In de Hoofdrol, AVRO Televisie 1985
Het eerste fragment dat we met Frank bekijken is afkomstig uit het televisieprogramma In de Hoofdrol, waarin een nietsvermoedende Bekende Nederlander onder valse voorwendselen naar de televisiestudio werd gelokt om daar onder leiding van presentatrice Mies Bouwman verrast en geconfronteerd te worden met familieleden, bekenden en vakgenoten.

‘Dit is zó Jos, dit is zó helemaal Jos’, zegt Frank lachend als we het begin van In de Hoofdrol bekijken. 'In de eerste vijf minuten gebeurt er van alles. Er is gedoe met het zendertje, het kussentje op de stoel zit los en hij voelt zich overvallen en ongemakkelijk. Binnen no-time lukt het hem om op een ongeforceerde en natuurlijke manier het heft in eigen handen te nemen. Mies Bouwman was destijds net iets meer celebrity dan Jos en bovendien is ze de gastvrouw van de show. Hij omhelst haar, wat eigenlijk not done is, maar permitteert zich die intimiteit. "Wie weet wat voor ellendelingen er allemaal komen opdraven. Mensen die ik absoluut niet wil zien en waar je dan toch aardig tegen moet doen", zegt Jos in de eerste minuten van de show. Thuis keken we ook altijd naar In de Hoofdrol en dan zei hij dat ook weleens, maar nu benoemt hij dat op televisie op een geestige en sympathieke manier. Dat was zijn talent, hij was geestig, ad rem en bij de pinken. Daar kun je mee dealen of niet. Sommige mensen vonden hem vreselijk omdat hij echt is wie hij is, maar zijn vakmanschap was onnoemelijk groot, daar kon je niks op aanmerken. Als ik hem zie, moet ik nog steeds om hem lachen. Ik betrap me er dan wel op dat ik kritisch naar hem kijk, maar ik ben nog steeds gecharmeerd van zijn talent en geestigheid.'

'Twee jongens die samenwonen en op televisie zijn, dat was uniek'

Na drie minuten komt Frank op, hij is de partner in crime van het programma en op dat moment 12,5 jaar samen met Brink. ‘Het feit dat ik er naast zit, had tot dan toe niemand gedaan. Twee jongens die samenwonen en op televisie zijn, dat was uniek.’ De ouders van beide mannen zijn er ook en Mies Bouwman neemt geen enkele keer het woord homo in haar mond. Frank en Jos worden zonder het te benoemen gepresenteerd als doorsnee koppel. Frank: ’We vonden onszelf ook vrij normaal en we waren op dat moment ook geen inzet voor de algemene acceptatie van homoseksualiteit.’

 

Frank Sanders gaat eind jaren 60 de theaters in met zijn cabaretprogramma Tekstpierement, waar Jos Brink in 1972 deel van ging uitmaken. De toekomstige partners kenden elkaar echter al langer. Sanders: ’Ik had Jos al eerder gezien in zijn soloprogramma’s, maar die vond ik vreselijk. Dat was heel erg Wim Sonneveld en daar hou ik niet van, niet alleen omdat ik geen Sonneveld-fan was. Ik vind dat je zoveel mogelijk jezelf moet zijn, maar Jos imiteerde hem, zoals hij zong en zichzelf kleedde. Het was te weinig eigen en daar hebben we, toen hij tot Tekstpierement toetrad, hard aan gewerkt. Voor Jos echt Jos was, waren we zeker drie jaar verder.’

'Tijdens de repetitietijd stonden we al vrij snel heftig zoenend in het portiek'

In eerste instantie hadden de twee vooral op het podium een klik. Sanders en Brink hadden een gelijke adem als ze zongen en Frank kon erg lachen om de ondeugende Jos. Het duurde niet lang voordat de vonk bij de mannen ook achter de schermen oversloeg. 'Tijdens de repetitietijd stonden we al vrij snel heftig zoenend in het portiek. Hij had alles wat een man zich wensen kan en ik raakte al snel verliefd op hem. Zorgzaam, voorkomend, lief en charmant. Bovendien had Jos een enorm talent en daar ben ik erg gevoelig voor. We hadden zoveel gemeenschappelijk en gingen samen naar de film en toneelvoorstellingen. Tot diep in de nacht praatten we daarover, we raakten gewoon niet uitgeluld.' Toch gebeurt een en ander in het geheim, want beide mannen hadden een relatie met een andere man. 'Mijn vriend woonde in Rotterdam en Jos had ook al heel lang een relatie. Als we afspraken, dan gebruikten we ons werk vaak als dekmantel. in het begin van Tekstpierement verdienden we geen moer. Ik gaf les op de Kleinkunstacademie en Jos schnabbelde veel. Om geld te verdienen, sprak hij reclamespots in. Hij had een antwoordapparaat, zodat opdrachtgevers een bericht konden inspreken. Als ik af wilde spreken, dan liet ik een boodschap achter op het antwoordapparaat en gebruikte een repetitie of voorstelling dan meestal als smoes, omdat zijn vriend van niets wist. Het viel de buitenwereld eigenlijk niet op dat we een relatie hadden, maar mensen dichtbij ons wisten het wel. Daar was op den duur geen houden meer aan. Dan waren we op feestjes en wist iedereen van onze relatie, behalve onze partners.'

'Mijn moeder was er niet zo blij mee. Ze vond ons geen goede match en hield veel van mijn oude vriend. Die overigens gewoon bij ons thuis bleef komen en goed met Jos overweg kon. Dat zie je tegenwoordig vaker, maar was toen ook uniek. Jos was te glad, te oppervlakkig en mijn moeder twijfelde aan zijn oprechte liefde. Toen ze jarig was, heeft hij haar eens een grote bos bloemen gestuurd, die ze meteen terugstuurde. Daar was ze niet van gediend, want ze dacht dat Jos haar wilde kopen, om zo haar zoon te kunnen krijgen. Dat kwetste hem best, want hij meende het echt met die bloemen. Het heeft nog anderhalf jaar geduurd voor ze zich overgaf. Ik werd wel meteen omarmd door zijn ouders. Jos was een zoekende ziel met zijn talent en ze merkten dat hij tot rust was gekomen nu hij bij een cabaretclubje zat. Hij had eindelijk zijn plek gevonden.

Alstublieft Majesteit. NOS, 1979
In het volgende fragment krijgt Koningin Juliana ter ere van haar 70e verjaardag een televisieprogramma aangeboden door de NOS. Allerlei bekende Nederlandse artiesten passeren de revue en Jos Brink is de gastheer.

Dit fragment is de wereld overgegaan als The guy who kissed the queen. Jos Brink die Koningin Juliana in de introductie van het programma Alstublieft Majesteit een kus geeft en bovendien vrij amicaal toespreekt. ‘Dit is ook weer uniek, want het gebeurde indertijd niet veel dat het Koninklijk Huis op die manier in de openbaarheid verscheen. Ze hadden Henny Huisman, Ron Brandsteder, Ted de Braak of andere grote namen kunnen vragen om dit te presenteren, maar ze vroegen Jos. Hij was een goede babbelaar en kon makkelijk grappen maken en die verweven in zijn teksten. Een dag eerder was hij best nerveus, het was live en zou maar één keer gerepeteerd worden. Jos besprak met mij zijn voornemen om de Majesteit te zoenen. Ik wist niet zeker of dat een goed idee was, maar hij wilde het graag doen als het gevoel op dat moment goed was. Misschien was hij tijdens de uitzending een beetje overmoedig en heeft hij het daarom aangedurfd. Die middag kreeg ik namelijk een telefoontje van de AVRO dat hij de Gouden Televizierring had gewonnen met Puzzeluur en dat vertelde ik hem in de kleedkamer vlak voor hij op ging'.

'Het was een sport om aan Jos z'n ogen te zien wanneer hij zich niet aan het script ging houden'

Wedden Dat? AVRO, 1986
Het oorspronkelijk Duitse format Wedden Dat? wordt in 1984 aangekocht door de AVRO en tot 1993 gepresenteerd door Jos Brink. In het programma gaan bekende Nederlanders weddenschappen aan, die worden uitgevoerd door gasten. In dit fragment van de allereerste uitzending raden geblinddoekte gasten welk automerk er voor hen staat, door naar het geluid van de dichtslaande portier te luisteren.

 

Ik vraag Frank op welke manier Jos dit programma karakter gaf en wat hier ‘Zo Jos’ aan is. Er volgt een lange stilte. 'Het format is eenvoudig, de uitvoering des te moeilijker en het ogenschijnlijke gemak waarmee Jos zichzelf neerzet in dit veeleisende programma is kenmerkend. Wedden Dat? was live, en de repetities duurden twee lange dagen. Tijdens die repetities moest Jos alles onthouden, inclusief de camerawisselingen en alle items. De autocue bestond nog niet, dus hij moest alle teksten uit zijn hoofd leren. Wat hij het leukst vond aan de show, was de introductie van de gasten, maar ook die van hemzelf. Het gevierd worden als hij opkwam, die hele intro was één grote conference. Jos vond het belangrijk om de gasten de ruimte te geven die ze nodig hadden, maar nam de vrijheid binnen dat strakke regime zelf ook. Daarin had hij het wel getroffen met Guus Verstraete, de regisseur van het programma. Hij was echt een maatje van ons en Guus vond Jos fantastisch, hij hield echt van hem en zijn talent. Guus kon hem feilloos aanvoelen en zag het aan zijn ogen als Jos zich niet aan de afspraken ging houden. Het was echt een sport om dat op tijd te zien en daarop in te spelen. Dan hoorde je Guus in de regiekamer roepen: "Nu Action Camera 2", omdat ze doorhadden dat hij niet camera drie, maar twee ging pakken. Dat talent en het pakken van die vrijheid in dat afgebakende format was ook de reden dat Joop van den Ende, die Wedden Dat? produceerde, zo van hem hield. Wij keken dan samen vol bewondering naar hem op een monitor ergens op de set.'

'Dankzij Jos' bekendheid van tv waren onze theatershows enorm succesvol'

'Iedere aflevering van Wedden Dat? werd bekeken door 12 miljoen mensen, daar was Jos wel erg trots op. Het was een drukke tijd voor ons. Na de uitzending van Wedden Dat? gingen we de auto in, op weg naar een theater ergens in het land. We traden ook nog gewoon op met onze eigen shows. Jos hield dit drukke schema vol door zijn tomeloze energie en zijn ambitie. Ik was altijd bij hem en was als het ware zijn mental coach, maar hij moest het doen, op televisie. Theater was zijn anker, al heeft z’n televisiewerk er wel voor gezorgd dat we voor uitverkochte zalen konden spelen. Tijdens onze eerste musical Maskerade presenteerde Jos Puzzeluur op tv en we merkten dat er mensen naar de voorstelling kwamen om de Jos van televisie te zien. Dat is soms wel lastig spelen, want dat publiek heeft heel andere verwachtingen dan theaterpubliek. Het beste was het wanneer er een mix van theater en televisiemensen in de zaal zat. Maar zoals ik al zei, dankzij de bekendheid van Jos konden we voorstellingen veel langer spelen en waren onze shows enorm succesvol. Hetzelfde merkten we trouwens ook wanner Jos als pastoor een preekbeurt had. Soms ging hij wel drie keer in de week preken en dan zat de kerk vol met theatermensen die weleens die serieuzere kant wilden zien.'

 

Barricaden
De laatste jaren van zijn leven leidde de coryfee een vrij teruggetrokken bestaan en was hij teleurgesteld in de maatschappij. Ondanks het toenemende anti-homogeweld denkt Frank dat Jos, als hij nu geleefd had, niet meer op de barricaden zou klimmen om op te komen voor de rechten van LHBT’s. Desalniettemin zou hij zijn mening hierover niet onder stoelen of banken steken. En vanaf de kansel nog steeds preken voor meer tolerantie en acceptatie. ’Jos was wars van de katholieke kerk en de geboden en verboden waarin zou staan dat twee mannen of twee vrouwen niet van elkaar mogen houden. Daar zou hij altijd bezwaar tegen blijven maken. Hij zou aantonen dat er in de Bijbel of welk ander boek dan ook niets geschreven staat dat deze vorm van liefde afkeurt of verbiedt. In de jaren 60 was men bekrompen en werd homoseksualiteit niet geaccepteerd. Als je openlijk homo was, dan kreeg je bijvoorbeeld geen werk. Je werd gediscrimineerd, maar er was geen geweld, ook omdat er geen vreemde invloeden in onze samenleving waren.'

'Al die blote jongens op een boot was anti-reclame, vond Jos. Het kwam de acceptatie niet ten goede'

'Er is nu meer geweld en er heerst meer angst. Vorige week liep ik met een vriend over straat. Hij liep met krukken en ik ondersteunde hem. Voor het eerst in mijn leven werd ik toen door jongens uitgescholden voor homo. Ik was zo gekwetst dat ik in een opwelling wel over ze heen kon rijden, maar je doet of zegt niks uit angst voor represailles. Ik schud dat zo van me af, maar Jos zou daar een dag helemaal van slag door zijn. De Canal Parade vond hij overigens ook niets. Al die blote jongens op een boot, dat was anti-reclame en kwam de acceptatie niet ten goede. Wel zou hij er enorm trots op zijn dat het Ministerie van Onderwijs Cultuur en Wetenschap de staatsprijs voor LHBT-acceptatie, emancipatie en veiligheid naar hem genoemd heeft.'

Geen prater, maar een schrijver
'Jos had het liefst dat ik er gewoon was. Dan hoefde ik niets anders te doen dan er gewoon te zijn. Hij ging niet meer uit, films en premières bezocht hij ook niet meer. Hij was altijd aan het werk en er kwam een tijd dat we uit elkaar gegroeid waren en ik dienstbaar was aan zijn talent. Er kwam bijna geen bezoek over de vloer en hij vond het niet leuk als ik de deur uitging. Jos zei dan wel dat ik alleen naar een première mocht, maar als ik een halfuur later thuiskwam dan afgesproken, werd me dat niet in dank afgenomen. Dat benauwde wel en ik heb me toen weleens opgesloten gevoeld in onze relatie. De lange vakanties gebruikten we om bij te praten, maar ook dan werd er gewerkt. Nieuwe teksten of stukken werden geschreven en alle fanmail werd persoonlijk beantwoord. Er bleef, ook tijdens onze vakanties, weinig tijd over om het met elkaar over het leven te hebben. Een prater was het sowieso niet en als ’t al gebeurde, zei hij dat hij daar een boekje over geschreven had. In het begin las ik dus zijn columns, boeken en preken om erachter te komen wat zijn mening over bepaalde dingen was.'

'Ik las zijn preken, columns en teksten om erachter te komen hoe hij over dingen dacht'

'Er staat een liedje op mijn repertoire dat Jos geschreven heeft toen mijn moeder begon te dementeren en naar het verzorgingshuis moest. Als hij haar twee of drie keer bezocht heeft was het veel en als hij dan meeging, bleef hij een paar minuten bij mijn moeder en ging dan door het huis zwerven en met alle andere mensen praten. Hij vond het te moeilijk en confronterend om mijn moeder zo te zien en het grootste deel van dat proces, ook het opruimen van haar huis, heb ik alleen gedaan. Hij kon dat niet aan, maar heeft er dus wel een liedje over geschreven: 'Mijn moeder is een vreemde vrouw geworden'. Daar staat alles in.'

'Wat me bij hem hield was trouw. Blijf zitten waar je zit, maak af waar je aan begonnen bent, de gezamenlijke geschiedenis, kameraadschap en vriendschap. Als je lang bij elkaar bent, heb je soms aan een half woord genoeg om elkaar te begrijpen, maar dat is ook een valkuil. Je moet blijven praten met elkaar, dat weet ik nu, nu ik ouder ben. Nadat ik in eind jaren negentig genezen was van longtopkanker hebben we er vier jaar over gedaan om dichter tot elkaar te komen en er opnieuw achter te komen wie de ander is en wat je van elkaar verlangt. Uiteindelijk hadden we het weer heel erg goed met elkaar, we hadden een manier gevonden om samen te zijn en toch ieder ons eigen ding te kunnen doen. Helaas was de tijd die ons gegeven werd om het samen nog goed te hebben te kort.'

'Door zijn plichtsbesef en harde werken was Jos' kaarsje aan beide kanten opgebrand'

Kaarsje opgebrand
'Jos had zo’n plichtsbesef dat hij als publiek bezit aan alle verwachtingen wilde voldoen, maar dat heeft hem ook opgevreten. Door het harde werken was zijn kaarsje aan beide kanten opgebrand, zoals hij zelf zei. Die spanning en stress hollen je uit en daar ga je aan kapot. Dat zie je ook bij grote popsterren die hun toevlucht nemen tot verdovende middelen. Jos dronk best veel om het vol te kunnen houden.'

In juli 2007 wordt er darmkanker met uitzaaiingen geconstateerd, maar uiteindelijk is het een operatie die Brink de das omdoet. ‘Hij was moe en had te weinig weerstand. Dat laatste traject ging heel snel en ik vraag me nu weleens af of ik niet anders had moeten reageren of iets anders had moeten doen. Had ik tegen de artsen moeten zeggen dat ze niet meteen moesten opereren, maar dat ik eerst een paar dagen met mijn man alleen wilde zijn? Het ziekenhuis is zo’n gesloten community en in de waan van dat moment ga je ervan uit dat ze mensen beter willen maken. Ik weet nog goed dat ik het ziekenhuis binnenstapte en Jos uit een onderzoek kwam, zijn bed werd meteen de lift in gereden op weg naar de operatiekamer. De eerstvolgende keer dat ik hem zag was op de intensive care, waar hij niet uit de narcose gehaald kon worden. Waarom heb ik toen niet gezegd: hoho terug met dat bed, laat die jongen eerst even bijkomen? Overlijden in een ziekenhuis is zo onnatuurlijk. Een gemiste kans.’ Op 17 augustus 2007 sterft Jos Brink.

'Ik vraag me weleens af of ik niet anders had moeten reageren toen Jos in het ziekenhuis belandde'

'Nu, tien jaar later is het geen heel groot verdriet meer. Het is niet meer leeg en mijn leven is gevuld. Niet met iemand, maar wel met veel dingen. Maar de man met wie ik vijfendertig jaar lief en leed deelde is zo verweven met mijn geschiedenis en mijn dagelijks leven, dat hij op een heel natuurlijk manier aanwezig is. Als ik een glas zie van hem of een papiertje waar hij boodschapjes op heeft geschreven, dan is hij toch weer even bij me.

Ik ben er weleens verbaasd over hoe snel iemand verdwenen is uit het collectieve geheugen en vind het belangrijk dat jongelui weten wie Jos was en wat hij gedaan heeft. Leerlingen bij mij op school (de Frank Sanders Akademie - red.) zijn 17, 18 jaar oud en hebben zijn programma’s nooit gezien, ze hebben geen idee wie die man is. Mensen worden vergeten en Jos zou de laatste zijn die dat niet onderschrijft. Je bent een druppel in de oceaan die even opspat en daarna wordt je weer opgenomen in het grote geheel. Al vind ik het wel leuk als er hier en daar weer even aan hem gerefereerd wordt’, besluit Frank Sanders.

Op maandag 4 september, 30 oktober en 27 november is Frank Sanders te zien in het Betty Asfalt Complex te Amsterdam met Lady Felice en Frank Sanders, een muzikale talkshow met bijzondere gasten.

Tekst: Rik Alexander Coverbeeld: Wikimedia Commons, beeld Tekstpierement/Frank Sanders