Onbegrijpelijk. Nog onvoorstelbaarder: in alle decennia die volgden sprak niemand met een woord over deze kwestie. Niet de desemende ambtenaren, noch gemeentearchivarissen of anderszins.

De lijsten, met daarop de namen en achtergronden van meer dan 1500 sollicitanten, gaan ‘erg diep in op de persoonlijke levenssfeer en dat is schandelijk’ aldus onderzoeker Eric Heijselaar van het Stadsarchief Amsterdam in het NOS Radio 1 Journaal. Het moge duidelijk zijn dat dergelijke lijsten nu niet meer worden bijgehouden, al hebben onder andere de gemeenteraden van Amersfoort en Utrecht hun eigen stadsarchieven ook opgeroepen onderzoek te doen of het gebruik wijdverspreider was dan enkel Amsterdam, en tot hoe lang dergelijke praktijken eigenlijk door zijn gegaan.

Pijnlijke werkelijkheid is echter dat arbeidsdiscriminatie nog steeds aan de orde van de dag is. Zij het een stuk beter verstopt dan in de vorm van registratie in een stadsarchief. 40 procent van de transgender personen in Nederland is werkloos. Een nog veel groter deel werkt zwaar onder niveau – in volstrekte anonimiteit – komt alleen aan de bak als sekswerker of leeft onder de armoedegrens.

Dit heeft niets te maken met de intellectuele capaciteiten en het opleidingsniveau van transgender personen, maar alles met de maatschappelijke blik op queers. Vooral transvrouwen of transgender-personen die zichtbaarder in transitie zijn (geweest) hebben hier last van. Als bron van spot en hoon na het sollicitatiegesprek, maak je simpelweg geen kans. Maar niemand die dat zo bij name zal noemen.

‘Wanneer een transpersoon wordt ontslagen vanwege een transitie, weigert het OM tot vervolging over te gaan’

In oktober ontmoette ik bij een optreden in Friesland een politieagent die meer wilde weten over de positie van transpersonen. In zijn werk was hij regelmatig situaties terechtgekomen waarin een transgender persoon was ontslagen nadat hij of zij had aangekondigd in transitie te gaan. Het OM weigert in zulke gevallen echter tot vervolging over te gaan, want transrechtelijkere bestemming is als zodanig niet opgenomen in de Grondwet.

Dat transgender personen het allermeest last ondervinden van (impliciete) arbeidsdiscriminatie moge duidelijk zijn. Op de grens van de jaarwisseling van 2017 naar 2018 worden om dezelfde reden echter nog steeds homoseksuele en lesbische leerkrachten in het religieus onderwijs geweerd, willen kerken, christelijke organisaties en politieke partijen LHBT’s van zichtbare functies afhouden (en niet alleen zij trouwens, ik moet het nog zien: een lesbische VVD-premier), moet de eerste Hollandse roze imam nog geboren worden, is er menig huisbaas die geen homoseksueel koppel in zijn woning wil en weet ik uit eigen ervaring dat corpsballen bij hospiteerrondes ook niet zelden graag een andere keuze voor een toekomstige huisbewoner maken.

Al deze voorbeelden blijven onbestraft. Onder het mom van religieuze vrijheid, persoonlijke voorkeur, eigen smaak en keuze, komen LHBT’s bewust en onbewust dagelijks met kleine vormen van maatschappelijke obstructie in aanraking.

Discriminatie is aan de orde van de dag en wordt in veel gevallen openlijk vergoelijkt. Daar is geen homolijst van kruiperige ambtenaren, die bij buren en familieleden naar geheime informatie vissen, voor nodig.

Foto: Peter van der Wal