Nog geen dertig minuten geleden liepen we in polonaise het pikdonkere restaurant binnen. De serveerster, die zelf slechtziend is, loopt voorop met in haar kielzog mijn tafelgenote Rosalie aan wie ik mij als derde in de rij stevig vastklamp. De serveerster legt mijn hand op het zitvlak van de stoel waarop ik plaats mag nemen. Rosalie wil per ongeluk (denk ik) op mijn schoot gaan zitten in plaats van op haar eigen stoel.  

Ik kijk rond maar zie geen hand voor ogen. Door de inspanning prikken mijn ogen in haar kassen. Op de tast verken ik de ruimte en ontdek opeenvolgend; het vierkante tafeltje waar wij aan zitten, twee servetten, bestek, twee glazen, de muur waar de tafel tegenaan staat en de hand van mijn tafelgenote die ook op onderzoek uit is.

Het is zondagmiddag en we krijgen vier brunchgangen voorgeschoteld zonder daarbij te kunnen zien wat er op ons bord ligt én zonder dat te weten. Ik twijfel of ik trek heb wanneer ons eerste gerecht arriveert. Ik tast de randen van mijn bord af, als Rosalie opgelucht roept: “Yes, ik herken dit, een croissant!” Ik voel aan de halve maanvorm en ontdek dat daarnaast een kleiner vierkant vormpje ligt met de structuur van bladerdeeg en de geur van pudding.

'Ik neem een hap van mijn croissant waarbij ik de helft van mijn gezicht onder de aardbeienjam smeer'

“Hé, je hebt de jam opgemaakt!”, wordt mij verweten. Ik neem een hap van mijn croissant waarbij ik de helft van mijn gezicht onder de aardbeienjam smeer en heel veel mierzoetigheid proef. “Sorry, ik had het niet gezien”, zeg ik. We moeten allebei lachen.

Langzaam wennen onze ogen aan het donker. Ons plezier is groot. “Tafel vijf heeft het bestek laten vallen”, horen we de serveerster over de porto zeggen.” Mijn uitermate goede gezelschap zet haar glas op haar vork waarbij een klots water ergens op onze tafel belandt. Rosalie vertelt mooie verhalen. Bijvoorbeeld over haar road trip die ze recent door Noord-Amerika heeft gemaakt. Ik heb enkel mijn verbeelding dat dit verhaal visueel kan ondersteunen en waan me naast haar in de roze Cadillac op de Route 66. Waan lijkt werkelijkheid te worden daar ik het pikkedonker. 

'We fantaseren over wat er onder alle tafeltjes gebeurt als niemand kijkt'

We kletsen verder en fantaseren erover om stiekem door dit donkere restaurant te kruipen. Over het plagen van de overige gasten door hen in hun oorlel of knie te knijpen. Over wat er onder alle tafeltjes gebeurt als niemand kijkt, of kan kijken. En of dat dan nog wel ónder de tafeltjes hoeft te gebeuren, of ook naast, op of boven de tafel. In mijn hoofd ontstaan slogans voor een nieuw dateconcept: Dining in the darkroom. ‘Met dining in the darkroom, geef je je relatie weer licht’, of: ‘Klaar met saaie Tinder-, Grindr- of HER-dates? Kom eten in de darkroom en je zult je niet vervelen´.

Abrupt worden we uit onze gefantaseerde wereld gehaald. Na drie gangen van eten raden, voelen, proeven en laten liggen is het nu tijd voor het dessert. Voor ik ga proeven laat ik mijn vingers eerst weer ‘kijken’ wat er op tafel staat. Ik steek mijn wijsvinger naar voren en voel iets nats, iets zachts...iets kouds. “Sanne, ik geloof dat je met je vinger in mijn ijsje zit”, zegt Rosalie.

Foto: Monseigneur Madhatter