De nepoorbel, die hij de afgelopen tien dagen had gedragen, werd weer uitgedaan en verdween onder in zijn tas. Verstopt onder een dikke koran. Hij moest terug. Terug naar waar hij vandaan kwam. Het waren niet zozeer de kubieke meters zee of de kilometers tussen hier en daar die het zo moeilijk maakten. Het was het verschil. Dieper dan de diepste oceaan en verder dan de verste vlucht.

Ik had heel zijn verblijf al een hekel aan zijn nepoorbel. Ik begreep maar niet waar die voor nodig was. Zo’n mooie, stoere man, met zo’n suf ding in zijn oor. Maar ik was de laatste die mocht oordelen. Op mijn vijftiende deed ik niet anders. Toen ik net uit de kast kwam en het gevoel had eindelijk mezelf te kunnen zijn na al die jaren zelfopgelegde onderdrukking, kwam er heel wat meer dan een nepoorbel bij kijken. Als ik er helemaal voor ging, kreeg je er minimaal nog een nagellakje, wat geblondeerde plukken haar en een laag foundation bij. Ik maakte van de overtreffende trap mijn dagelijkse look. Maar ach, hebben we die fase allemaal niet even gehad?

‘Verliezen we onszelf juist niet even, het moment direct na onze coming-out?’

Ik moest begrijpen dat hij op zijn 31e door de fase ging die ik op mijn 15e al door was gegaan. ‘At least we know each other better now’, waren zijn laatste woorden, voor hij het vliegtuig in stapte. Maar was dat wel zo? Stond de vrome moslimman vol normen en waarden, die ik daar in dat verre land ontmoet had, niet net zo ver van zijn ware aard af als de uitbundige, flamboyante man die hij hier in Nederland was geweest?

De focus wordt in alle coming-outverhalen altijd enkel maar op de positieve gevolgen ervan gelegd. Dat het zo fantastisch is om eindelijk jezelf te kunnen zijn. Maar is het niet ook zo dat we direct na dat moment juist onszelf even helemaal verliezen? Alsof de spanning van al die jaren in de kast er in één keer af gaat en alle stoppen even volledig doorslaan, voor we onszelf weer herpakken en verder gaan met ons leven als wie we werkelijk zijn. Een middenweg tussen de verborgen mens die in de kast zat en de vrije mens die net zichzelf leert te zijn.

Maar stel je eens voor hoe het zou moeten voelen wanneer je nooit de kans of tijd krijgt om jezelf te herpakken en de balans terug te vinden. Wat als je, na tien dagen met volle teugen van de vrijheid te proeven, weer terug de kast in moet? Wachtend op de volgende vakantie waarin je weer even jezelf kunt zijn en wetend dat ook die na een paar dagen weer voorbij zal gaan. Een continu jojo-effect, dat een loopje neemt met de geest. Een accordeon van emoties. Wat moet dat een vreselijk bestaan zijn.

Ik veegde een traan van mijn wang en zei stilletjes: ‘Yes, at least we know each other better now.’ Zonder nog een keer om te kijken liep ik weg, Schiphol uit en de trein in. Op Amsterdam Centraal stapte ik uit en keek ik eens goed om me heen. Misschien draag ik dit weekend wel weer eens een keertje mijn nepoorbel. Wie weet hou ik hem dan zelfs een weekje in.

Foto: Peter van der Wal