En ja, voor wie het zich afvraagt, die vriend uit Syrië is inderdaad als vluchteling naar Nederland gekomen. Niet op een boot, maar gewoon met een KLM-vliegtuig. Niets zieligs aan, toch? Dat was tenminste wat ik dacht. Ik leerde hem kennen als iemand die zijn zaakjes prima op orde heeft. Binnen een jaar leerde hij vloeiend Nederlands via een versnelde studie aan de Universiteit. Hij leerde oer-Hollandse gerechten koken die ik bij lange na niet zou kunnen maken. Hij treedt op in een koor en in een toneelgroep. Ik vond het dan ook bijna verbazingwekkend toen juist hij me mee vroeg naar de expositie. Hij had het eigenlijk nooit over Syrië, eerder over welke nieuwe kleding hij laatst nog gekocht had en welke haarproducten het best werken voor die perfecte out-of-bedlook.

‘Wat moet je niet hebben meegemaakt als al je persoonlijke spullen op je eind twintigste al worden tentoongesteld?’

Maar in het museum aangekomen, kwam een andere kant van hem naar boven. De rondleiding door de expositie werd gegeven door hem en een handjevol andere mensen die als vluchteling vanuit Syrië in ons land terecht waren gekomen. Ieder vertelde zijn of haar verhaal. Mijn vriend vertelde over zijn jeugd in Aleppo en hoe hij hier terecht was gekomen. Wat – en vooral wie – hij achter zich moest laten, en wat hij mee mocht nemen. Hoe hij wel voor zijn christelijke geloof kon uitkomen vanuit zijn Armeense roots in het islamitische Syrië, maar hoe hij zijn geaardheid verborgen moest houden. Hoe hij hier in Nederland nu eindelijk zichzelf kan zijn en zijn nieuw opgebouwde leven in alle openheid en trots kan delen met zijn vriend.

Tegen het einde van zijn verhaal wees hij naar een glazen vitrine met foto’s uit zijn jeugd. Ik zag hem als klein jongetje in een nog prachtig Aleppo. Vol onschuld, niet wetende wat de stad later te wachten zou staan. Ernaast lag een flyer van het toneelstuk waar hij destijds in Syrië in speelde, om te ontsnappen aan de druk van het zich dagelijks anders voor moeten doen dan hoe hij werkelijk was. Het raakte me enorm om hem van deze kwetsbare kant te leren kennen en terwijl ik keek naar de foto’s voelde ik een traan over mijn wang lopen. Ik was zo ontzettend trots op hem. Kun je nagaan wat je allemaal niet meegemaakt moet hebben in je leven om als eind twintiger al je persoonlijke spullen in een museumvitrine tentoongesteld te zien?

De rest van de rondleiding hield ik het niet meer. Terwijl een meisje met hoofddoek in haar beste Nederlands dolenthousiast begon te vertellen over de vele specialiteiten uit haar land van herkomst schoot ik vol. Maar er was helemaal niets zielig aan het meisje. In tegendeel juist, ze was het perfecte voorbeeld van hoe je ergens anders een nieuw bestaan op kan bouwen. Toch kon ik de tranen niet bedwingen. Snel keek ik weg richting een grote foto van gebombardeerde huizen. Want dat was wel tranentrekkend. Daar mag je wel om huilen, toch?

Na afloop van de rondleiding gaf ik de vriend een hele dikke knuffel en bedankte hem voor het delen van zijn verhaal. Eigenlijk wilde ik alleen maar huilen. Maar als zelfs hij dat niet deed, welke reden had ik dan om weer in tranen uit te barsten? In plaats daarvan besloot ik deze dag als een wijze les te zien. Als ik voortaan door de stad loop op een drukke dag zal ik proberen wat minder met mijn telefoon bezig te zijn en wat meer met de mensen om mij heen. Want wie weet wat voor verhalen er achter hen schuilgaan. Iedereen heeft zo zijn eigen strijd gestreden, zonder dat we daar iets van weten. En een museum bezoeken, dat ben ik ook zeker van plan weer wat vaker te doen.

Foto: Monseigneur Madhatter