Dat doet hij wel vaker, we zijn ook goeie vrienden – daar niet van. Toch moet ik altijd even wennen aan zijn zwetende mannenhand in die van mij. Ons hoogteverschil maakt het er ook niet makkelijker op. Hij: één meter zestig, ik: ruimschoots twee meter.

Hij doet het om te provoceren. Een Turk en een Nederlander, hand in hand. Ze dronken net nog samen een kop koffie. Op het terras zaten voornamelijk Engelse toeristen. Ze keken ons aan met grote ogen. Begrepen niet wat er aan de hand was. Zojuist waren wij nog twee mannen die een kop koffie dronken. Goede vrienden. Inmiddels waren we anders geworden. In hun ogen vreemd – zo lijkt het.

'T klemt mijn hand nog inniger in die van hem en begint wild te zwaaien en te huppelen'

T vindt het magistraal hoe mensen kunnen kijken naar twee mannen die zomaar hand in hand door de binnenstad wandelen. Na het incident van zaterdag liggen de spanningen nog hoger en ik hoor het in T’s bulderlach; hij vindt het prachtig. Klemt mijn hand nog inniger in die van hem en begint wild te zwaaien en te huppelen, wat mij dwingt om mee te huppelen. Ik ben bevangen door zijn enthousiasme.

Verderop in de straat roepen twee pubers heel hard: ‘Flikkers!’ En ook de mensen op het terras kijken nu afkeurend. Ik voel een onbeklemde woede door mijn lijf lopen. Mijn aderen gaan wijder open staan voor een vloedgolf aan adrenaline. Nog voordat ik iets kan zeggen heeft T het al gezegd. ‘Een echte man houdt ook van een andere man!’, brult hij richting de pubers. Naar het terras steekt hij zijn middelvinger op en hij trekt zijn broek naar beneden. Ik geef twee tikken op zijn blote billen. We lachen en lopen door.

De Amsterdamse student Florian Teufer (1995), probeert in zijn columns de maatschappij uit te pluizen.