Zelf had Dagmar weleens een voorlichting gehad over seksuele diversiteit, echter niet van het COC, maar van twee LHBT-leerlingen die zelf het initiatief namen op haar school. ‘Ik vond dit heel interessant. Zelf kom ik uit een gezin met twee moeders en een homoseksuele vader. Op de middelbare school wil je over het algemeen niet anders zijn en afwijken van de groep. Voor mij was deze voorlichting een soort erkenning. Het is niet gek, maar juist normaal en leuk!’

Onderzoek
Om haar bachelor Pedagogische wetenschappen aan de Universiteit van Amsterdam af te ronden, deed Dagmar onderzoek naar de vraag welk effect een voorlichting over seksuele diversiteit heeft op leerlingen voor, tijdens en na de les. ‘In het onderzoek heb ik drie klassen meegenomen met leerlingen tussen de twaalf en vijftien jaar: een mavo-, havo- en vwo-klas. Vooraf en achteraf liet ik de leerlingen een lijst met open vragen invullen. Vragen als: “Stel dat je beste vriend/vriendin LHBT zou zijn, zou je het hem/haar aanraden om op school uit de kast te komen?”.’

‘Leerlingen zijn veel toleranter tegenover LHBT’s als ze er een kennen’

Daar kwamen veel creatieve en open antwoorden uit. ‘Wat opviel was dat de sfeer in de klas erg belangrijk was voor de mate van openheid over dit onderwerp. Wanneer de sfeer slecht was, raadden leerlingen elkaar af om uit de kast te komen. In dat geval kwamen leerlingen met antwoorden als: “Je wordt levenslang gepest. Je moet erg sterk in je schoenen staan.”.’

Wat Dagmar ook opviel, was dat leerlingen veel toleranter waren tegenover LHBT’s als ze een LHBT-persoon kenden. ‘Het ervaringsverhaal van een voorlichter maakte over het algemeen dan ook de meeste indruk.’

Verschil tussen opleidingsniveaus
In de mavo-klas werd relatief het meest gescholden met het woord ‘homo’ (80,8%). ‘Bij de nameting was de angst om op school uit de kast te komen onder die leerlingen ook gestegen, terwijl de tolerantie voor LHBT’s juist was gestegen.

‘In de vwo-klas was het verschil voor en na de voorlichting het grootst’

Qua theoretische kennis over het thema was de vwo-klas beter op de hoogte dan de havo- en mavo-klas, maar het verschil tussen de voor- en nameting was in die klas het grootst. ‘100% was op voorhand van mening dat je op school beter niet uit de kast kon komen. Na de voorlichting was dit gehalte nagenoeg met de helft gedaald (52,9%). De goede sfeer in die klas zal daar ook bij hebben meegespeeld. Al kan het natuurlijk ook zo zijn dat vwo-leerlingen meer geneigd zijn een sociaal wenselijk antwoord te geven.’

Wanneer de leerlingen gevraagd werd wat ze hadden opgestoken van de voorlichting, bleken de antwoorden van de vwo-klas daarbij veel technischer dan die van de havo- en mavo-klas. ‘De vwo’ers kwamen met opmerkingen als: “Ik heb geleerd wat de woorden queer en intersekse betekenen”, terwijl de andere klassen meer onder de indruk waren van hoe dapper de voorlichter zich opstelde.’

Culturele achtergrond
Dagmar onderzocht niet specifiek of de culturele achtergrond van leerlingen een rol speelde in hun opvattingen. ‘Wel heb ik gemerkt dat kinderen vanuit het geloof (meestal christelijk of islamitisch) soms meekrijgen dat LHBT zijn niet goed is. Bij die kinderen sta je als het ware al 1-0 achter. Toch kun je als voorlichter vaak meer betekenen dan je denkt. Door middel van het overdragen van kennis en ervaringen krijgen ook deze leerlingen meer begrip voor het onderwerp. Een mooi voorbeeld vond ik een meisje in een van de klassen waar ik ben geweest. Vanuit haar geloof kreeg ze te horen dat gay zijn slecht was. Hierdoor zat ze na de voorlichting in tweestrijd. Ze kon meer begrip opbrengen voor LHBT’s.’

‘De invloed van de voorlichter is van korte duur’

Over het algemeen was het resultaat van Dagmars onderzoek zeer positief. ‘Dat sluit aan bij de literatuur die reeds over dit onderwerp beschikbaar is. Het overbrengen van kennis en ervaringen zorgt voor meer begrip en inlevingsvermogen. Dit is precies waar de voorlichtingen toe dienen. ‘Wanneer een voorlichter zich openstelt, maakt dat ervaringsverhaal een zeer positieve indruk op de leerlingen. Daarnaast moet de voorlichter te allen tijde een goede balans houden tussen het uitstralen van autoriteit en vriendelijkheid. De invloed van een voorlichter is echter wel van korte duur, de school zou achteraf meer met het onderwerp aan de slag moeten.’

Tekst: Martijn Kamphorst