Het wetsvoorstel om de Grondwet te voorzien van een expliciet verbod op LHBTI-discriminatie ligt er al sinds 2010. Naast D66, PvdA en GroenLinks heeft ook CDA dit punt sinds half januari in hun verkiezingsprogramma opgenomen. Daarmee is er in de huidige Kamer een meerderheid van 84 zetels. Of de huidige meerderheid standhoudt in de nieuwe Kamer zal moeten blijken.

Handicap en seksuele oriëntatie
Momenteel is discriminatie op basis van godsdienst, levensovertuiging, politieke voorkeur, ras en geslacht expliciet verboden in artikel 1 van de Grondwet. Linkse partijen willen daar de gronden handicap en seksuele oriëntatie aan toevoegen.

Veiligstellen
Het COC pleit voor het grondwettelijk verbod om de wettelijke verworvenheden die LHBTI’s de afgelopen decennia bereikten, ook voor de verre toekomst veilig te stellen. ‘De recente verkiezingen in de VS laten zien hoe die verworvenheden zomaar weer onder vuur kunnen komen te liggen,’ zegt COC-voorzitter Tanja Ineke. ‘Dan is het cruciaal dat het verbod om LHBTI’s te discrimineren gevat is in het ‘graniet van de Grondwet’ en dat de wetgever het niet zomaar terzijde kan schuiven.’

Nog niet genoemde groepen
VVD wilde tot voor kort juist precies het tegenovergestelde, volgens hen moesten alle expliciete gronden worden geschrapt uit artikel 1, alle vormen van discriminatie moeten namelijk verboden zijn. Hoe meer groepen expliciet worden genoemd in de Grondwet, hoe meer nog niet genoemde groepen zich zullen melden, redeneerde de partij. Ze stelden hun mening bij tijdens het COC Verkiezingsdebat in de Rode Hoed op vrijdag 3 februari.