Oscars eind februari.

Een jaar lang volgt de kijker twee potentiële geliefden: de jonge jazzpianist Sebastian (Ryan Gosling) en worstelende actrice Mia (Emma Stone). Het noodlot zorgt ervoor dat het tweetal elkaar een aantal keer ontmoet en er ontstaat een relatie. Maar de juiste balans vinden tussen carrière en een stabiel leven samen blijkt lang niet zo gemakkelijk.

Regisseur Chazelle heeft van La La Land in alle opzichten een volstrekt onweerstaanbare film gemaakt. Vanaf de eerste scène, een weergaloos dansnummer in de file van Los Angeles, bruist zowel het verhaal als het felgekleurde beeld van de energie. Toch weet Chazelle verhaaltechnisch de grote clichés te vermijden en weten Gosling en Stone (allebei in topvorm) hun personages met gemak boven de soms groteske dagelijks gang van zaken in Hollywood uit te tillen.

Dit geldt ook voor de muziek van jonge componist Justin Hurwitz, die eerder de soundtrack van Whiplash verzorgde en in zijn aanstekelijke composities nooit de gemakkelijkste weg kiest. Mooie bijrollen trouwens van zanger John Legend, als charmante collega van Sebastian die een andere visie op de toekomst van jazz heeft, en J.K. Simmons als gerant in een restaurant.

Tekst: Robert Blokland voor Gay&Night Magazine