1. Hoe belangrijk vind je je doel?
Allereerst is het belangrijk om jezelf af te vragen hoe urgent de redenen zijn om te veranderen. Doe je het vooral voor jezelf, of doe je het meer voor een ander of anderen? Het is namelijk veel lastiger om je doel te halen als je er zelf diep van binnen niet achter staat. Heb je vooral het gevoel dat je sport of af moet vallen omdat je de overtuiging hebt dat je aan een bepaalde norm moet voldoen? Denk aan: ik moet fitnessen, want iedereen doet het. Terwijl je liever gitaar zou gaan spelen. In zo’n geval doe je het dus meer voor een ander. Het is zo vaak veel moeilijker om het sporten vol te houden.

Daarnaast kan het zo zijn dat op dit moment andere dingen in je leven meer prioriteit hebben en dat je motivatie om af te vallen daardoor wordt verzwakt. Bijvoorbeeld als je te veel stress ervaart in je leven wordt het lastiger om nog energie op te brengen om op je eten en beweging te letten.

2. Heb je je wel goed voorbereid?
Was je wel klaar om te veranderen? Het kan zijn dat je te vroeg bent begonnen en te hard van stapel bent gelopen. Je hebt je misschien niet goed voorbereid op de obstakels waar je tegenaan bent gelopen. Of wellicht heb je jezelf overbelast en had je onrealistische verwachtingen.

3. Richt je op oplossingen
Het is niet effectief om te lang stil te blijven staan bij wat er allemaal fout gaat. Richt je daarom meer in het denken in oplossingen. De volgende vragen helpen je hierbij.

  1. In hoeverre heb je er vertrouwen in dat je het gewenste gedrag gaat volharden?' Geef hiervoor een cijfer tussen de 1 en de 10. Stel, je vertrouwen geef je een 5. Vraag jezelf vervolgens af hoe het komt dat je geen 4 (dus 1 punt lager) hebt ingevuld. Door jezelf deze vraag te stellen, word je je bewust van bepaalde vaardigheden die je al bezit en de dingen je al hebt behaald. Dit geeft vaak meer zelfvertrouwen.
  2. Hierna stel je jezelf de vraag: wat is er voor nodig om naar een 6 te gaan? Probeer hierbij voor jezelf zo concreet mogelijk uit te schrijven welke acties jou daarbij kunnen helpen. Je kunt ook meer inzicht krijgen in je eetgewoontes door je voeding te gaan loggen.
  3. Wat gaat er wel goed? We zijn vaak geneigd om vooral te zien wat er allemaal fout gaat. Maar probeer eerst eens in te zoomen op wat er allemaal wel gaat zoals je wilt. Er zijn namelijk altijd uitzonderingen op de regel. En wat zijn de redenen dat je dit wel gelukt is? Wat heb je daarvoor gedaan? Wij zijn als mens geneigd om zwart-wit te denken. Je denkt: ik doe het weer niet goed. Maar is dit wel zo? Je hebt vast al wel veranderingen aangebracht in je voedingspatroon die gezonder zijn dan voorheen. Je neemt 's ochtends misschien al vaak een gezond ontbijt. Laat dit vooral zo.

4. Welke gewoontes belemmeren het behalen van je doel?
Vervolgens zoom je in op wat er niet gaat zoals je wilt. Wat zijn bijvoorbeeld de obstakels waar je tegen aanloopt en wat zijn je valkuilen? Wellicht weet je geregeld geen maat te houden bij verjaardagen. Je hebt het gevoel dat je de controle verliest. Hiermee krijg je ongepland te veel kilocalorieën binnen. Dit zou ervoor kunnen zorgen dat je niet afvalt. Maak deze gewoontes inzichtelijk, en sta er bewust bij stil.

5. Hoe ga ik hier aan werken?
Het is belangrijk om na te denken over jouw sterktes en de kansen die de omgeving biedt. Door deze manier van denken verhoog je de mate van invloed die je kunt uitvoeren. Dit werkt vaak motiverend.

6. Maak procesdoelen
Een andere manier om de motivatie te behouden, is door het maken van procesdoelen. Over het einddoel heb je namelijk geen volledige controle. Je weet nooit zeker of je 10 kilo zult afvallen. Het proces verloopt doorgaans met vallen en opstaan. Het kan veel frustratie opleveren als je je motivatie te veel laat afhangen van de uitkomst, van het resultaat.

Waar we wel veel meer invloed op kunnen uitoefenen, is het proces. Stel, je wilt afvallen. Dan is een uitkomstdoel bijvoorbeeld 2 kilogram afvallen in 1 maand. Een procesdoel richt dan meer op hóe je dat gaat doen.

Een procesdoel kan hierbij zijn: leren om meer maat te houden tijdens verjaardagen en andere sociale aangelegenheden door ‘nee’ te leren zeggen, meer zelfbewust te zijn en grenzen aan te geven. Een tweede voorbeeld: je weet niet goed hoe je gezond kunt koken. Dan is een procesdoel: leren om gezonde gerechten te koken, door je te verdiepen in gezonde voeding en gezonde gerechten. Een ander voordeel van procesdoelen is dat je er niet in kunt falen. Elke stap die je oefent, is een ervaring rijker.

7. Geloof niet te snel wat je denkt
Daarnaast kan het zijn dat je niet (meer) afvalt omdat je door de massa die je bent kwijtgeraakt minder energie nodig hebt, of dat je extra spiermassa hebt aangezet met het sporten. Nog minder eten is niet altijd de oplossing, omdat je dan de kans vergroot op tekorten. Geloof daarom niet te snel wat je denkt, maar ga op onderzoek uit. Test je hypothese!

8. Zoek steun bij anderen
Verder helpt het om je verhaal bij iemand kwijt te kunnen. Praat daarom met iemand die je vertrouwt en je niet veroordeelt. 

Coverbeeld: Creativecommons

De FIT Methode 
Ben jij op zoek naar een stappenplan dat jou helpt met het opbouwen van spieren, slanker worden en ervoor zorgt dat je dat fitter wordt? 

De FIT Methode leert je niet alleen alles over fitness, voeding en rust, maar voorziet je van een exact stappenplan, zodat jij precies weet wat je moet gaan doen om jouw droomlichaam te bereiken! 

Het boek is niet alleen voor beginners, maar ook voor gevorderden en zelfs pro’s! Waar wacht je dus nog op? Tijd om aan de slag te gaan!

Dit artikel is tot stand gekomen in samenwerking met FIT.nl.