In de gemeente die ik als predikant mag dienen, ontmoette ik toen ik er begon al snel Pieter, een trouw kerkganger, toen 88 jaar oud en een van de allereerste dopelingen van de Wilhelminakerk, ‘mijn’ kerk, in het centrum van Bussum.

Pieter was al meer dan zestig jaar getrouwd, maar de laatste jaren was het contact met zijn vrouw niet meer dat van tussen twee echtgenoten geweest. Zijn vrouw, Els, leed aan Alzheimer. De slopende ziekte zette op een gegeven moment zo hard door dat ze niet meer thuis kon blijven. Ze kreeg een eigen kamer in een verzorgingshuis.

Hij bezocht haar elke dag. Ze was dan wel niet meer de vrouw die hij ooit in het gereformeerde jeugdwerk had leren kennen, maar ze was en bleef de liefde van zijn leven.

'Geen mens haalde het in zijn hoofd om Pieter aan te spreken op zijn buitenechtelijke relatie'

Pieter vertrouwde mij toe dat hij, buiten een vakantie om, misschien maar twee dagen had overgeslagen in de ruim twee jaar dat zijn vrouw in het verzorgingshuis zat. Liefde die trouw maakt tot het einde.

In diezelfde tijd ontmoette Pieter Jeanne. Van zijn leeftijd, weduwe, in een groot huis, een goed leven, maar er ontbrak iets. De ontmoetingen en de gesprekjes werden diners thuis en buitenshuis, ontmoetingen met de wederzijdse familie en samen op vakantie: een geweldige cruise op de Middellandse Zee.

Pieter en Jeanne raakten op elkaar gesteld en wel een beetje meer en waren niet zelden samen te zien. Maar geen dag ging voorbij of Els werd bezocht, ook toen het niet meer mogelijk was nog een zinnig of zelfs liefdevol woord te wisselen. Het enige dat ze ten langen leste nog kon, was het Onze Vader bidden, als de geestelijk verzorger het inzette.

Pieter en Els, en Jeanne. Wat hiervan te denken? Deugt het naar de maatstaven van de kerk, naar de mores van het geloof? Moest ik Pieter van zijn verhouding af gaan praten, als dominee, zolang Els er nog was? Of was deze liefde zo ook wat waard?

Ik was en ben onder de indruk van de houding van de gemeente. Geen ambtsdrager, geen mens die het in z’n hoofd haalde om te zeggen: dit kan eigenlijk niet. Pure barmhartigheid, die ruimte laat voor de liefde waar en hoe die ook maar opbloeit. Els is er niet meer. De liefde is gebleven.

'Het is tijd voor een andere "strategie", die van barmhartigheid'

We hebben het van alle kanten bekeken, maar liefde blijft liefde, altijd eersterangs, nooit tweederangs. Wat wij, geloof ik, het best kunnen doen is barmhartigheid betrachten.

Ik ben trots op mijn kerk: de Protestantse Kerk in Nederland, die de mogelijkheid van het zegenen van andersoortige relaties in haar kerkorde heeft opgenomen. Weinig kerken die dat de mijne nadoen. Maar het wordt tijd dat we dat rare onderscheid tussen inzegenen voor heterorelaties en zegenen voor andersoortige levensverbintenissen gaan opheffen.

Aan de Bijbel verandert geen letter en ik heb er niet veel vertrouwen in dat de betrokken stellingen ‘op basis van de Bijbel’ snel worden verlaten. Het is tijd voor een andere ‘strategie’, die van barmhartigheid, die mensen zo goed weten te betrachten als het erop aankomt, met het onderscheidingsvermogen van Jezus Christus zelf.

Ik ben predikant in vollen rechte, maar in mijn eigen kerk is mijn vermogen om lief te hebben nog altijd tweederangs. Dat is voor mijn geen ‘thema’, geen ‘onderwerp’ voor opinievorming, voor academische reflectie, maar ziel en zinnen, huid en haar, lijf en leden.

En juist daarom vreet het aan me dat mijn liefde net een treetje lager staat. Doe de liefde geen kwaad, doe mijn liefde geen kwaad, maar bescherm en koester haar. Het is het mooiste dat God mensen gegeven heeft.

De namen Pieter, Els en Jeanne zijn om privacyredenen gefingeerd. Deze column werd eerder uitgesproken op de studiedag ‘Wat is de liefde waard? Over relaties, kerk en zegen’ aan de Protestantse Theologische Universiteit in Amsterdam.

Foto: Mgr. Madhatter