Ook hebben ze mij écht kennis laten maken met werelden die mij daarvoor alleen van horen zeggen bekend waren. Mej R heeft mij bewust gemaakt van het prachtgeluid van de saxofoon. Door het al jong uit de kast komen van Tokke is homoseksualiteit inmiddels ook een deel van mijn leven geworden. Dankzij Es ben ik een seizoen voetbaltrainster geworden en Em leeft, ademt en droomt paard, dus ook in die tak van sport ben ik inmiddels geen leek meer. Alle vier zitten ongevraagd in mijn aura, in mijn kledingkast, in mijn koelkast, met vriendjes op mijn bank chips te kruimelen en ze trekken mijn bankrekening in een moordend tempo leeg. Maar veel belangrijker: ze zitten in mijn hart. Zo diep verankerd en vergroeid dat ze daar nooit zonder blijvende schade meer uit verwijderd kunnen worden.

‘Wie had gedacht dat ik ooit columns zou schrijven voor Gay.nl?’

Voor het eerst moeder worden is (hopelijk) een keuze die je maakt zonder dat je écht weet waar je aan begint. Je tekent een contract zonder de kleine lettertjes te lezen. En in dit specifieke geval is dat maar goed ook. Want je toekomstige moederrol zou in dat contract nooit goed verwoord kunnen worden. Wie had bijvoorbeeld gedacht dat ik als moeder van een gay zoon later columns zou gaan schrijven voor Gay.nl? De plek die kinderen onherroepelijk gaan innemen in je leven is te abstract om van tevoren te kunnen bevatten.

Als verse moeder word je gelukkig meteen uitgerust met het fenomeen subjectiviteit. Dit stelt de dame in kwestie in staat om de meest verfrommelde kale baby met vlekjes en pukkeltjes toch het allermooiste kind ter wereld te vinden. De herinnering van de werkelijke impact die de slapeloze nachten waarin je rondliep met ontroostbare baby’s op je arm op je had, vervaagt op een gegeven moment toch. Ooit gaan ze ineens doorslapen en ben je alleen ’s nachts nog maar met ze in de weer als ze ziek zijn. Tot nu toe heb ik het geluk dat de ellende op medisch gebied beperkt is gebleven tot de valpartijen met gebroken ledematen, oorontstekingen, griepjes, ernstige gevallen van schoolziekte en waterpokkenleed. Ik mag mezelf dus in de handjes wrijven, allemaal herstelbaar leed zonder restschade.

Zo groeit je gezin op met butsen en bulten om nog maar te zwijgen over het psychische leed dat je ze meestal onbedoeld aandoet door ze verkeerd te begrijpen, ze straf te geven voor iets waar hun broertje/zusje eigenlijk de dader van was of door ze (in hun ogen) onredelijke dingen te verbieden. Je ziet met verwondering talenten ontwikkelen, persoonlijkheden tot bloei komen en met verbijstering ontdek je dat je enkele van je eigen onhebbelijkheden waar je zo’n hekel aan hebt, door hebt gegeven aan de volgende generatie.

‘Mijn kinderen maken me beangstigend kwetsbaar en sterk als een leeuwin

Twee van de vier zijn inmiddels volwassen en wonen niet meer onder het ouderlijk dak. Mej. R heeft helemaal haar draai gevonden in Amsterdam. Daar studeert en woont ze. En Tokke is met de eindsprint bezig van zijn opleiding in Arnhem. Waar ik bij de twee jongste nog dagelijks fysiek bij hun leven betrokken ben, is dat bij de twee oudste anders. Zij kunnen zelf bepalen in hoe verre ze me nog toe laten. Ik heb echt niet de illusie dat ze me elke dronken avond, aangebrande spaghettisaus, flirts met leuke heren, studietegenslagen of ruzie met een vriend of vriendin nog melden. Maar gelukkig krijg ik nog steeds van beiden – al dan niet gedetailleerde – updates van wat er speelt in hun leven.

Want ook al wonen ze nu zelfstandig, voor mij als moeder is er in mijn hart niets veranderd. Nog steeds zitten ze daar alle vier verankerd. Ben ik blij voor ze, boos op ze, trots op ze. Maken ze me heel hard aan het lachen en erger ik me aan ze. Verrijken ze mijn leven en kosten ze me bakken met geld. Zijn ze zó verschillend en horen ze zó bij elkaar. Maak ik me zorgen om ze en probeer ik ze los te laten. Herken ik dingen in ze en ontdek ik ze. Maken ze me beangstigend kwetsbaar en sterk als een leeuwin. Mag ik ze meestal nog troosten en duwen ze me soms ook wel terecht weg.

Maar bovenal:

Ik heb ze zo verschrikkelijk lief. Elke dag een beetje meer.  

Foto: Peter van der Wal