‘Hé, jongens, waar is het feestje?’. Een Afro-Nederlandse vrouw zwaait naar mijn Egyptische vriend en mij. ‘Hier is het feestje?’, reageren we vertwijfeld. We staan voor de bekladde, bakstenen muren van een dichtgetimmerde garage. De muziek dreunt ons luid tegemoet. Als je goed kijkt, lijkt het alsof de gebarsten ramen trillen. Blij met ons meerkleurig samenzijn zoeken we de ingang.

‘Ja, ik kom hier nooit, maar m’n zusje draait’, zegt de vrouw. We zijn intussen al twee keer rondom het oude garagecomplex gelopen en hebben nog steeds geen ingang gevonden. Bij de buurman – een net-geopend hipster eetzaakje – blijven we staan.

‘Ah, jullie zoeken het feest, niet?’, zegt de uitbater, terwijl hij in z’n handen klapt. ‘Nou het zit zo, je moet eerst een broodje falafel kopen en dan mag je erin.’ Als hij onze verbijsterde blikken ziet, begint hij te lachen. ‘Daar is het: welkom in een heel andere wereld’ en hij wijst ons de ingang, verscholen achter z’n zaak.

Nu zien we ook de gele vlaggen van ADE. Gerustgesteld lopen we een binnenplaats op van wat nog het meest op het decor van een tweederangs Duitse krimi lijkt.

We komen om te proeven van club JACK: de nieuwste hippe place to be, die eind dit jaar opent in de Bijlmer en nu alvast z’n showcase opvoert in Amsterdam-Noord. Ik heb er hoge verwachtingen van. LHBTIQ. Gekleurd. De club belooft alles te zijn wat het eenzijdige Amsterdamse uitgaansleven momenteel niet is: divers, gemixt, open-minded, multiculti, genderfluid.

'Gay? Not so much. Colored? Afgezien van de dj, haar zus en mijn vriend en mij is iedereen wit'

M’n Egyptische metgezel is nerveus, hij is nog nooit in een gayclub geweest en weet niet goed wat hij moet verwachten. Nou, niets dus, zo blijkt bij binnenkomst.

In een karige betonnen bak, met welgeteld één schroothouten bar, een roze pluchen booth, waar twee lieve meisjes muntjes verkopen en een volledig lek rookhok met kringloopmeubels die op instorten staan, dreunt de muziek de leegte in. Midden op de dag uitgaan is wellicht al wat onnatuurlijk en vreemd, maar met het karige hoopje publiek en nog karigere decor voelt Club Jack als de laatste uren van een personeelsfeest.

Gay? Not so much. Colored? Afgezien van de dj, haar heerlijk overenthousiaste zus, mijn vriend en mij is het publiek volledig wit. De dragqueen die ons bij de deur opwacht voelt meer als een roze mascotte die het geheel aan heteronormativiteit van enig eenhoorn en paarse driehoek moet voorzien. Haast pijnlijk voelt het, hoe deze queen uit de kast is gerukt.

‘Is dit alles?’ vraagt de vriend in een mengeling van opluchting en teleurstelling. ‘I guess so.’ We lopen nog een trap op, maar dat lijkt de artiestenroute voor acts, die we uiteindelijk niet zien. Het is drie uur ’s middags. Het regent. En Henk en Ingrid staan gezellig te borrelen met het bier in de hand.

Het is zo treurig, dat ik lachen moet. Op zo’n moment is het maar goed om Egyptenaar te zijn. Buikdansen kan altijd, ook op techno. Er wordt wat gefloten en klappend om ons heen gestaan. Zoals ik zei: een personeelsfeest en de baas gaat opeens los.

Een meisje denkt nog even met me te dansen, maar dat mag niet van haar vriend. Eén boze blik en een snauwerig ‘pardon’ in mijn richting en ze rent ervandoor.

Who’s Jack? Ik heb geen idee, maar de pizza’s bij de Jumbo smaken top.

Foto: Peter van der Wal