In het blad staan allerlei soorten artikelen, ook brieven van mensen die zelf homoseksuele familieleden hebben en die zich zorgen maken en boos zijn. Gelukkig staan deze verhalen naast elkaar en verdonkeremaant de kerk niet dat het besluit in een deel van de kerk nogal slecht gevallen is. Je zou denken: dat biedt een goede basis voor dialoog en gesprek, maar al verder lezende, besef ik dat mijn hoop daarop ijdele hoop is. Je mag echt zelf weten wat voor keuze je maakt als homo of lesbo, maar als je je seksualiteit in praktijk brengt, is dat een zonde volgens de Bijbel en kun je aan bepaalde gebruiken in de kerk niet deelnemen, zo lees ik keer op keer.

‘Psychische druk is blijkbaar acceptabel, omdat de kerk wil voorkomen dat homo’s hun liefde in de praktijk brengen’

Bijbelonderzoek dat zich inmiddels al tientallen jaren opstapelt en dat laat zien dat het helemaal niet zo eenvoudig is zo’n gemakkelijk oordeel te hebben over homoseksualiteit, wordt moeiteloos in de wind geslagen. De Bijbel is duidelijk, zo vindt men. Dat zo glashard blijven zeggen vind ik onbegrijpelijk. Dan zou je als kerk toch tenminste iedereen zelf de ruimte moeten geven om tot eigen conclusies te komen. Dat is ook nog eens goed protestants.

Een uitspraak van Ad Heystek, docent psychologie aan de Christelijke Hogeschool Ede en de Theologische Universiteit Apeldoorn, slaat echter alles. Als hem wordt gevraagd naar de psychische druk die het besluit van de kerk ‘op grond van Gods Woord’ oplevert voor homoseksuele mensen, dan meent hij doodleuk dat je soms een bepaald kwaad hebt te accepteren om een groter kwaad te voorkomen. Ik lees er eerst bijna overheen, maar mijn ogen blijven hangen, vooral omdat ik bijna niet kan geloven wat ik bij herhaling nog eens lees. Psychische druk is dus acceptabel, omdat de kerk moet voorkomen dat homoseksuele mensen gaan ‘zondigen’, oftewel: dat zij hun vermogen om lief te hebben in de praktijk gaan brengen.

Inmiddels weten we uit onderzoek dat er onder traditioneel-christelijke jongeren die homo of lesbo zijn, veel vaker gedachten aan zelfmoord voorkomen, en ik weet dat dat ook daadwerkelijk voorkomt. Met zulke opvattingen begin ik dat goed te begrijpen, ja. Meneer Heystek heeft kennelijk niet door dat ‘een bepaald kwaad accepteren’ concreet betekent: mensen, jongeren in wanhoop storten, soms met de dood tot gevolg. Hoe kan een kerk zoiets in Godsnaam accepteren? En hoe kan een psycholoog zoiets willen? Nog niet zo lang geleden sprak ik een meisje dat een boekje over homoseksualiteit voor jongeren uit dezelfde kring had gelezen. Het eerste wat ze dacht toen ze het uit had, was: als ik zo moet leven, in onthouding, dan kan ik er beter een eind aan maken… Om te huilen gewoon, dat ik dat anno 2017 nog moet horen.

‘Christelijke Gereformeerde Kerken, hoeveel dode jongeren kunnen jullie nog aan?’

Gelukkig wordt er in hoe langer hoe meer kerken anders gedacht over homoseksualiteit, maar ik lig wakker bij de gedachte aan al die jongeren uit deze 72.000 leden tellende kerk die ’s nachts ook wakker liggen, omdat ze – volstrekt onnodig – verscheurd worden tussen hun eigen gevoelens en de loyaliteit die zij voelen naar hun familie en hun gemeenschap. Christelijke Gereformeerde Kerken, hoeveel dode jongeren kunnen jullie nog aan, vraag ik mij boos af…

Als ik deze column schrijf, is het Pinksteren. In een volle kerk hebben we elkaar in alle toonaarden toegezongen hoe inclusief de heilige Geest is, die zich met Pinksteren over alle mensen uitstort. Mensen (zie Handelingen 2) blijken zelfs ‘in hun eigen taal’ te begrijpen wat de goede boodschap van Jezus van leven en bevrijding inhoudt. Zou dat ook voor lesbo’s, homo’s, bi’s en transmensen gelden, dat zij met hun hele hebben en houden, ‘in hun eigen taal’ bij kunnen dragen aan wat leven is en hoe je je kunt bevrijden uit wat je weerhoudt om te leven, in Gods Naam? Ik denk het wel. Alsjeblieft, Christelijke Gereformeerde Kerken, laat de Geest waaien waarheen zij wil!

Foto: Mgr. Madhatter