Ik open Tinder en het duurt niet lang voordat ik de monogamiepolitie op mijn dak krijg. De scene is klein en iedereen lijkt elkaar te kennen: ‘Jij hebt toch een vriendin, wat doe jij hier?’ Dat eerste klopt, maar van die tweede vraag snap ik weinig. Ik vraag advies aan mijn matroos, die vindt dat ik überhaupt de gave van het versieren mis. Ze adviseert me eerlijk te zijn, maar dat ik niet meteen in de eerste zin hoef te zeggen dat ik een vriendin heb.

Ik swipe naar links en ook aardig wat naar rechts. Ik kom bekenden tegen, een boel honden en katten, vriendinnengroepen waarvan ik hoop dat ik met de leukste in gesprek ben, moeders met hun kinderen – wiens gezichten zijn beplakt met een kekke emoji – een handvol ongevraagde mannen, stelletjes die zoeken naar avontuur en een paar profielen waarbij ik echt geen idee heb waar ik naar kijk.

Ik heb een relatie met veel ruimte. Die ruimte staat bovenal voor de bespreekbaarheid der dingen. Een andere columnist beschreef die ruimte eens als 'een legitiem excuus om niet all the way in de liefde te gaan'. Ik ervaar het tegenovergestelde. Ik voel me meer verbonden dan ooit door samen het leven eerlijk aan te kijken en elkaar het beste te wensen, ook wanneer dit zonder de ander is. Moeilijk? Ja. Pijnlijk? Soms. Fijn? Fantastisch.

‘Na een confrontatie met drie monogamieagenten laat ik Tinder voor wat het is’

Ik start wat gesprekjes. Er wordt weinig gelachen om mijn goeie grappen óf mijn onderwerpen zijn veel te serieus en te politiek geladen. Ik moet eeuwig wachten op een antwoord, en een afspraak maken binnen 48 uur zit er niet in. Ik waan me in een vreemd land met een taal die ik niet spreek en codes die ik niet lijk te kennen. Ik wil Grindr.

Na een confrontatie met drie monogamieagenten laat ik Tinder voor wat het is en stap ik over op HER, dé lesbische datingapp waar ik ook nog eens mijn relatiestatus op ‘open’ kan zetten. Al snel volgt een leuk gesprek. Ze stuurt me foto’s van haar egel. Ja, een heuse egel. Ik stuur er een paar van mijn kat, Samantha. Geen dick- of pussy pics hier. Ze vindt mijn open relatie geen probleem en we spreken wat af. Aangezien ze niet uit Nederland komt, heeft het Rembrandtplein blijkbaar op haar wel een aanzuigende werking. We gaan zitten bij een Australische backpackersbar. Komt deze date nog goed?

We drinken Margarita’s, die worden geserveerd in iets dat veel weg heeft van een tot aan de rand met ijsblokjes gevulde vissenkom. Ze blijkt best leuk, totdat we praten over dingen die we belangrijk vinden. De Pride vindt ze maar niks. ‘Waarom er zoveel aandacht op vestigen?’ Komt deze date nog goed?

De vissenkommen doen hun werk, zowel voor de sfeer als voor mijn blaas. Als ik mijn deurtje open van het – in dit geval duidelijk gescheiden - vrouwentoilet en bij de grote metalen wasbak op de knop van de kraan druk om mijn handen te wassen, kijk ik rechts van mij in twee paniekerige ogen. Ik zie een man in driedelig donkerblauw pak staan, die de wasbak aanziet voor de plasbak. Als hij zijn gezicht in zijn handen had kunnen verbergen had hij dat gedaan, maar hij had ‘er’ zijn handen vol aan. ‘Oh god, I’m sorry’ blijft hij herhalen, terwijl hij zich uit de voeten maakt. Mij achterlatend met een schuimend plasje in de hoek van de wasbak. Komt deze date nog goed?

'We nemen afscheid bij mijn fiets. Ze noemt me peculiar, but in a good way'

Met tranen van het lachen neem ik plaats achter een zojuist gearriveerde verse vissenkom. De man in driedelig pak zie ik achter mijn date zitten. Het lukt me niet meer te focussen op mijn gesprek en ik schiet steeds in de lach. Ik kan geen vissenkom meer zien en ik denk niet dat deze date nog goed komt.

We nemen afscheid bij mijn fiets. Ze noemt me ‘peculiar, but in a good way’. Ik neem het maar als een compliment. Bij thuiskomst klik ik nog even op het roze vlammetje en zie daar een foto van een jonge vrouw met de wind in de haren en in de zeilen. Mijn liefste matroos. Ik geef haar een Super Like en start een volgend gesprek met een nieuwe match.

Foto: Monseigneur Madhatter