In Nederland heet dit geen aanranding of seksuele intimidatie; het is de normaalste zaak van de wereld. Wanneer een lesbisch koppel een heteroclub of -kroeg inloopt, wordt de mate van verbale insinuaties en handtastelijk gedrag vaak nóg extremer en intenser.

Gelukkig spreken wij LHBTQ’s daar schade van.

Maar waarom dan doet u het met mij?

Fucking Pop Queers in de Jimmy Woo. Het is even wennen. Lege VIP-bankjes en een hele hoop Madonna. Leuk, dacht ik. Tot ik binnen was. Vijftien keer ongewenst en ongevraagd in één of beide bilhelften geknepen. Drie harde geslachten verder. Bij de hand gepakt. Omzichtig langs armen en bovenlijf gegleden. En geen woord, geen blik. Ik voelde me opnieuw een stuk vlees dat zonder bakken of braden mocht worden opgevreten.

'Ineens word ik tegen de bar gedrukt'

De Exit. Daar moet je eigenlijk niet willen zijn, maar ik ging toch, voor een vriendin die (ook) op vrouwen valt. Het was nog niet laat. Half twaalf. Wel druk, opmerkelijk genoeg. Ik betaalde een drankje, stond rustig op de pinmachine te wachten, toen ik opeens van achteren tegen de bar werd gedrukt en er zo hard tegen me werd opgereden dat ik het nat door mijn broek heen voelde sijpelen. De vriendin wist niet hoe snel ze erbij moest zijn om hem van me af te trekken. Zelf was ik zo overdonderd dat ik niet eens wist hoe te reageren.

Een giftige cocktail van seksuele obsessie en agressie ervaar ik in ieder homo-etablissement. Ik weet niet hoe ik erop moet reageren. Ga ik schelden, wegduwen, slaan? Dan ben ik net zo’n angstige, opgefokte hetero.
‘Het probleem is dat je te mooi bent’, zegt een oudere, homoseksuele man. ‘Je bent zo ongelofelijk geil en aantrekkelijk, daar raak je van in verwarring.’
Ik weet niet of hij nu een compliment uitspreekt of een verklaring, maar blij word ik er niet van.
‘Je bent zo, zo, mooi’, zegt een andere man, terwijl hij steeds dichter voor me komt dansen. Hij is de eerste en enige die me aanspreekt. Al snel blijkt waarom. ‘Ik zou er bijna hetero van worden.’ Dus hij praat tegen me omdat hij denkt dat ik een vrouw ben.
‘Ik ben een man.’
Hij schudt z’n hoofd en blijft veel te dicht op me afdansen. ‘Goed, wat jij wilt liefje, maakt niet uit, je bent nog steeds mooi.’
De klap kon niet groter zijn.
Maar ik sla hem niet.
Ik draai me om en loop weg.
Ben ik in transitie en uit de kast, om ongewenst betutteld en betast te worden?

Foto: Monseigneur Madhatter