Diversiteit in het bedrijfsleven is zó hot, je kunt je vingers er bijna aan branden. Vanuit Amsterdam zet Workplace Pride zich hiervoor in met de Declaration of Amsterdam: een call-to-actionlijst, bestaande uit Tien Geboden waaraan organisaties moeten voldoen om inclusiviteit te waarborgen. Die call to action is een resultaat van onderzoek – veel onderzoek.

'Soms kijken medewerkers verbaasd op wanneer ze vernemen dat hún bedrijf blijkbaar veel doet aan diversiteit'

Europese commissie
Een kloek boekwerk is The Business Case for Diversity in the Workplace: sexual orientation and gender identity1 van de Europese Commissie. Uit deze studie blijkt dat het de goede kant op gaat met het diversiteitsbeleid bij multinationals. Er komen steeds meer initiatieven die door het management ondersteund worden. Meestal ontstaan die op het hoofdkantoor en daarna druppelen ze dan door naar de landen waar de multinational actief is. In het onderzoek wordt opgemerkt dat het beleid niet altijd bij de juiste personen terecht komt, omdat de wetten van sommige landen dit verhinderen. De onderzoekers hameren er in hun aanbevelingen op dat diversiteit eerst intern moet worden opgepikt voordat dit extern kan worden gecommuniceerd via marketing en pr – soms keken medewerkers raar op toen zij in media vernamen dat hún bedrijf veel aan dit thema doet, terwijl zij dat eigenlijk niet wisten. Tot slot wijzen de onderzoekers een aantal succesfactoren aan, zoals vastberadenheid bij het management, training voor alle medewerkers en het belang van LHBT-netwerken binnen de organisaties.

Universiteit Leiden
Jojanneke van der Toorn, sinds 1 januari ’s werelds eerste hoogleraar op de bijzondere leerstoel Workplace Pride aan de Universiteit Leiden, haalde op 21 maart (de Internationale Dag tegen Racisme en Discriminatie) een onderzoek aan van het Sociaal Cultureel Planbureau: 'Veel mensen denken dat het hier wel goed gaat omdat Nederland in vergelijking met andere landen tolerant is op dit gebied. Maar uit onderzoek van blijkt dat LHBT-werknemers veel vaker een burn-out krijgen: onder homoseksuele en lesbische medewerkers is dat 21 procent en onder biseksuele medewerkers zelfs 22 procent, wat substantieel hoger is dan onder heteroseksuele medewerkers (12%).' En daarbij voegt zij toe: 'Recent onderzoek lijkt te suggereren dat deze groep meer gepest wordt dan degenen die op het werk duidelijk zijn over hun seksuele voorkeur. Met deze medewerkers gaat het meestal ook beter, ze hebben minder psychische problemen.'2

'14% van de homomannen en 5% van de lesbische vrouwen krijgt te maken met negatieve reacties'

Movisie
Eind 2015 verzamelde landelijk kennisinstituut en adviesbureau voor het sociaal domein Movisie enkele onderzoeken3 naar LHBT-emancipatie en vatte die beknopt samen. Ook arbeidsparticipatie werd onderzocht. Toen bleek ruim 80% van de homoseksuele mannen en lesbische vrouwen tegenover collega’s open te zijn over hun seksuele voorkeur. Toch meldde bijvoorbeeld 14% van de mannen en 5% van de vrouwen negatieve reacties te hebben meegemaakt. En vergeleken met de Nederlandse bevolking bleken transgenders minder vaak actief op de arbeidsmarkt en veel vaker arbeidsongeschikt of werkloos. Ook uit het eerdergenoemde onderzoek van de EU, blijkt dat transgenders en mensen met een interseksidentiteit in het bedrijfsleven nog niet volledig worden geaccepteerd. To say the least.

Sociaal Cultureel Planbureau
Uit de LHBT-monitor van het Sociaal Cultureel Planbureau4 blijkt dat de verschillen in loopbaanbeleving, sociale omgang, burn-outklachten, verzuim en werktevredenheid tussen LHB- en heteroseksuele werknemers op de meeste terreinen talrijk zijn. De grootste verschillen doen zich voor tussen biseksuele en heteroseksuele werknemers. Biseksuele werknemers hebben vaker een tijdelijk contract, ervaren meer conflicten en ongewenst gedrag, hebben meer burn-outklachten en een hoger verzuim en ze zijn ook minder tevreden. Dit komt overeen met eerder onderzoek. Bij de lesbische en homoseksuele werknemers doen de problemen zich met name voor op het terrein van burn-out klachten, maar ook zij ervaren meer conflicten, meer ongewenst gedrag en zijn minder tevreden over hun werk. 

1: Door het internationale onderzoeks- en beleidsadviesbureau Ecorys. Lisa van Beek, Alessandra Cancedda en Carlien Scheele. 26 september 2016.
2: Bron: Universiteit Leiden
3: Bron: Movisie, Feiten en cijfers LHBT-emancipatie, 14 december 2015.
4: Bron: LHBT-monitor 2016. Opvattingen over en ervaringen van lesbische, homoseksuele, biseksuele en transgender personen.

Tekst: Edwin Reinerie