Het mierzoete beeld is eigenlijk té cliché om waar te zijn, maar wat voelde het goed. Toen we later die avond ook een aantal (komt-ie, meneer Rutte) ‘normale’ kroegen aandeden, voelde ik mij voor het eerst abnormaal (dank je, meneer Rutte). Ik zoende wel vaker in de kroeg, met mannen. Nu het om een vrouw ging, kreeg ik echter ineens allerlei opmerkingen naar mijn hoofd geslingerd: ‘Hey lesbo, mag ik meedoen?’, tot mannen die tegen me aan gingen rijden, terwijl ik daar in haar armen stond. Er werd naar me gewezen alsof ik weer zes jaar oud was en met mijn trui binnenstebuiten midden op het schoolplein stond.  

‘Plots moest ik uit een kast komen, waarvan ik me nooit had gerealiseerd er ooit in te hebben gezeten'

We zagen elkaar vaker. Ik werd verliefd, maar durfde dat met niemand te delen. Ik begreep niet zo goed wat ik aan het doen was. Ik (her)kende mezelf niet meer. Ik was ervan overtuigd dat ik hetero was. Niet alleen wist ik niet beter, maar ik had mezelf al jong bevraagd over mijn seksuele preferenties en geconcludeerd dat ik op mannen viel.

Nu moest ik plots uit een kast komen, waarvan ik me nooit had gerealiseerd er ooit in te hebben gezeten. Ik moest mensen vertellen over mijn nieuwe liefde: normaal heel leuk, maar nu voelde dat helemaal niet zo. Ik waande me kandidaat in Uit de kast van Arie Boomsma; het tv-programma dat ik weleens met vriendinnen keek, waarbij we vaak te doen hadden met de uit-de-kast-komer, die snakte naar acceptatie van vrienden en familie.

Uiteindelijk leverde deze bijzonder bizarre situatie me een flinke verzameling reacties op, die voor velen – gek genoeg – heel ‘normaal’ leken te zijn. Het zijn de clichés die ik nu nog vaak te horen krijg. Een greep uit de collectie:

‘Ik zie je toch eerder met een man samen.’

‘Het komt wel weer goed hoor’, terwijl ik troostend over mijn rug word geaaid.

‘Als je maar gewoon normaal doet en niet in een gouden string op zo’n gayboot gaat staan.’

‘Doen jullie ook aan scharen? Hè, zeg nou!’

‘Dat begrijp ik wel ja. Ik heb daar ook weleens over gefantaseer– eh, nagedacht.’

‘Dat geeft toch niks, Sanneke. Ik zie hier bij ons in het dorp ook weleens homootjes lopen en die zeg ik gewoon gedag hoor.’

Ook hier, in mijn columns, voelt het iedere keer weer alsof ik op dat schoolplein sta. Wanneer ik mijn hele 'zijn' tentoonstel, heb ik het gevoel anders te zijn. Maar anders dan wat eigenlijk? Anders: ja graag!

Ik wil niet meer bang zijn om af te wijken. Ik wil met alle liefde de afwijking zijn en ik wil iedere minderheid, ieder persoon en ieder unicum omarmen. Anders zou de norm moeten zijn, en… dat is het volgens mij ook: jij wijkt immers af van mij en ik van jou. Dat lijkt me de normaalste zaak van de wereld.

Foto: Monseigneur Madhatter