Mijn tijdlijn staat vol met #metoo. In eerste instantie denk ik dat dit niet over mij gaat, totdat ik de verhalen begin te lezen en er met vrienden over spreek. Ik val van de ene verbazing in de ander als iedereen een verhaal blijkt te hebben, maar ook van de heftigheid van alle verhalen. Ik schrik wanneer deze verhalen een luik in mijn eigen geheugen openen en er een berg aan seksueel ongewenste herinneringen uit kruipt. Herinneringen die ik vergeten was, die van een losstaand incident op slinkse wijze zijn veranderd in een akelige reeks herinneringen die mijn hersenen hebben gelabeld als ‘normaal’ en ‘alledaags’.

Samen met mijn beste vriendin bezoek ik de kermis in het dorp. Op weg naar huis lopen we een stukje met een jongen mee over straat. Ineens word ik door een vreemde man van achteren benaderd en tegen een hek gegooid. De man begint me overal te betasten en vraagt aan de jongen hoeveel ik kost. Ik ben 14 en kruip doodsbang in mijn bed.

‘Een klasgenoot zet de muziek stil en schreeuwt: “Sanne is een stomme slet, want Sanne wil niet neuken”’

Na een verjaardagsfeest fiets ik naar mijn huis, twee straten verderop. Bij het stoplicht word ik ingesloten door een groep jongens. ‘Dikke tietuhh!’, schreeuwen ze. In de ene hand houden ze hun biertje vast, met de ander knijpen ze in iets wat niet van hen is. Ik ben 15 en stap trillend op mijn trappers.

Een klasgenootje geeft een tuinfeest. Er staan tentjes om in te overnachten. Een jongen die ik leuk vind, trekt me zijn tentje in en we beginnen te zoenen. Als hij mijn hand in zijn broek stopt, zeg ik dat ik niet wil en verlaat ik het tentje. Twee minuten later zet een klasgenoot de muziek stil en begint te schreeuwen: ‘Sanne is een stomme slet, want Sanne wil niet neuken’. Iedereen lacht. Ik ben 16 en ik schaam me kapot.

Opgroeiend als jonge vrouw heb ik gaandeweg geleerd dat deze gebeurtenissen ‘normaal’ zijn in het leven van de vrouw en 'normaal´ zijn in het leven van de man. Beiden in een andere, ongelijke rol. De eerste herinneringen – zoals hierboven beschreven – staan me nog helder voor de geest. Daar is alles nog nieuw en een shock. Na deze eerste gebeurtenissen wordt de reeks een steeds dunnere sliert van flarden, geuren, kleuren, geluiden en plaatjes die door elkaar lopen en op elkaar lijken:

De vrachtwagenchauffeur, die geen seks kreeg van zijn vrouw en vond dat hij er recht op had. De behulpzame lift, die plotseling bij me in de wc van het tankstation stond. De vriend, die hoopte op een trio en een flinke blauwe plek op mijn arm achterliet toen hij zijn zin niet kreeg. De man in het steegje, de man op de fiets, de man in de lift, de man in de taxi.

‘De grootste angst is dat ik "hem" op een dag niet aankan, dat schreeuwen niet genoeg is’

De sleutels in mijn hand als ik naar huis fiets. Mijn aangespannen spieren. Mijn versnelde ademhaling. Adrenaline door mijn lichaam en de totale verlichting als ik veilig thuis ben aangekomen. De grootste angst is dat ik 'hem' op een keer niet aankan. Dat schreeuwen niet genoeg is en hij stukken sterker is.

Homomonument 2017. Een vriendin van mij en wereldkampioen in een verdedigingssport, wordt in haar bil geknepen door een jongen. Ze draait zich om en spreekt hem erop aan. Hij noemt het haar probleem en knijpt nog een keer. Ze grijpt hem stevig in zijn kruis en draait zijn zaakje hardhandig een kwartslag naar links totdat hij dubbelklapt: ‘Nu is het weer jouw probleem’, zegt ze. Waren we allemaal maar wereldkampioen. 

Foto: Monseigneur Madhatter