Ik was zachtjes uitgedrukt niet erg blij toen BEAM, de jongerenwebsite van de EO, tweeënhalf jaar geleden het verhaal van Thony’s bekering publiceerde. Toen ik dat liet weten op Facebook, brak er een enorme discussie los. Het ging mij niet om Thony’s persoonlijke keuze. Persoonlijke levenskeuzes heb je te respecteren, hoe moeilijk te begrijpen ze ook mogen zijn.

Moeite had ik wel met het kennelijke gemak waarmee het verhaal door de redactie van BEAM werd gepubliceerd. Homoseksuele jongeren mag je kennelijk zonder meer voorhouden dat een leven als homo of lesbienne zonder seksualiteit een optie is. Nee, seksualiteit is niet alles en dat hoeft het ook niet te worden, maar mensen zijn seksuele wezens en dat ontkennen is nogal dom en zeker onbarmhartig. Meer nog, al het geworstel hierover onder (traditioneel) christelijke jongeren, leidt vaker tot depressieve gevoelens en tot gedachten aan zelfmoord. Een reden te meer om uiterst terughoudend om te gaan met verhalen van jongeren die ‘overtuigd’ kiezen voor een celibatair bestaan.

‘Ik voel niet de behoefte Thony als een overwinning te claimen’

En dat terughoudendheid wenselijk is, blijkt nu maar weer. Thony Kraamer komt terug op een besluit, zoals jongeren wel vaker doen omdat zij het leven aan het ontdekken zijn. In dit geval het besluit tot een celibatair leven. Hij ziet nu in dat hij een wezenlijk deel van wie hij is zou ontkennen, als hij af zou zien van het aangaan van een relatie met een andere jongen. Ik schrijf het met opzet zo, want het draait natuurlijk niet alleen om het seksuele, maar ook om het relationele: je kunnen verbinden met andere mensen. Mensen moeten dat doen. Het hoort bij ze. En daar hoort soms ook seksualiteit bij. Dat uit het leven van een mens weg willen snijden, kan niet ongestraft, ook niet als je dat doet met een beroep op de Bijbel. Sterker nog: een mens zo ‘uit elkaar halen’ gaat tegen de geest van de Bijbel in, die de mens presenteert als één, een geheel en zó gewild door God.

Ik voel niet de behoefte Thony nu als een overwinning te claimen, anders dan sommige conservatieve christelijke organisaties, die dat tweeënhalf jaar geleden wel deden. Ze haalden hem binnen, als een trofee van een deugdzaam, christelijk homoleven. Ik ben gewoon blij voor Thony. Ik wens hem het allerbeste toe en de allerliefste: een mens met wie hij tot in lengte van dagen lief en leed én zijn bed mag delen. En ik hoop dat we allemaal blij voor hem zijn, of op z’n minst een beetje genadig en barmhartig voor een jongere die met vallen en opstaan zijn weg in leven en geloof vindt. Niets menselijks blijkt hem vreemd.

Foto: Mgr. Madhatter