'Ik pleeg nog liever zelfmoord dan dat ik terugga naar Irak', vertelde uitgeprocedeerde asielzoeker Mustafa ons in een interview. Zijn homoseksualiteit wordt door de IND als ongeloofwaardig beschouwd. Het gesprek leverde veel boze reacties op. 'Moeten we binnenkort op gayles om een gaybewijs te halen?', reageerde iemand op Facebook. 'Hoezo "niet gay genoeg"? Er bestaat geen definitie voor dé gay', schreef een ander.

'Iedereen die in Nederland de asielprocedure doorloopt, krijgt twee gesprekken bij ons', aldus Yvonne Wiggers, persvoorlichter bij de IND. 'In het eerste gesprek worden de identiteit en reisroute van de asielzoeker vastgesteld, het tweede gesprek gaat over de reden van de asielaanvraag.'

Bij LHBT-asielzoekers wordt soms nog een derde of vierde gesprek aangevraagd. Zo'n 'aanvullend verhoor' vindt plaats als op basis van de eerste twee gesprekken geen beslissing kan worden genomen. De medewerker van de IND bepaalt in dat gesprek of het verhaal van de asielzoeker geloofwaardig is. Bij LHBT-asielzoekers wordt bijvoorbeeld gevraagd naar het bewustwordingsproces van hun geaardheid en de acceptatie daarvan.

'Ik was altijd bang in Koeweit' 
Chadly (34) kwam in 2013 naar Nederland. Hij werd geboren in Tunesië, maar vluchtte in 2009 al naar Koeweit, omdat hij van zijn ouders met een vrouw moest trouwen. In Koeweit was hij alleen tegen vrienden open over zijn seksualiteit. 'Ik was altijd bang. Na twee jaar besloot ik niets meer te doen met andere mannen.' 

'Ook als je niet ziek bent, is een gesprek met de IND heel erg intens' 

In 2013 werd bij Chadly hiv geconstateerd. Hij belandde in de gevangenis en moest Koeweit zo snel mogelijk verlaten. 'Ik heb twee tot drie weken in een medische gevangenis gezeten, in Koeweit krijg je geen medicijnen als je hiv-positief bent, het is strafbaar. Daarom moest ik vluchten naar Nederland. Door mijn werk als steward kende ik al wat mensen in Amsterdam. In Nederland werd ik opgenomen in een ziekenhuis en kreeg ik na een paar weken een eerste gesprek met de IND. Het duurde een uur en was heel erg heftig. Ook als je niet ziek bent is zo'n gesprek intens.' 

In zijn jaren als steward vloog Chadly vaak naar landen waar hij openlijk uit kon komen voor zijn homoseksualiteit. Dat bleek later zijn redding bij zijn asielaanvraag. 'Er waren harde bewijzen dat ik homo ben. Ik had een profiel op verschillende datingapps en daarvan had ik screenshots. Ik had een heel dossier. Voor mij was het dus relatief makkelijk, maar homoseksuele asielzoekers uit landen als Iran en Saoedi-Arabië hebben het vaak nog een stuk lastiger. Daar staat de doodstraf op homoseksuele handelingen. Zij kunnen helemaal niet bewijzen dat ze gay zijn, want ze hebben daar in hun eigen land nooit openlijk voor uit kunnen komen. Ik vind het heel erg gek dat je schijnbaar alleen op deze manier kunt bewijzen dat je gay bent.'

Na een aantal gesprekken kreeg Chadly asiel toegewezen. De Irakese asielzoeker Mustafa had minder geluk. Na een moeizame procedure besloot de IND hem geen verblijfsvergunning te verstrekken. Er werd niet geloofd dat hij op mannen valt. De IND-medewerker vroeg Mustafa naar het bewustwordingsproces van zijn geaardheid en de acceptatie daarvan, maar dat lag voor hem ingewikkeld. In Irak kon hij er niet voor uitkomen dat hij op mannen valt en toen hij in Nederland aankwam, voelde hij zich in eerste instantie niet veilig genoeg om voor zijn geaardheid uit te komen. 

'LHBT-asielzoekers zijn het niet gewend mensen te vertrouwen'

'Ik vertelde eerst niemand dat ik op mannen val. Ik dacht dat de situatie hier hetzelfde zou zijn als in Irak. Aan een medewerker van het COA vroeg ik om mijn geaardheid geheim te houden; hij zei echter dat Nederland veilig voor me was, dat ik hier vrij was. Na zes maanden durfde ik er eindelijk open over te zijn. Toen zag ik hoe andere LHBT's leefden in Nederland. Hoe vrij ze waren. De IND vroeg wanneer ik erachter kwam dat ik homo ben. Ze vroegen hoe ik dat voelde en hoe oud ik was toen ik uit de kast kwam, maar ik heb in Irak nooit een coming-out gehad. Ik heb het mijn moeder pas aan de telefoon verteld, toen ik eenmaal in Nederland was.'

Precies daar gaat het fout volgens Jolanda Elferink, adviseur Inclusie & Diversiteit bij adviesbureau Movisie. Zij maakte een lijst met tips voor ondersteuning en acceptatie van LHBT-vluchtelingen voor medewerkers van de IND en sprak met veel LHBT-asielzoekers. 'Wij horen zelfs getuigenissen over COA-medewerkers die tegen LHBT-asielzoekers zeggen dat ze er maar niet voor uit moeten komen dat ze homo zijn, omdat dat gevaarlijk is. LHBT-asielzoekers zijn het niet gewend mensen te vertrouwen.'  

NietGayGenoeg
Sandro Kortekaas komt met zijn stichting LGBT Asylum Support al geruime tijd op voor de rechten van LHBT-asielzoekers. In april startte hij de petitie #NietGayGenoeg. Directe aanleiding waren de vele gevallen waarin de IND homoseksuele asielzoekers als ongeloofwaardig zag. Een vaag of summier proces van bewustwording of zelfacceptatie bleek bij alle afwijzingen de reden te zijn op basis waarvan aanvragen werden afgewezen. In Den Haag werd de petitie in september aangeboden aan de Tweede Kamer. Met de actie werd aandacht gevraagd voor LHBT-vluchtelingen die worden teruggestuurd naar het land van herkomst, omdat er getwijfeld wordt aan hun seksuele oriëntatie.

'Mensen die bedreigd worden vanwege hun seksuele oriëntatie verdienen bescherming', zei Jasper van Dijk van de SP destijds. 'Niet alleen in Nederland, maar overal ter wereld. In sommige landen is de behandeling van LHBT's afschuwelijk. Iedereen verdient in Nederland een rechtvaardige behandeling bij hun asielaanvraag.'

Jasper van Dijk aan het woord tijdens een demonstratie van LGBT Asylum Support

Juridische ondersteuning
De stortvloed aan afwijzingen werd niet alleen opgemerkt door LGBT Asylum Support. Ook veel afdelingen van het COC en gespecialiseerde advocaten merkten deze trend op. Enes Dedeić, juridisch medewerker bij Hammerstein Advocaten, ondersteunde persoonlijk een LHBT-asielzoeker bij een zaak tegen de IND. Dedeić ziet exact hetzelfde probleem ontstaan bij de procedure als Kortekaas. 'De nadruk bij de asielaanvraag van een LHBT-asielzoeker ligt op wat men "het proces van bewustwording en zelfacceptatie" noemt.'

'Alle persoonlijke ontwikkelingen na aankomst in Nederland worden door de IND als niet relevant beschouwd'

Er wordt volgens Dedeić alleen gekeken naar de omstandigheden in het land van herkomst. 'Dat betekent in de praktijk dat als een asielzoeker in Nederland een homoseksuele relatie heeft, deze niet wordt erkend als geloofwaardig; die wordt bij de aanvraag niet in acht genomen. Alle persoonlijke ontwikkelingen in Nederland na de asielaanvraag worden door de IND als niet relevant beschouwd. Er wordt niet naar gevraagd. Verklaringen van andere mensen over de geaardheid van de asielzoeker worden simpelweg niet in het oordeel betrokken. In de zaak die wij hebben behandeld, is de asielzoeker zelfs verweten dat hij niet exact kon vertellen wanneer hij wist dat hij homoseksueel is. Ik vraag me met alle ernst af of er überhaupt één homo ter wereld te vinden is die dat exact kan vertellen.'

De uitgeprocedeerde asielzoeker Mustafa

Een vriend van Mustafa schetst aan ons een beeld van de IND-medewerker die zijn aanvraag behandelde. 'De IND kijkt niet naar de persoon, maar werkt een vragenlijst af. Daaruit moet blijken wat iemands geaardheid is. De medewerker die Mustafa's noodlot moest bezegelen was een keurige heteroman. Hij was het beste te omschrijven als een burgerlijk persoon, waarschijnlijk een nette buurman, die nog nooit van zijn leven een homo heeft ontmoet.'

'Iemand die zelf niet homoseksueel is, kan – ondanks wat diegene daarover weet of leest - meestal niet genoeg aanvoelen of iemand gay is'

LHBT-medewerkers
Bij homogerelateerde politiezaken wordt vaak iemand van LHBT-politienetwerk Roze in Blauw gevraagd om advies of ondersteuning. Bij de behandeling van aanvragen van LHBT-asielzoekers, wordt echter niet actief iemand betrokken die zelf tot de gemeenschap behoort. 'Ik zie niet in wat dat voor meerwaarde zou hebben in de asielprocedure', aldus IND-persvoorlichter Wiggers.

Dedeić ziet die meerwaarde wel degelijk. 'Misschien ligt de oplossing in de structuur van de IND en het personeel zelf. Het is heel cru, maar iemand die zelf niet homoseksueel is, kan – ondanks wat diegene daarover weet of leest – meestal niet genoeg aanvoelen of iemand gay is. Diegene heeft niet meegemaakt hoe het is om te ontdekken dat je homoseksueel bent en bang bent om uit de kast te komen. Het is dus moeilijk dat gevoel bij een ander aan te nemen of te ontdekken.'

Er zijn volgens hem drie problemen. 'Ten eerste richt het onderzoek zich uitsluitend op het land van herkomst, ten tweede worden verklaringen van derden niet betrokken, ten slotte heeft de IND niet voldoende expertise op dit gebied bij de beoordeling.'

Mustafa heeft er weinig aan. Samen met zijn advocaat gaat hij opnieuw in hoger beroep om hopelijk alsnog een verblijfsvergunning te bemachtigen. 'Ik blijf positief. Ik kan niet anders. In grote delen van Irak is de shariawetgeving van toepassing. Ze vermoorden me als ik terugga.'

Tekst en beeld: Roel Janssen