Het onderzoek toont tevens aan dat niet-hetero gedetineerde jongeren langer vastzitten dan hun hetero medegevangenen en dat ze vaker seksueel misbruik ervaren tijdens hun celstraf.

Volgens de bevindingen identificeert 39,4% van de meiden in jeugdgevangenissen zich als lesbisch of biseksueel, daarbij identificeert 18,5 procent zich als ‘voornamelijk hetero’. Onder de jongens liggen deze getallen veel lager: 3,2 procent identificeert zich als homo of biseksueel en 3,9 procent als ‘voornamelijk hetero’.

Het totaal aantal gedetineerde jongeren dat zich identificeert als lesbisch, homo of biseksueel komt neer op 6,5% – in verhouding zitten er veel meer jongens dan meiden vast. Wanneer ook de jongeren die zich identificeren als ‘voornamelijk hetero’ worden meegerekend, komt het percentage neer op 11,8 procent. Dat is relatief zeer hoog; bij aanvang van het onderzoek werd aangenomen dat 6-8 procent van het totaal aantal Amerikaansen jongeren tot dezelfde seksuele minderheidsgroepen behoort.

© Williams Institute

Langer vast, vaker misbruikt
Het onderzoek toonde aan dat de meeste jongeren, ongeacht hun seksuele oriëntatie, minder dan 12 maanden vastzitten. De kans dat die 12 maanden worden overschreden ligt echter twee tot drie keer hoger onder jongeren die behoren tot een seksuele minderheid.

Tevens lopen LHB-jongeren volgens het onderzoek meer risico op seksueel misbruik en geweld tijdens het uitzitten van hun celstraf. Zo deed 20,6 procent van de homo- en biseksuele jongens melding van misbruik door medegevangenen. Onder hetero jongens lag dit percentage op 1,9 procent.’

© Williams Institute

Unieke behoeften
‘Deze bevindingen ondersteunen de oproepen van beleidsmakers en activisten om meer aandacht te besteden aan de unieke behoeften van LHBT-jongeren in de gevangenis’, aldus dr. Bianca D.M. Wilson, de voornaamste auteur van het rapport.

De onderzoekers concluderen dat autoriteiten hun focus moeten verbreden om deze disproportionele representatie van seksuele minderheden in gevangenissen te corrigeren.

De volledige resultaten van het onderzoek zijn terug te vinden op de website van het Williams Institute.