Mijn moeder groeide op in Amersfoort, waar ik af en toe nog met haar op visite ga bij familie. Een paar jaar terug zochten we op de markt bloemen uit voor oma, bij wie we later die dag langs zouden gaan. Een volslagen onbekende vrouw op straat begroette mijn moeder met: ‘Zo, gezellig dat jij er ook bent’, en ze begon over alledaagse dingen te praten. ‘Nee, ik ben Margriet niet. Je verwart me met mijn zus’, reageerde mijn moeder met een glimlach en een lichte zucht. Een beetje twijfelend liep de vrouw weer verder.

De verwarring tussen mijn moeder en haar zus is zo gek niet. Alle twee hetzelfde korte haar, ze kochten weleens dezelfde schoenen en mijn moeder houdt, net als haar zus, niet van te veel uiterlijk gedoe. Hun derde zus is uit hetzelfde hout gesneden. Die overeenkomsten zag ik van kinds af aan. Uit logeren in Amersfoort, waar Margriet me voorlas uit Pluk van de Petteflet, me meenam naar het Militaire Luchtvaart Museum en mij en mijn broer rondreed op haar felrode scooter. Haar vriendin Corrie was daar altijd bij, in hun mooie huis in Amersfoort, waar ik op de parketvloer met mijn treintjes speelde. Pas later hoorde ik over hun geschiedenis samen. Toen ze elkaar leerden kennen, was Corrie al getrouwd, met een man en met weinig geluk. Maar blijkbaar kon Margriet daar dwars doorheen kijken; zij zag toen al een toekomst samen. Vanaf 2001 mochten ze met elkaar trouwen, maar dat hebben ze nooit gedaan. Misschien wel omdat ze al wisten hoe ingewikkeld een huwelijk kan zijn.

‘Mijn tantes gaven me een doodnormaal beeld van een relatie, lang voordat ik ooit het woord “lesbisch” hoorde’

Voor mij als kind was hun samenzijn een gegeven feit. Margriet en Corrie waren altijd al een koppel geweest en dat zou voor mij altijd zo blijven. Ik zag hoe ze elkaar steunden, hun leven deelden en er op z’n tijd nogal cliché hobby’s op na hielden (wandelen, veel klussen, katten verzorgen en een tuin in Japanse stijl aanleggen). In Margriet zag ik de eigenschappen die typisch zijn voor mij en mijn familie: zorgzaam, maar soms ongeduldig, standvastig, een harde vorm van humor en op ongepaste momenten zeggen dat je zin hebt in een biertje.

Later pas begreep ik dat ze samen mijn voogd waren. Mochten mijn ouders ooit niet meer voor mij kunnen zorgen, dan zouden zij die taak op zich nemen. Als ik een paar dagen bij hen logeerde, had ik een tante Margriet en een tante Corrie. Margriet bracht mij plezier en mooie herinneringen. En vooral een heel alledaags en doodnormaal beeld van een relatie, nog ruim voordat ik ooit iemand het woord ‘lesbisch’ hoorde gebruiken. Op jonge leeftijd zag ik hun relatie niet als anders dan die van mijn andere ooms en tantes.

Mijn moeder en haar zus Margriet zijn op dezelfde datum geboren. Om de een of andere vreemde reden, vallen verjaardagen in mijn familie altijd samen met andere geboortes of grote gebeurtenissen. Zo werd mijn jongere neef geboren op mijn verjaardag, en mijn moeder op de dag dat in hetzelfde huis haar oma overleed.

Eind december 2010, het laatste jaar dat ik nog thuis woonde, was mijn vaders verjaardag. Ik kwam die ochtend naar beneden, waar mijn vader en een vriendin van mijn ouders aan de keukentafel zaten. Mijn moeder was er niet. Ik feliciteerde mijn vader en vroeg of hij nu al zijn verjaardagscadeau wilde, of later pas. Maar iets klopte niet aan de sfeer in de keuken. ‘Er is iets heel ergs gebeurd’, zei hij. ‘Margriet heeft vannacht zelfmoord gepleegd.’

‘Troostende woorden als "het komt wel weer goed", zijn ineens inhoudsloos, want het komt niet meer goed’

Soms verwacht je op een moment veel emotie of besef, maar is dat er eigenlijk nog niet. Verwarring en verdoofdheid nemen tijdelijk veel weg. Het is alsof je vanaf de hoge duikplank bent gesprongen, onder water je ogen weer opent en door de diepe duik in het water volledig gedesoriënteerd bent geraakt. Kleine luchtbelletjes schieten omhoog en eventjes is de wereld heel klein. Het enige waar je aan denkt, is omhoog zwemmen. Nadenken komt daarna pas.

Margriet haar laatste woorden, in een afscheidsbrief, gingen over sneeuw. Buiten lag die week een heel dik pak sneeuw, dat alle beweging vertraagde, de wereld verstilde en je voetstappen dempte. Alles was koud en stil. Zoals zij zich al jaren voelde.

Als je nog jong bent, is de voorbereiding op een uitvaart een vreemde gewaarwording. Niet alleen omdat alles gespannen, droevig en onverwacht is. Of omdat het een vorm van zorgen is die zo oprecht en tegelijk zo onomkeerbaar eindig is. Troostende woorden als ‘het komt wel weer goed’, zijn ineens inhoudsloos. Want het komt niet meer goed. Maar het is vooral vreemd omdat er herinneringen worden opgehaald door anderen, over iemand die je denkt goed te kennen. Ik leerde uit vele verhalen een kant van Margriet kennen die mij haar beter deed begrijpen dan eerst. Die kant had ik alleen graag eerder willen herkennen en begrijpen. Zodra er langzaam meer ruimte kwam voor emoties, kwam ook de vraag in mij op: waarom? Waarom koos ze voor deze uitweg? Was dat iets dat ze ons aandeed, of kon ze simpelweg niet anders?

In haar afscheidsbrief las ik voor het eerst meer over haar chronische depressies. Wat ik soms zag als een koppige bui, een familieruzie die maar niet werd opgelost, of een afstand die nu eenmaal kan ontstaan als je elkaar weinig ziet, bleken allemaal bij elkaar te horen. Was ik toen ouder geweest, dan had ik misschien eerder ingezien wat er onderhuids in haar omging. Ik leerde dat ze twintig jaar lang alles heeft gedaan om gelukkig te zijn. Alles. Therapie, medicatie, reizen, werkritme, praten, niet praten. In de hoop zich vrij te voelen. Überhaupt dingen te voelen, contacten te onderhouden en zich weer te verbinden met de wereld. ‘Een eindeloos verlangen om te leven, te voelen en te zijn’, schreef ze. Maar wat begon als een zoektocht met hoop, ontaarde in frustratie en wanhoop. Twintig jaar lang, zonder gewenst resultaat. De dood zou de rust en bevrijding bieden die ze zo lang zocht.

'Sommigen vinden suïcide een laffe uitweg. Ik zie dat niet meer zo'

Corrie was altijd bij haar gebleven, iets dat jarenlang ongelofelijk zwaar moet zijn geweest. Intussen weet ik iets meer over hun communicatie en de moeite die haar onvoorwaardelijke steun zal hebben gekost. Ik begrijp sindsdien iets beter waarom ik Corrie soms heel hard vind in haar uitspraken en haar blik op de wereld. Maar juist met dat karakter toonde ze een plichtsbesef, liefde, doorzettingsvermogen en trouw, eigenschappen die ik later op mijn manier in mijn eigen relaties meenam. Ze toonde een doorzettingsvermogen waar ik veel respect voor heb. Margriet wilde dolgraag dat Corrie gelukkig zou zijn, maar zag zichzelf als een obstakel daarin.

Mijn allervroegste herinnering aan Margriet, is hoe ze mij bij mijn ouders thuis in bad stopte. Ik zat in een laagje warm water, terwijl zij met de douchekop het bad verder vulde. Toen ze de dunne spuitende straaltjes even onder water in het bad legde, zei ik meteen ‘nee!’ en pakte de douchekop weer op uit het water. Iets later begreep ze mijn gedachte en zei met een glimlach: ‘O, dat kan wel, hoor. Er komt nog steeds water uit, ook al zie je de straaltjes niet onder water. Kijk maar.’ Ik keek in het water en zag waar ze me op wees: kleine luchtbelletjes stegen omhoog. En voor eventjes was de wereld heel klein.

Nu ik dit schrijf, besef ik hoeveel onverwachte pijn, gemis en verdriet ik nog altijd voel. Er gaat geen dag voorbij dat ik niet aan haar denk, en ik ben daar vast niet alleen in. Bij het opnieuw lezen van haar afscheidsbrief voel ik enorm medelijden om haar verdriet, dat ik zo lang niet heb kunnen zien. Maar ook haal ik verheldering en begrip uit haar woorden.

Soms zeggen mensen dat suïcide een laffe uitweg is voor zij die geen oplossingen willen zoeken. Ik zie dat niet meer zo. Natuurlijk zou ik willen dat Margriet er nog was. Hoe zou het zijn als ze mij nog wat langer kon zien ontwikkelen, mij uit de kast had kunnen zien komen, met Corrie gelukkig oud was geworden? Ik zou er alles voor geven om haar afscheid terug te kunnen draaien. Het liefste had ik gewild dat ze nooit had opgegeven. Maar ik begrijp het nu ook. Sneeuw smelt. Vergeten zal ik mijn tante Margriet nooit. Vergeven wel.

Wie vragen heeft of wil praten over depressie of suïcide kan 24/7 terecht bij Stichting 113 Zelfmoord Preventie, via 0900-0113 of www.113.nl.

Paul (25) is actief als voorlichter voor COC Haaglanden, woont in Delft en werkt in Amsterdam. Hij luistert graag Joni Mitchell en Janis Joplin, studeerde Kunstgeschiedenis, draagt graag opvallende schoenen en zingt soms stiekem 'Una Paloma Blanca'.

Meer lezen of zelf interesse om voorlichter te worden? Neem eens een kijkje op de Facebookpagina van Voorlichting COC Haaglanden.

Foto: Mgr. Madhatter