Nachtvlinder

“De meeste homo’s zijn beschadigd, ze hebben allemaal een verhaal”

Ondernemer en DJ Peter van Vught

Leestijd: 10 minuten - door Rik Alexander op 25 februari 2018

Milkshake, The G-Team, Paradiso, club NYX en sinds kort radiopresentator. De portfolio van de in de Amsterdamse uitgaanswereld bekende Peter van Vught is lang en indrukwekkend. Toch kon deze nachtvlinder, die opgroeide in Groningen, lange tijd niet trots zijn op de dingen die hij deed, omdat hij steeds het gevoel had zich te moeten bewijzen. “Ik zie nu pas wie ik ben. Gewoon Peter, net als ieder ander iemand die zijn stem mag laten horen.”

Op elf jarige leeftijd verhuisd Peter samen met z’n ouders van Brabant naar Lutjegast, een klein dorpje in Groningen. Zijn toekomst ligt dan al vast, tenminste als het aan zijn vader ligt: Peter moet de boerderij overnemen. In de wijde omtrek zijn er alleen maar weilanden te zien, de buren wonen een paar kilometer verderop en de eerste bushalte is zes kilometer fietsen.

“Als mijn vader twee homo’s op tv zag, schold hij ze uit voor vuile flikkers. Dan ga je niet zeggen dat je zelf een van die flikkers bent”

Peter weet al snel dat hij niet oud wil worden op een trekker en tussen de koeien. “Doordat ik alleen maar koeien en weilanden om me heen zag, besefte ik al snel dat ik in de stad hoorde.” Die verhuizing naar de stad laat nog een paar jaar op zich wachten en in die tijd heeft de opgroeiende tiener het thuis niet makkelijk.

“Vroeger was ik altijd heel erg verliefd op Katja Schuurman”, vertelt hij. “Maar die zag er indertijd een beetje uit als een dragqueen, dus misschien dat het daar wel door kwam. Mijn eerste crush op een jongen kan ik me niet herinneren, maar ik keek wel in de Wehkamp. Bij de onderbroeken, weet je wel. Het is een fucking cliché, maar toch grappig. Het moment waarop je jezelf afvraagt of je misschien op een andere manier naar de plaatjes kijkt dan ‘Goh, wat een leuke onderbroek’.”

Als Peter vijftien jaar is komt hij erachter dat zijn hart sneller gaat kloppen van jongens, dan van meisjes. Homoseksualiteit was een onbesproken onderwerp. Zowel thuis als in het dorp. De puber kent dan ook geen enkele homo bij wie hij terecht kan. Zijn ouders waren helemaal niet open op het gebied van seksualiteit: “Als er in Goede Tijden, Slechte Tijden werd gezoend, zapten ze al weg. Dat was al te heftig voor ze, laat staan dat er twee homo’s op tv waren. Als mijn vader ze zag, schold hij ze uit voor vuile flikkers. Dan ga je natuurlijk niet verkondigen dat je ook een nieuwtje hebt en zelf één van die vuile flikkers bent.”

Omdat hij het thuis niet leuk had, ging Peter graag naar school, ook al wordt hij daar in het begin gepest. “Ik weet nog dat ze me op mijn rug legden op de eerste schooldag. Omdat ik vrij klein was voor mijn leeftijd en een schooltas van tien kilo had, kwam ik niet meer overeind. In de pauzes grepen ze me bij m’n enkels om me ondersteboven de prullenbak te hangen. En een lol dat ze hadden, maar ik lachte net zo hard mee.”

“Op de een of andere manier vond ik de aandacht waanzinnig. Dat is natuurlijk de verkeerde manier van reageren voor de pesters, het stopte dan ook meteen.” Al scholden ze de puber later nog regelmatig uit voor ‘homo’, daar ging Peter altijd tegenin. Hij wilde het niet zijn, het was niet goed en zou niet geaccepteerd worden.

Foto: Nicolas Olivares

Voor een studie MBO Detailhandel verruilt Peter de boerderij voor Groningen-stad. Daar krijgt hij een bijbaantje in een cd-winkel. In een dronken bui, want dan kwam de ware aard naar boven, zoende de student weleens met jongens die in een kroeg verderop werkten. Die jongens kwamen later dan weleens in zijn zaak, waardoor hij het Spaans benauwd kreeg en de kantine in vluchtte.

“Mijn baas had het volgens mij wel door. Hij zei tegen me dat hij me naar de hoeren zou sturen als ik voor de zomer geen seks met een meisje had gehad.” Dat is het moment waarop hij besluit weg te gaan uit Groningen. “Ik was echt bang dat iemand erachter zou komen. Op werk of thuis.”

“Ik nam me voor nooit meer te zoenen met een man”

Breda is de volgende halte. Peter gaat de studie Media en Entertainment volgen. “Dat was best grappig. Het was een Engelstalige opleiding, ik had nog nooit een laptop gezien en sprak heel slecht Engels... Ik wist niet eens hoe je Word moest openen. Ik zag het als een nieuwe start en nam me voor nooit meer te zoenen met een man. In Breda zou ik voor de vrouwen gaan en een normaal leven leiden, zoals dat van me verwacht werd. Dat sloeg natuurlijk nergens op en het ging al snel mis.”

Op een avond, als hij in de trein van Groningen naar Breda zit, besluit hij om naar Amsterdam te gaan en een homokroeg binnen te stappen. Het wordt de SOHO. Met zijn rugzak om gaat hij aan de bar zitten en van de zenuwen durft hij niemand aan te kijken. Hij noemt het doodeng, maar hij kreeg ook een gevoel van thuiskomen. De twintiger drinkt zichzelf moed in en een paar biertjes later raakt hij in gesprek met een jongen. Hij wisselt telefoonnummers uit en stapt vol adrenaline op de trein naar Breda.

Het voelde als een nieuwe wereld. Een week later heeft hij een date in de Arc. Die date loopt op niets uit, maar op die avond ontmoet hij wel zijn eerste vriendje. “Bij de pisbakken in de Arc hingen spiegels”, legt hij uit. “Er kwam iemand naast me staan en toen we elkaar aankeken sloeg de vonk over.”

Foto: Nicolas Olivares

De twee krijgen een relatie en dankzij dit eerste vriendje kan Peter op een veilige manier de scene ontdekken. “Wat ik heel vaak zie, is dat nieuwe mensen in de scene als een stuk vlees worden behandeld, terwijl ze eigenlijk met hun ziel onder de arm lopen. Ze zijn al tevreden met een aai over hun bol en willen de aandacht die ze thuis niet krijgen.”

“De meeste homo’s zijn beschadigd, ze hebben allemaal een verhaal”

“Ik ben heel blij dat ik met iemand heb kunnen meekijken hoe de gayscene in elkaar stak”, gaat hij verder. “De meeste homo’s zijn beschadigd, ze hebben allemaal een verhaal. Eerst komen ze erachter dat ze ‘anders’ zijn en daarna volgt het proces van acceptatie, dat soms jaren duurt. Ik heb het idee dat dat een reden is dat homo’s moeite hebben met het vinden van liefde en het vertrouwen van anderen.”

Zelf leidt hij een dubbelleven. Een jaar lang maakte hij zijn klasgenoten wijs dat hij in het weekend naar Groningen gaat, terwijl zijn familie denkt dat hij in Breda blijft. Al die tijd is hij te vinden in de Amsterdamse gayscene. Het voelt als een openbaring en hij leert nieuwe mensen kennen die hetzelfde zijn. Peter wordt opgevoed met het idee dat homoseksualiteit niet oké is en vreest ervoor verstoten te worden door familie en vrienden.

Foto: Nicolas Olivares

“Ik was helemaal niet onzeker, behalve over dat stukje. Over de persoon die ik echt was.” Toch komt hij uit de kast op z’n vierentwintigste. Eerst tegenover zijn vrienden en later krijgt Peters moeder het te horen. Die vertelt het aan zijn vader, die wat meer tijd nodig heeft het te verwerken. Hij zag meteen in waarom zijn zoon, anders dan de rest van de familie, niet op de boerderij woonde.

“Als dit jouw manier is om het te snappen, vind ik dat prima”, dacht Peter. In 2006 pakt hij de biezen en verhuist hij van Breda naar Amsterdam, waar hij aan de slag kan als stagiair bij Paradiso. Daar rolt hij in het vak van programmeur en bedenkt en organiseert hij veel clubnachten. Alles is gay-minded en onder het motto ‘I don’t care wie of wat je bent, als je maar leuk en respectvol met elkaar omgaat’.

“Ook al loop je met tien dildo’s in je kont, verkleed als een pauw of in drag: het gaat erom dat je vrij bent en trots kan zijn op wie je bent”

Peter: “Een van mijn vrienden is danser en behoorlijk extravagant. Hij trekt alle aandacht als hij uitgaat. Hij vertelde me dat mensen hem een freak vinden of denken dat hij is ingehuurd als entertainer, terwijl hij gewoon zichzelf is. Alles wat ik organiseer komt voort uit het feit dat ik weinig support van mijn ouders kreeg, zodat ik niet kon zijn wie ik was. Of je nu met tien dildo’s in je kont loopt, verkleed als een pauw of in drag: het gaat erom dat je vrij bent en trots kan zijn op wie je bent.”   

Met die gedachte bedenkt Peter met Marieke het concept Milkshake. “Wij hebben het idee en jullie het geld”, op die manier stappen ze naar hun bazen bij Paradiso en Club AIR. Niet veel later is de eerste editie een feit. Door de uitingen merk je dat Milkshake gay is, al wordt het geen gayfestival genoemd. Het is vrolijk en wordt met humor gebracht.

De eerste editie trok 12.000 bezoekers en was meteen helemaal uitverkocht. Inmiddels is het uitgegroeid tot een tweedaags festival met een camping. “Ik herinner me nog goed dat ik tijdens die eerste editie van Milkshake de vriend zag lopen die op andere feesten werd uitgelachen: hij liep zo trots als een pauw en deed overal zijn dansjes en pirouettes. Dat voelde als een bevrijding.”

“Toen ik de feesten bij Paradiso en club NYX organiseerde, kreeg ik van veel drags de vraag of ze gebruik konden maken van de kleedkamers. Ze wilden zich liever op de locatie opmaken en omkleden, want ze durfden niet op de fiets en de taxi kostte teveel geld. Zo bang waren ze voor de reacties van mensen op straat.”

In de jaren 90, ten tijde van de It en RoXY zag je veel meer nachtvlinders over straat paraderen. “Waarom dat nu minder is, weet ik niet. Iedereen geeft hoog op van vrijheid van meningsuiting en dat je mag zijn wie je bent, maar in de praktijk zijn Nederland en Amsterdam helemaal niet zo tolerant. Ja, als je over het Rembrandtplein loopt als de Toppers in de Arena optreden, dan zie je overal boa’s, pruiken en glitters. Maar als een een Gothic-meisje met dreads op een doordeweekse dag over het plein loopt, kijkt iedereen zijn ogen uit. Verschrikkelijk vind ik dat.”

Jennifer Hopelezz is een goed voorbeeld volgens Peter: “Zij heeft een baard en een dikke kont, wat mensen snel als clownesk zien. Maar als iemand van negentien in drag door de stad fietst of wandelt, krijgt ze de volle laag en wordt uitgescholden voor 'vuile flikker' of 'vieze travo'. Het ene is dan humor, maar de persoon die echt een heel mooie meid wil zijn (niet dat Jennifer dat niet is) krijgt een hele bak stront over zich heen.

We leven in een land waarin normaal doen al gek genoeg is, maar dat vind ik dus het saaiste wat je kan zijn. Daar heb ik echt een hekel aan.” Een uitstraling is vele malen mooier dan hoe iemand er aan de bar uitziet. We zouden een community moeten vormen door aardig te zijn en elkaar te behandelen zoals we zelf behandeld willen worden, want dan staan we een stuk sterker.”

“Ik zie nu pas wie ik echt ben. Gewoon Peter. Ik mag best mijn stem laten horen”

Een bezoek aan New York zorgt voor een grote ommezwaai in het leven van de dertiger. In de metro zag hij een dronken, doorgesnoven dragqueen, een chique vrouw en een orthodoxe jood naast elkaar op een bankje zitten. Hij was heel erg onder de indruk dat ze geen problemen met elkaar hadden. “Dit is hoe ik de wereld zie: Alle kleuren, rassen en culturen door elkaar. Iedereen wordt met respect behandeld en mensen laten elkaar in hun waarde.”

Peter krijgt een baan aangeboden bij New York Pride, maar moet die laten schieten omdat hij de papierwinkel niet op tijd rond krijgt. Achteraf denkt hij er nog niet klaar voor te zijn. Hij nam zichzelf onder de loep en kwam erachter dat hij zich als kind helemaal niet gesteund voelde. Hij wilde danser of acteur worden en had de droom naar de toneelschool te gaan. Het paste niet in het plaatje van zijn ouders, hij moest immers de boerderij overnemen.

En nu? Peter zit in de organisatie van Pride Amsterdam, is betrokken bij dragfestijn Superball. Hij heeft Milkshake bedacht, presenteert een radioshow en is dj bij The G-Team. Toch kon hij tot voor kort niet genieten van deze wapenfeiten. “Ik ben er het laatste jaar achter gekomen waar die drive vandaan komt, ben ik mezelf aan het bewijzen voor mijn ouders? Nu zie ik pas wie ik écht ben. Gewoon Peter. Ik mag best mijn stem laten horen en wat meer op de voorgrond treden.”

“Ik dacht lang dat ik alles alleen moest doen, dat is een slechte gedachte. Als je hulp vraagt, merk je dat veel mensen je de helpende hand bieden. Vroeger dacht ik dat ik zou eindigen op een trekker en tussen de koeien: nu leer ik trots op mezelf te zijn en meer te genieten van de dingen die ik doe.”

Foto: Dennis Bouman

Peter van Vught woont in Amsterdam en is een organisatorisch multitalent. Check zijn website als je meer wilt weten over zijn werk. Iedere dinsdagmiddag is hij tussen 3 en 4 te horen tijdens zijn radioshow ‘Beter Peter’ op Amsterdam FM.

Coverbeeld: Nicolas Olivares

Advertentie

Winq in je inbox

Meld je aan voor onze nieuwsbrief en ontvang wekelijks een overzicht van de beste artikelen.

Magazine #89

Deze keer: Peter van der Vorst en de scheve berichtgeving over LHBT's

Neem een abonnement

Geef cadeau