Al zolang ik me kan herinneren, zat ik als klein kind aan de buis gekluisterd om te zien hoe de ene na de andere hysterisch geklede kandidaat zijn of haar longen uit het lijf zong om hun land te vertegenwoordigen en als winnaar terug te keren. Natuurlijk weten we allemaal dat de keren dat Nederland dit deed op één hand te tellen zijn. De laatste keer was ver voor mijn geboortejaar. Maar dat mag de pret niet drukken.

Of deze voorliefde door mijn vader of moeder gevoed werd – of is het misschien dan toch een van die bijverschijnselen van het homogen – zou ik je niet kunnen vertellen. Mijn vrienden hebben zich er inmiddels ook maar bij neergelegd en weten elk jaar weer hoe laat het is wanneer ze de dag na het festival vast een uitnodiging voor het Facebook-evenement van komend jaar in hun mailbox vinden. Wie aangeeft erbij te zijn en op de dag zelf toch niet komt opdagen, wordt rigoureus uit mijn vriendenlijst geschrapt. Het kan me niet schelen wat voor argumenten er dan ter tafel worden gebracht. Al is het iets met je oma en een uitvaart, met het Eurovisie Songfestival spot je niet!

‘Plas- en rookpauzes zijn er alleen tijdens de nummers die toch geen schijn van kans maken’

Elk jaar is het weer vaste prik. We beginnen met een inloop vanaf een uur of zeven met natuurlijk ‘The Greatest Eurovision Hits’ net iets te hard op de achtergrond. En wanneer Ruth dan haar laatste toon van ‘Vrede’ heeft gezongen, gaat de tv aan voor de voorbeschouwing. Dat is ook wel het moment dat iedereen er echt moet zijn. Anders sta je voor een gesloten deur. Want plas- of rookpauzes zijn er alleen tijdens de van tevoren zorgvuldig door mij uitgekozen nummers die toch geen schijn van kans maken.

Drankjes neemt ieder voor zich mee en hapjes verzorg ik, geheel in de stijl van het land waar het festival dat jaar gehouden wordt. Zo heb ik mijn kookkunsten inmiddels al verrijkt met Azerbeidjaanse salades en Duitse rookworsten, maar natuurlijk vooral met Zweedse gehaktballetjes en knäckebröd.

En als de klok dan half negen slaat en iedereen voor de buis zit, start ook het grote Eurovision spel. Iedereen krijgt een formulier waarop je punten kunt bijhouden voor elk deelnemend land. Aan het einde maak je een top vijf van jouw favorieten en een inschatting van de uiteindelijke top vijf. Wansmaak moet je niet onderschatten, dus die twee lijsten kunnen nogal eens van elkaar verschillen.

‘Ja, alle Oostbloklanden stemmen op elkaar, maar is het feestje daardoor minder leuk?’

Tegen het einde van de uitzending spelen we vervolgens het beruchte douze points. Elke keer wanneer een land in de top vijf van jouw favorieten twaalf punten scoort ben je de sjaak en moet je een slok nemen uit de speciaal voor het feest gekochte Eurovision-mok gevuld met sappen nog giftiger dan sommige outfits en valse uithalen uit de show. Het is dan ook altijd dezelfde vriendin die aan het eind van de avond lallend over mijn balkon hangt, terwijl ze het winnende nummer uitgalmt. Degene die de daadwerkelijke top vijf het best weet te voorspellen wint de dubbel-cd met de nummers van alle deelnemende landen van dat jaar. Die sigaar uit eigen doos heb ik zelf helaas nog nooit gewonnen. De winnaar is elk jaar weer diezelfde vriendin die vijf minuten voor het einde binnen komt met een rotsmoes waarom ze te laat was, de recap van alle acts nog net even meepikt, het formulier snel even volkrabbelt en er vervolgens vandoor gaat met de winst. Wat kan het leven toch oneerlijk zijn. Net als het Songfestival overigens. Want dat alle Oostbloklanden op elkaar stemmen en wij toch geen schijn van kans maken, mag bekend zijn. Maar is het feestje daarom minder leuk? Zeer zeker niet! Uiteindelijk is bij het Songfestival, net als in het leven, meedoen namelijk belangrijker dan winnen. En daar doen we het voor! Nou oké dan, en natuurlijk ook een beetje voor alle vreselijk lelijke en hysterische outfits, pruiken, make-up en nummers. Douze points!

Foto: Monseigneur Madhatter