Het deed pijn én maakte een hoop duidelijk. Niet omdat ze iets uitgesproken gemeens zei, maar omdat ze homo’s in een categorie apart plaatste. Je bent als homo duidelijk niet een vrouw, maar hoort ook niet volledig bij de mannen. In haar pijnlijk eerlijke inzicht is dat een buitencategorie. En ik weet zeker dat ze niet de enige is die zo denkt.

'Mijn genderidentiteit zou niets uit moeten maken als ik een bioscoopkaartje bestel'

Het zou natuurlijk geen klap uit moeten maken. Man en vrouw zijn wetenschappelijk gezien volkomen gelijkwaardig en hun eigenschappen overlappen elkaar regelmatig. Ik ben ook niet beledigd als per ongeluk de aanhef boven een brief ‘geachte mevrouw…’ is. Dat is hooguit slordig. En wanneer de (m/v)-vraag irrelevant is op een formulier, vul ik expres ‘vrouw’ in. Het is een rare vraag en mijn genderidentiteit zou niets uit moeten maken wanneer ik bijvoorbeeld een bioscoopkaartje bestel.

Maar dat is niet hoe de maatschappij denkt. Helaas worden mensen constant in categorieën verdeeld en zien we binnen beroepsgroepen, hoge functies, media en politiek de uitingen daarvan. En als homo val je daar vaak precies buiten. Soms in je voordeel, soms in je nadeel. Zonder dat jou iets gevraagd wordt. Het oordeel is iets kleins, maar bij twijfel daarover moet je dan wel hopen dat je op z’n minst ergens bij mag horen. Dat geldt niet alleen voor mij, alle minderheden hebben daar in zekere mate mee te maken.

Herinner je je Jan-Willem Roodbeen nog tijdens ‘Wie is de Mol?’ in 2014? Hij zag de slagingskansen van een roeiwedstrijd somber in, want: ‘We hadden een onmogelijke uitgangspositie. Vijf vrouwen, twee mannen en één homo’, doelend op Freek Bartels. Dat klonk niet als teamspirit, Jan-Willem.

'Ik ben trots op wie ik ben en dat mag besproken worden ook'

Toen ik een culturele studie deed – waar toch wel veel vrouwen zitten – werd me vaak gevraagd hoeveel mannen er in de collegezaal zaten. Als ik dan een getal of percentage noemde, kwam vaak direct de vraag: ‘Maar hoeveel van die mannen zijn nou échte mannen?’. Want als er veel vrouwen zijn, zullen er ook wel veel homo’s zijn, is de gedachte. Maar waarom tel je die apart? En wat heb je aan die kennis?

In de jaren dat ik voor de klas sta als voorlichter voor COC Haaglanden, denk ik vaak aan Harvey Milk. Hij riep als homorechtenactivist op om massaal uit de kast te komen. Omdat uit de kast komen het meest strijdlustige, politieke en stilte doorbrekende is dat je kunt doen. Zodra mensen je volledig leren kennen, valt immers het vooroordeel pas weg. Homo’s haten wordt wel heel lastig als het je zoon, buurman, dokter, docent of collega is. Die gedachte neem ik mee naar mijn lessen over seksuele diversiteit en daarom beantwoord ik alle vragen van leerlingen zonder enige aarzeling. Van een abstract begrip een menselijk verhaal maken is wat we doen. Ik ben trots op wie ik ben en dat mag besproken worden ook.

Tegenwoordig, binnen mijn betaalde werk, word ik omringd door vrouwen. Binnen de cultuursector zijn mannen ondervertegenwoordigd. Daar heb ik in de praktijk geen last van, maar het is mij meermaals duidelijk gemaakt dat ze blij zijn ‘eindelijk eens een man in ons team’ te hebben. Voor de buitenstaander is een man in een vrouwenteam tenminste duidelijk te identificeren; er worden mij allemaal daadkrachtige eigenschappen toegedicht.

Ik lach het compliment meestal weg, omdat ik het zo onzinnig vind. Maar mijn positie wordt er dus wel deels door bepaald, zonder dat men naar mijn mening vraagt. Daardoor vind ik het op werk veel ingewikkelder om uit de kast te komen. Verscholen achter de scheiding tussen werk en privé cijfer ik mezelf soms weg en stel ik me neutraal op. Bang dat het hele opgelegde voordeel van ‘man zijn’ zich tegen mij keert zodra ik uit de kast kom. Maar jezelf verstoppen en neutraal voordoen voelt als liegen. Tegen mezelf, tegen mijn collega’s. En met mensen die liegen heb ik meestal heel weinig geduld. Maar veiliger voelt het wel.

'Leerlingen kunnen lastig zijn, maar ze kennen in ieder geval de gewenste omgangsvormen'

Daarom ben ik voor de klas veel makkelijker in vragen beantwoorden. Daar spreken we vooraf al enkele regels af over respectvol met elkaar omgaan en grenzen aangeven. Leerlingen hebben vaak veel minder verwachtingen en na 1,5 uur onderwijs is de sfeer positief omgekeerd. Daar word ik niet weggezet als ‘net niet helemaal man’, om later te worden verweten dat ik me ‘eens als een vent moet gedragen'. Leerlingen kunnen lastig zijn, maar ze kennen in ieder geval de gewenste omgangsvormen en daar kun je altijd naar terugkeren.

Wees dus iets meer als een leerling, alsjeblieft. Behandel mij onbevangen, zonder je oordeel en je aannames. En als je het toch leuk vindt om meer te weten, mag je me er gerust naar vragen. Maar stel je vraag op een respectvolle manier, wanneer het moment gepast is. Over wie ik ben, hoe ik mij identificeer en in welke hokjes ik mezelf plaats en in welke vooral niet. En respecteer het als ik zeg dat je vraag voor mij iets te persoonlijk is. Leer eerst mij kennen voordat ik gezien word als een cliché of een categorie. Pas dan kan ik je gelijkwaardige collega zijn. En jij de mijne.


Meer lezen of zelf interesse om voorlichter te worden? Neem eens een kijkje op de Facebook-pagina van Voorlichting COC Haaglanden.

Foto: Mgr. Madhatter