Na een korte pauze keerden Laura en ik terug naar het leslokaal, waar we de stoelen in de kring hadden laten staan. Voor een dichte deur, in een krap gangetje, wachtten we samen met de nieuwe groep leerlingen op hun docent die het lokaal zou komen openen. En terwijl ik naar voren liep, hoorde ik enkele leerlingen roepen: ‘Kijk, daar heb je die homo. Vandaag hebben we homo-les van hem. HOMO!’ Op nog geen twee meter afstand van mij zag ik de jongens uitdagend naar mij kijken. Laura en ik keken elkaar aan en wisten: nog niet reageren, maar dit wordt geen makkelijke les.

‘Het was in deze klas hard werken om het gesprek op gang te krijgen'

Deze leerlingen hadden deels nog gelijk ook. Want ja, ik ben een homo en ik verzorg hun gastles. Maar dit is niet de manier om je respect te tonen voor je gastdocent. Dit voelde grof en provocerend.

Maar in dit geval besloot ik even geen reactie te geven. Het gesprek bevorderen, dat is wat ik wil bereiken. Dus begonnen we de les met het afspreken van huisregels, zoals we dat altijd doen: Iedereen krijgt de vrijheid om zijn mening te uiten, maar doet dat op een respectvolle manier, zoals je zelf ook benaderd wilt worden, met ruimte voor elkaar, nadat je wacht op je beurt. Ergens voelde ik al dat ik deze afspraken wat duidelijker maakte met de klas. Waar ik soms nog genoegen neem met een instemmend gemompel, wilde ik vandaag een duidelijke ‘ja’ horen.

En hoewel sommigen een grote mond hadden op de gang, was het nog hard werken om het gesprek op gang te krijgen. Maar dat kan ik intussen wel: spelvormen, een prikkelende lesvideo, de vrijheid bieden om vragen te stellen, je persoonlijke verhaal doen. Langzaam dooide het ijs en toen de vaste docent ook wat vragen ging stellen, kwam de klas langzaam op gang. Het werd een les zoals ik ze leuk vind om te begeleiden, vol menselijke interactie.

‘Beweren dat je nooit met “homo” scheldt waar een homo bij is, is natuurlijk absolute onzin’

Niet veel later kwamen we op het gebruik van 'homo!' als scheldwoord. Precies zoals verwacht, werd dit vaak geroepen op de school, maar hadden de leerlingen genoeg zwakke argumenten om dit heel normaal te vinden. ‘Maar we zeggen dat nooit waar een homo bij is’, bijvoorbeeld.

En dat was precies waar ik heen wilde. ‘Allemaal leuk en aardig jongens, maar mij houd je daar niet mee voor de gek.’ Ik vertelde de klas over hoe mijn collega en ik werden 'ontvangen' door sommigen van hen. Hoe ze bewust negeerden dat ik binnen gehoorafstand stond. Ik legde uit dat ik daar nu wel met rechte rug doorheen loop. Maar wat nou als ik hun klasgenoot was? Dan had ik het als 14-jarige heel moeilijk gehad. Ze maakten de sfeer daarmee op school heel onveilig en het laat iemand onderhuids zich heel eenzaam voelen. Dan beweren dat je het nooit zegt waar een homo bij is, is natuurlijk absolute onzin.

Ik beloofde de klas om niemand van hen aan te wijzen, maar ik zag een paar jongens erg stil worden en naar de grond staren. Ongemakkelijk onder het contrast van eerder: toen ze naar mij riepen hadden ze nog niet door dat ik iemand ben met een persoonlijk verhaal én dat ik niet zomaar alles pik. Ze op deze manier met hun woorden confronteren had ik niet kunnen doen aan het begin van de les. Had ik dat wel gedaan, dan zou ik de communicatie nog voor het begin dichtslaan en hadden ze niets geleerd. Nu was de impact alleen maar groter en was er ruimte om erover te praten.

‘Deze docent baalde duidelijk van zijn leerlingen’

Intussen zat de docent, die deze gastlessen had aangevraagd, met zijn gezicht in zijn handen. Hij baalde duidelijk van zijn leerlingen, die zich niet hadden gedragen zoals van ze werd verwacht. Voor mij betekent dat vooral dat onze lessen nodig zijn: hun gedrag was vooral een goede case study die ik direct terug kon geven. En dat werkte. Op het evaluatieformulier schreef hij over Laura en mij: ‘Goede persoonlijke verhalen, jullie zochten diepte in het onderwerp en hadden goede interactie met de klas. Voor herhaling vatbaar.’

Meer lezen of zelf interesse om voorlichter te worden? Neem eens een kijkje op de Facebook-pagina van Voorlichting COC Haaglanden.

Foto: Mgr. Madhatter