Ik begrijp dat de Volkskrant uit was op een spraakmakend interview met Kellerhuis. Van de tien dilemma's voor hem, gingen er vijf over drank, drugs en seks. Zo kreeg Tom de stelling 'uppers of downers' voorgelegd. Tom vertelde schaamteloos dat hij jarenlang drie dagen per week cocaïne snoof. Andere dagen kwam hij zonder uppers door, want: 'er moest ook gewerkt worden'.

'Dertig jaar jonger’, antwoordde Tom op de suggestieve stelling 'tien of twintig jaar jonger?'. Daarna klaagt hij dat zijn laatste toyboy van 22 een golddigger bleek, die om designertassen vroeg. Logisch, lijkt me. Wat zoekt zo'n snotneus anders bij een overjarige hoofdredacteur van een saai maandblad? Tom keerde terug bij zijn vorige partner, en date daarnaast met meerdere jongere jongens, allemaal opgeduikeld via Grindr of PlanetRomeo. 'Een uit de hand gelopen hobby’, noemt hij zijn wisselende contacten.

‘Ik ken voornamelijk homo’s met een monogame relatie’

De andere geïnterviewde, Frans Klein, zet zich af tegen zijn imago als familieman. Hij benadrukt 'een mannetje' te zijn. Hij had zich 'te pletter gewipt' als hij de looks van Arie Boomsma had gehad. 'Als ik me voorstel dat ik goed geschapen was, dan had ik er wat mee moeten doen’, stelt Frans. Hij noemt het daarna 'vast een typische nichtenconclusie’.

Pardon? Dat waag ik te betwijfelen. Ik ken voornamelijk homo's met een monogame relatie. Mensen voor wie het verdiepen van de liefdesrelatie iets anders betekent dan anoniem afspreken met een tropische verrassing van 24 centimeter. Allemaal werkzaam bij bedrijven waar koffie de enige upper is. Een leven waar Tom Kellerhuis direct down van wordt. Hij noemt homo's die samen op de bank zitten 'Gaykrant-trutten'.

Nou, deze tuthola zit vaak met zijn vriend op de bank om gezapig te Netflixen. En onderhoudt daarnaast een bevredigend seksleven. Zonder dat ik daarvoor drank, drugs en/of jongere bedpartners nodig heb.

Ik werp me op als boegbeeld voor alle brave, misschien zelfs ietwat truttige homo's, die al jaren in het verdomhoekje zitten. Iemand moet het doen.

Foto: Peter van der Wal