Je leven op z'n kop
Henk Schiffmacher zit aan een bureautje voor in zijn studio. Op de grond staat een aantal tekeningen van de hand van de kunstenaar en achterin worden een paar mensen getatoeëerd. ‘Als je de Van Dale erop naslaat, staat er dat een tatoeage een hoeveelheid inkt is, die in een bepaalde vorm onder de huid ligt en ingekapseld wordt. Voor mij is ’t absoluut een merk van avontuur en durf. Een ingreep die je leven totaal op z’n kop zet en volkomen verandert. Als je een tattoo op een zichtbare plek hebt, zul je merken dat mensen anders naar je kijken en daar kun je mee spelen.'

'Eigenlijk gaat hetzelfde op als bij een litteken. Als je ’s morgens om 06.00 uur in een bar zit en je ziet daar iemand met een groot litteken op z’n voorhoofd of met een platte neus, dan ga je er niet vanuit dat hij tegen een keukenkastje is aangelopen. Er hoort altijd een piraatachtig verhaal bij, al kan de afbeelding zelf dat weer ontwapenen, omdat het allemaal symbolieken zijn. Als je een bosje bloemen op je armen hebt, ben je een andere vent dan wanneer er een grote zwarte panter op staat.'

 

Zwarte panters
Tijdens ons gesprek hoor je voortdurend het geluid van de tatoeagemachines die een afbeelding vereeuwigen in iemands lichaam. ‘In het New York van de jaren zeventig lagen er in de Meatpacking District allemaal slachthuizen', vervolgt Schiffmacher. 'Tussen de vrachtwagens en karkassen was het één grote neuk-en-sekspartij en daar lag ook een beroemde gaytent, The Mineshaft, een heel erg wilde zaak. Eigenlijk was het een groot, zweterig hol, waar de helft van de mensen in z’n blote kont rondliep en waar alle vormen van seks aanwezig waren. Bij de ingang hing een bord met een dresscode: je mocht bijvoorbeeld geen parfum en dat soort vrouwelijke bullshit dragen. Dat is ook wel kenmerkend voor de gaywereld in die tijd. De homo’s wilden hun mannelijkheid benadrukken. Ik ben niet gay, maar weet wel dat velen liever een hetero bekeerden, dan dat ze voor de zoveelste keer met een homo naar bed gingen. Dat mannelijke kwam ook tot uitdrukking in de tatoeages, die extreem stoer waren. Zwarte panters of luipaarden waren toen erg populair bijvoorbeeld.’

'Ik heb me nog laten tatoeëren door een beroemde gay tatoeëerder in een sm-kelder aan het Weteringcircuit'

'De tattoowereld bestaat uit verschillende lagen en community's, dus er was in de jaren zeventig en tachtig ook een gay tattoo-community. Je had toen een aantal toppers en het grappige is dat je ze in Amerika aan hun naam kon herkennen. Jerry Swallow en Nightingale, bijvoorbeeld, lieten aan de buitenwereld merken dat ze gay waren door hun vogelnamen. Maar ook in Amsterdam waren er een paar bekende artists, waarvan Mister Sebastian wereldwijd de beste in zijn professie was. Hij heeft mij nog getatoeëerd in de kelder van RoB leather, destijds een belangrijke plek voor de homo-emancipatie en leernichterij. Aan het Weteringcircuit in Amsterdam hadden ze leerwinkel en kunstgalerij, waar Tom of Finland nog heeft gehangen. Er was ook een soort sm-kelder, die je kon huren voor allerlei activiteiten. De Efteling was er niks bij, overal waren hokken en hingen stalen stangen. Die hele gay kunstscene was toen toonaangevend. Er waren bij RoB waanzinnige tentoonstellingen met allemaal gipsen lullen, gespierde mannen en andere Tom of Finland-achtige parafernalia.'

'In mijn archief heb ik 250 videobanden die Rudolf Inhelmer, destijds ook een bekende leernicht, aan me heeft nagelaten. Op die banden staan films uit die tijd over dit soort dingen, maar ook over zware sm in de gaywereld. Het is een uniek tijdsbeeld, dat dringend op een ander systeem overgezet moet worden. Ik heb het geprobeerd bij filmhuizen en de conservator van EYE, maar die doen er niks mee. Je moet er maar zin in hebben, want er staan beelden op van fistfucken, maar het zou zonde zijn als het verloren gaat. Dit is het hoogtepunt van de seksuele revolutie en wat je hier ziet, loopt ver vooruit op allerlei vormen van geseksperimenteer en experimenteer. Toen op een gegeven moment hiv de kop op stak, kwam er abrupt een eind aan dat experimenteren met alle vormen van seks.’

'De enige rare homo vind ik nog steeds de relnicht'

Volgens Schiffmacher zijn er vaak duidelijke trends zichtbaar op het gebied van tatoeages binnen de gayscene. 'Er werd lange tijd veel geëxperimenteerd met universele tekens, zoals een Griekse Y op z’n kop of twee of drie keer het mannenteken in elkaar. De regenboogvlag wekt nog weleens wat ergernis bij me op; voor iedere strook moet ik een nieuwe kleur nemen’, vertelt de kunstenaar lachend. ‘Daarbij ben je wel een ontzettende trut als je met een eenhoorn op je arm loopt, hoor’, gaat hij grappend verder. ‘Ik adviseer mannen om een stevige, mannelijke tatoeage te nemen. De enige rare homo vind ik nog steeds de relnicht, zo’n aandachtsgeile idioot die staat te brullen en schreeuwen. Dat is niet de nichtenwereld die ik ken. Nee, ik zie tijdens de Canal Parade bijvoorbeeld liever een mooie boot met stoere mannen, dan zo’n praatjesmaker die alle aandacht opeist.’

Schiffmacher on tour
De mooiste staaltjes van Schiffmachers werk lopen naar zijn zeggen op straat. Toch zijn er in zijn studio ook veel voorbeelden te vinden. Naast hem staat een aantal tekeningen, waar hij druk aan werkte toen we binnenkwamen. 

Hij pakt er een afbeelding van een pratend, getatoeëerd mensenhoofd bij. Het echte hoofd werd jaren geleden op de TEFAF (Kunstbeurs in Maastricht) te koop aangeboden voor 120 duizend gulden. ‘Het ging om een hoofd van een Maori uit Nieuw-Zeeland en het was 150 jaar oud, dus er waren nog mensen van zijn stam die er in directe lijn mee verbonden waren. Samen met acteur Cliff Curtis heb ik die stam bezocht, om vervolgens met een paar Maori’s het hoofd op te eisen bij de dealer in Parijs en ervoor te zorgen dat het weer terugkeerde naar Nieuw-Zeeland. Samen zijn we naar die kleine galerij aan de Rue des Beaux-Arts in Parijs gegaan om het verhaal achter het hoofd boven water te krijgen. De tatoeages op zijn hoofd bleken zijn hele verhaal te vertellen. Het was een heel emotioneel gebeuren, dat gepaard ging met gezang, dans, veel herrie en geschreeuw van twee halfnaakte mannen met slagwapens. Die eigenaar heeft wel een paar benauwde uren meegemaakt: op een gegeven moment werd er aangebeld door de politie en op alle daken rondom de gallerij stonden sluipschutters. Men dacht dat er iets heel erg mis was, zoveel lawaai maakten we. Het is uiteindelijk wel gelukt om het hoofd terug naar huis te brengen.'

De afbeeldingen in zijn studio blijken backdrops in wording te zijn voor de theatertour Schiffmacher vertelt. De poor man’s Rembrandt heeft in de loop der jaren talloze avonturen beleefd, waarover hij zo nu en dan vertelt wanneer hij ziekenhuizen of gevangenissen bezoekt. Hij wilde daar graag meer mee doen. Daarom gaat Schiffmacher vanaf 31 oktober touren langs 40 theaters om zijn verhalen te delen aan de hand van zijn zelfgetekende backdrops.

Kijktip: De film Cruising uit 1980, met Al Pacino in de hoofdrol, gaat over de New Yorkse gayscene en speelt zich deels af in the Mineshaft, de club die Schiffmacher in het gesprek hierboven beschrijft.

Tekst: Rik Alexander / Fotografie: Jauke de Boer