Jezus is als baby volgens de joodse traditie besneden. Dat betekent dat zijn voorhuid op aarde is achtergebleven. In de loop der tijd hebben meer mensen dat bedacht en er schijnen er thans zo’n 45 beschikbaar te zijn. Eentje wordt er bewaard in de Sint Jan Lateranen in Rome. Die ga ik eens bekijken als ik er in mei weer ben.

Wellicht heb je het opgepikt. Het was onlangs in het nieuws. Een van de bisdommen van de Zweedse Kerk (de Lutherse Kerk), het bisdom Västerås, gebruikt in verwijzingen naar Jezus niet langer het persoonlijk voornaamwoord ‘hij’, maar ‘het’. Het voorstel wil tegemoetkomen aan iedereen die niet zomaar in het hokje ‘vrouw’ of ‘man’ past of die daarin niet wil passen. Het bericht heeft niet zoveel mensen bereikt als de aankondiging van de Nederlandse Spoorwegen om de gebruikers van haar diensten voortaan aan te spreken met ‘beste reizigers’ (in plaats van ‘geachte dames en heren’), maar de reacties waren grotendeels hetzelfde. Ze varieerden van ‘dit is waar het naartoe gaat met het radicaal feminisme’ tot en met ‘malligheid’. En dat vind ik jammer.

Dat je je wenkbrauwen even fronst bij een bericht als hierboven, kan ik me voorstellen. Daarna doe je er dan, vind ik, goed aan even achter je oren te krabben en tot tien te tellen, voor je een dergelijk voorstel als dat van de Kerk van Zweden direct afdoet als ‘overdreven’.

'Piemel of geen piemel? Dondert niet. Doet er niet toe'

Over de Jezus zoals die tweeduizend jaar over een klein stukje van onze aardbol moet hebben gelopen, kunnen we inderdaad weinig anders vaststellen: deze (historische) Jezus was een man. En zijn man-zijn heeft hem in zijn leven ook aardig geholpen. Alleen daardoor was het voor hem mogelijk als rabbi rond te trekken en zijn ideeën te delen. Eerlijk is eerlijk.

Maar was het voor die ideeën, voor zijn geloof, ook van doorslaggevend belang? Ik zou willen beweren van niet. Sterker nog: zijn ideeën stonden er, radicaal als Jezus was, haaks op. Jezus wees steeds op het komende Rijk van God, een wereld op z’n kop, alles anders. En Jezus was daarom al tijdens zijn leven op aarde wars van allerlei conventies, van definities, hokjes, regels en wetten waarin mensen elkaar gevangen houden. Jezus negeerde de zogenaamde onreinheid van zieken en sprak onbekommerd met vrouwen en ‘buitenlanders’. Het is niet voor niets dat de apostel Paulus in dit verband stelt dat in Christus "vrouw" of "man" zijn z’n betekenis verloren heeft (Galaten 3:28). En mooier nog: als een Ethiopische eunuch (een castraat) vraagt of er iets is wat hem zou kunnen verhinderen gedoopt te worden, is het antwoord: ‘nee’ (Handelingen 8:26-40). Piemel of geen piemel? Dondert niet. Doet er niet toe.

Ik vind dat voorstel van de bisschop van Västerås zo gek nog niet. Het onderstreept het ‘rare verhaal’ dat Jezus vertelde, zo haaks op wat de wereld, wat machthebbers en wat helaas ook vele kerken proberen te doen: mensen op hun plek houden. Je kunt er lacherig over doen, die heilige voorhuid van Jezus, officieel: het praeputium Domini. Als je het voorstel van de Zweedse bisschop echter enkel mal vindt en overdreven, en Jezus van jou een man móét zijn, dan ben je eigenlijk nog altijd een ‘voorhuidvereerder’. Je vereert dan zijn mannelijkheid, die voorbij gaat aan de boodschap van Jezus zelf: bevrijding van alles wat ons gevangen houdt, een wereld omgekeerd. Misschien is het niet voor niets dat Jezus juist zijn voorhuid heeft 'achtergelaten'.

Foto: Peter van der Wal