Ik heb me de afgelopen weken hogelijk verbaasd over alle discussies rondom het herdenken. Hoogte- of dieptepunt, zo je wilt, was het felle debat over de herdenking voor vluchtelingen, een initiatief van mijn collega ds. Rikko Voorberg. Je kunt twisten over het gekozen tijdstip: eveneens op 4 mei om 20.00 uur. Dat vond ik ook een lastige. Maar wat ik echt moeilijk vond was de felheid en de boosheid die gepaard ging met de reactie op het voornemen van Rikko. Strekking: blijf van ‘onze’ herdenking af, die uitsluitend en alleen bedoeld is om stil te staan bij alle gestorvenen, burgers en militairen tijdens de Tweede Wereldoorlog en tijdens vredesmissies daarna. Inderdaad lijkt me dit het doel van de herdenking op 4 mei, maar ik had nooit begrepen dat het bedoeld was om exclusief bij het verleden stil te staan. Wat heeft een herdenking voor zin, wat heeft de dood van al die miljoenen mensen voor zin, als het niet direct oproept tot nadenken over wat er allemaal gebeurt in de wereld waarin we nu leven? Hoe mensen nu verklaard worden tot tweederangsburgers, hoe anderen nu worden gediscrimineerd, hoe vrouwen, mannen en kinderen nu sterven, op de vlucht slaan naar een beter leven?

‘Mensen die om hun homoseksualiteit zijn omgebracht, worden nogal eens vergeten tijdens de herdenking’

De hele discussie deed me nog eens stilstaan bij mijn keuze voor het Homomonument ieder jaar. Waarom sta ik daar en niet een paar honderd meter verderop, op de Dam? Misschien omdat die plek de verbinding tussen het verleden, het heden en de toekomst al in zich draagt en ik daarin de zin van het herdenken ervaar. Het Homomonument is zelfs met die bedoeling gemaakt. En op 4 mei komt het ieder jaar op gepaste wijze tot uitdrukking. Het Homomonument was er wellicht nooit geweest, als er bij de officiële herdenking nu ruim dertig jaar geleden wél ruimte was geweest om ook de omgekomen homo’s in de Duitse concentratiekampen te herdenken. Pijnlijk duidelijk werd toen dat het herdenken op 4 mei kennelijk niet inclusief bedoeld was. En tot op de dag vandaag worden de mensen die om hun homoseksualiteit zijn omgebracht, nogal eens vergeten als de gestorvenen in de Tweede Wereldoorlog worden herdacht. Gewoon vergeten, durft men niet, of wil men zelfs niet?

En daarom sta ik op het Homomonument, juist daar, om Amsterdam, om de wereld, om mijzelf eraan te herinneren dat dezelfde mechanismen van uitsluiting die ten grondslag lagen aan de gruwelen van de Tweede Wereldoorlog nog altijd hun foute werk doen. Op het Homomonument denk ik ieder jaar aan alle in de Tweede Wereldoorlog omgebrachte en omgekomen mensen én sta ik stil bij de manifeste en subtiele uitsluiting van mensen die nog altijd voortduurt: lesbiennes, homo’s, biseksuelen, transgenders, mensen met een intersekse-conditie, aseksuelen, queers, vrouwen, migranten en ga zo maar door. Zachtjes voor mezelf spreek ik de intentie uit dat ik wil werken aan een toekomst waarin iedereen er mag zijn en waarin mensen elkaar geen grenzen meer stellen om samen te leven, letterlijk en figuurlijk.

Komende zondag 14 mei gedenken we in de Oude Kerk in Amsterdam, om 18.00 uur, ter gelegenheid van de Internationale Dag tegen Homofobie, Bifobie en Transfobie (IDAHOBIT – 17 mei). Peter van der Wal, (collega-columnist van mij hier op Gay.nl) en Elze Reinders, beiden 34 jaar, delen hun ervaringen van wanhoop en hoop in en rond de kerk. We steken er een licht over op, omdat we niet willen vergeten én omdat we zeker weten dat er ooit een wereld komt waarin het voor iedereen goed toeven zal zijn. Van harte welkom zondag.

Foto: Mgr. Madhatter