Alan Sanders van de North Shore University in Illinois vertelt in wetenschappelijk tijdschrift Scientific Reports dat hij zijn onderzoek uitvoerde om te zoeken naar een genetische onderbouwing van de mannelijke seksuele geaardheid, ‘om zo uiteindelijk onze kennis van biologische mechanismen die ten grondslag liggen aan seksuele geaardheid te vergroten.’

Voor het onderzoek analyseerden Sanders en zijn team bloed- en speekselmonsters van 1077 homoseksuele mannen en 1231 heteroseksuele mannen.

Schildklier
De meest opvallende verschillen vonden de onderzoekers op chromosoom 14, in de buurt van het TSHR gen, dat betrokken is bij het functioneren van de schildklier. Eerder werd reeds vastgesteld dat er een verband bestaat tussen een afwijkende schildklierfunctie en je seksuele oriëntatie. Deze nieuwe bevindingen kunnen dus mogelijk bijdragen aan het verklaren van deze relatie.

'Om bruikbare resultaten te verkrijgen, zijn veel grotere steekproeven vereist'

Kanttekeningen
De onderzoekers plaatsen zelf wel grote kanttekeningen bij hun bevindingen. Zo benadrukken ze dat de verbanden die zij impliceren nog altijd puur speculatief zijn. Ook andere onderzoekers, die niet bij de studie betrokken waren, reageren kritisch. ‘Omdat dit onderzoek werd uitgevoerd onder Europese mannen, weten we niet of de bevindingen ook gelden voor lesbische vrouwen, of zelfs bij niet-Europese homomannen’, stelt dr. Nina McCarthy van de universiteit van West-Australië. Dr. Brendan Zietsch van de universiteit van Queensland stelt dat er vele malen grotere steekproeven vereist zijn om bruikbare resultaten te verkrijgen.

NKAIN3
Toch lijken de onderzoekers op het juiste spoor te zijn. In een eerder onderzoek werd tevens een verband ontdekt tussen mannelijke homoseksualiteit en een genetische variant van een gen genaamd NKAIN3. ‘Het feit dat er eenzelfde gen (hoewel zwak) wordt geassocieerd met mannelijke homoseksualiteit in twee onafhankelijke studies, betekent dat er mogelijk een associatie kan zijn’, aldus dr. McCarthy.

Homogen
In 2014 leidde Sanders het grootste onderzoek naar het zogenaamde ‘homogen’ tot nu toe. Toen stelde hij al dat er hoogstwaarschijnlijk meerdere genen betrokken zijn bij het bepalen van iemands seksuele oriëntatie, dat al die genen een relatief klein effect hebben en dat ze er lang niet altijd toe leiden dat een man zich ook daadwerkelijk ontwikkelt tot homo.

Bronnen: Scientific Reports / Scientias.nl / PinkNews