Er was nauwelijks een columnist of opiniemaker over de nieuwe taal voor Amsterdamse ambtenaren of het ‘beste reizigers’ van de NS te spreken. Zelfs een transgender persoon als Maxim Februari beaamde in NRC nog maar eens het oer-Hollandse gedachtegoed: ‘Hokjes moeten. Hokjes zijn goed.’ Ja, als je in het hokje past misschien – of daarin vooral krampachtig probeert te passen. Want of Februari het wil of niet, voor velen zal hij achter de rug toch altijd een beetje Marjolein blijven.

De werkelijkheid is echter dat – alle haat en nijd ten spijt – de nieuwe generaties jonge Nederlanders dat hokjesdenken allang voorbij zijn. Niet voor niets bestempelde the Guardian Generatie Y als de genadeloze generatie. Andere Amerikaanse onderzoeken en enquêtes tonen een duidelijke trend. Iedere generatie definieert zich minder uitsluitend heteroseksueel of cisgender (wanneer je genderidentiteit overeenkomt met je biologische geslacht) dan de vorige. Volgens sommige onderzoeken loopt het percentage niet-heteronormatieve cisgender personen zelfs op tot 52 procent. Al is het natuurlijk maar de vraag in hoeverre er überhaupt op een dergelijke zaak te enquêteren valt.

‘Waarom de samenleving zich moet aanpassen aan een onbeduidende minderheid? Waarom niet, vraag ik u?’

Het vraagt anno vandaag nog steeds veel van een tienerjongen om te zeggen dat hij zich misschien helemaal niet zo jongensachtig voelt – wat dat ook moge zijn. Deze cijfers, die ik ook aanhaalde in een stuk voor NRC, werden door diezelfde krant in een factcheck dan ook onmiddellijk onder de loep genomen. Ik ben voor. Nergens claim ik dat de onderzoeken kloppen, en niet voor niets heb ik ook een ander onderzoek in mijn stuk opgenomen, dat op lagere cijfers komt. Het gaat immers om de trend en het argument en niet de precieze procent.

Pijnlijk blijft de hardnekkige weigering van zowel de Nederlandse media als de samenleving in haar geheel om deze duidelijke realiteit onder ogen te zien: er is meer dan man en vrouw en nee dit gaat niet om een niche-groep. ‘Waarom moeten wij ons aanpassen aan een onbeduidende minderheid?’ lijkt de algemene gedachte. Mijn tegenvraag luidt: waarom niet? U blijft echt wel u, u geeft alleen de ander eenzelfde recht tot zelfbeschikking, en -ontplooiing.

Daarbij ben ik ervan overtuigd dat die minderheid een stuk groter is, wanneer daartoe de ruimte wordt gelaten. In de kranten komt herhaaldelijk het cijfer van 2 procent of 4 procent naar voren. Maar dit cijfer is niet alleen gedateerd, het omvat slechts het geschatte aantal transgenderpersonen in Nederland, die inderdaad in de meeste gevallen helemaal geen eigen aanspreekvorm willen. Maxim Februari is simpelweg een witte man van middelbare leeftijd. En dat is in zijn denkwijze te merken ook. Laat dus vooral geen verwarring over zijn genderidentiteit bestaan of trans-adjectief voor worden geplaatst. Het is incorrect en onnodig kwetsend transgenderpersonen constant tot een aparte subcategorie van de mensheid te reduceren.

Maar er is meer dan man en vrouw, trans of niet trans. En dat laatste wordt categorisch ontkend. Sinds ik uit de kast kwam als Mounir, en als genderqueer, ben ik ongewild en ongevraagd in vrijwel ieder artikel of item over die zogeheten ‘transgenders’ genoemd. Zelfs in de introductie van mijn opiniestuk worden Maxim Februari en ik beiden ‘transgenders’ genoemd, niet eens transgenderpersoon, zoals de nieuwe code luidt.

‘Misschien is “jouw jongen” wel helemaal geen jongen, of zelfs meer dan dat’

Ik ben in transitie ja, maar dit maakt mij geen transpersoon. Maar die ruimte wil de media en de maatschappij mij, en zovelen anderen met mij, me maar niet geven. Dit heet zo langzamerhand geen onkunde meer, maar bewuste onwil. De dagelijkse ontkenning van het wezen duwt mensen in een fysieke transitie, die ze eigenlijk niet willen of zouden ondergaan als ze simpelweg zonder hormoonbehandeling als zichzelf door het leven konden gaan. Ik ben een man, altijd geweest. Maar ook zoveel meer dan dat. Ik weet niet hoe vaak ik heb moeten uitleggen een feminiene man te zijn, geen masculiene vrouw. Het liefst van al onderwerp ik me helemaal niet aan het denken in man óf vrouw.

Ik ontwikkelde er zelfs een speciaal model voor met de Schaal van Samuel. Deze schaal maakt van genderidentiteit een continuüm tussen masculien en feminien, dat afhankelijk van plaats, cultuur en tijd constant aan verandering onderhevig is. Ook weekt het model iemands genderoriëntatie los van iemands seksuele geaardheid, wat mensen in staat stelt hun respectievelijke femininiteit of masculiniteit te omarmen, zonder dat dit vragen over hun geaardheid oproept. Pijnlijk maar noodzakelijk. Want helaas zijn vandaag de dag nog veel te veel mensen als de dood om voor ‘homo’ of ‘pot’ te worden versleten. Anno 2017 kan een ‘man’ in Nederland nog steeds niet veilig met mascara over straat, of een korte rok en harige benen, of geaffecteerde handgebaren maken zonder te worden lastiggevallen, bedreigd, uitgescholden of in elkaar geslagen… Of simpelweg ontslagen. Niet voor niets bestaat onder transgenderpersonen in Nederland een schrikbarend hoge mate van werkloosheid (40%) en dan doen veel van hen nog hard hun best ook om zich wel aan één van de twee genderpolen te conformeren. En denken dat zo’n man ‘gewoon’ hetero is, of biseksueel op z’n meest? Onmogelijk. Een feminiene man moet wel een mietje zijn.

We leven in een samenleving van tegenpolen, zo werd deze week meer dan ooit duidelijk. Zie de campagne van SIRE, die nagenoeg op hetzelfde moment werd gelanceerd. Laat jij jouw jongen nog een echte jongen zijn? Het spotje kent niet alleen een seksisme van heb ik jou daar (en een beangstigend witte kijk op de jongen van deze tijd, die blijkbaar Pleun of Olav heet en blonde krullen heeft), het ontkent ook iedere vorm van genderfluïditeit. Een kind is een jongen óf een meisje. En daar hoort respectievelijk stoer gedrag bij, of zacht, stil en lief zijn. De man wordt op steeds jongere leeftijd al beroofd van zijn avonturiersgeest en kapotte broek en moet zich onderwerpen aan het vrouwelijke keurslijf. Misschien is jouw jongen wel helemaal geen jongen, of wil hij meer dan een jongen zijn, houdt hij van dansen of brengt hij liever urenlang lezend door? Het is dus helemaal geen slecht idee om te zeggen: ‘bij geboorte gezien als jongen’, simpelweg omdat een baby zich nog tot mens moet ontwikkelen. Ik kan GeenStijl en haar achterban al horen brullen. 

Foto: Monseigneur Madhatter