Interview

“Bewakers kwamen met maskers mijn cel binnen"

Chedli vluchtte uit Koeweit

Leestijd: 5 minuten - door Roel Janssen op 26 mei 2018

In 2013 vluchtten honderdduizenden migranten naar de Europese Unie. Chedli was een van hen. Hij moest Koeweit verlaten, omdat hij zijn leven daar niet zeker is als homoseksuele man.

“Ik ben opgegroeid in La Marsa. Ik wist eigenlijk altijd al dat ik anders was, ik speelde met poppen en werd vaak gepest omdat ik te vrouwelijk was. In La Marsja is iedereen dat wel, de mannen zijn gewoon wat vrouwelijker.

Tegen mijn familie durfde ik nooit te zeggen dat ik gay ben, tegen mijn vrienden gelukkig wel. Daar kon ik zijn wie ik wilde zijn. Op mijn 22e verjaardag wilde mijn moeder dat ik met een vrouw ging trouwen. Het was echt vreselijk. Om die reden ben ik toen in mijn eentje naar Koeweit gevlucht.

Mijn leven daar was niet zo bijzonder. Ik had geld en werkte als steward waardoor ik veel in landen kwam waar de situatie voor homo’s beter is. Toch was ik altijd bang in Koeweit: je bent je leven niet zeker als homoseksuele man. Ik besloot dat ik in dat land niets meer met mannen zou doen. Door mijn werk als steward kon ik immers mannen ontmoeten in veiligere landen.

“Mannen met maskers kwamen mijn cel binnen, ik was helemaal in de war”

Toch was er wel een gayscene in het land waar ik woonde, maar dat gebeurde allemaal achter gesloten deuren. In 2012 werd ik heel erg ziek. Ik had moeite om te praten en kon niets meer met mijn rechterhand. Ik ging naar het ziekenhuis en ik bleek hiv-positief te zijn.

Als je hiv-positief bent in Koeweit, krijg je geen medicijnen en zijn er regels waardoor je het land moet verlaten. Ik zat twee tot drie weken in een medische gevangenis, ik kon niet meer lopen of praten. Het was de moeilijkste tijd ooit: ik lag daar in een kamer met een klein toilet en mensen kwamen naar binnen met maskers op. Ik wist toen niet eens wat hiv was, ik was in de war en helemaal alleen.

In februari 2013 ben ik gevlucht. Naar mijn familie in Tunesië kon ik niet meer, daar had ik geen contact meer mee. Gelukkig werd ik op een vliegtuig naar Amsterdam gezet waar ik een aantal vrienden had. Ook hier kwam ik in het ziekenhuis terecht. In mijn rapport stond eigenlijk dat ik het niet zou gaan redden. Toch ben ik eruit gekomen.

“Een gesprek met de IND is al heftig als je niet ziek bent, laat staan als je dat wel bent”

De interviews met de IND [Immigratie- en Naturalisatiedienst, red.] waren heel erg heftig. Die onderging ik in een revalidatiecentrum en duurden meestal een paar uur. Zo’n gesprek is al heftig als je niet ziek bent, laat staan in de positie waarin ik me bevond.

Bij de IND moest ik bewijzen dat ik homo ben. Daar waren gelukkig harde bewijzen van. Ik had profielen op verschillende dating-apps en daar had ik nog screenshots van. Ik had een heel dossier. Voor mij was het dus relatief makkelijk asiel aan te vragen, veel andere LHBT-asielzoekers hebben dat geluk niet.

Naar Tunesië ben ik nooit meer teruggegaan. Sinds een jaartje heb ik wel contact met mijn moeder en zus. Ik heb ze verteld dat ik op mannen val, dat accepteren ze nu gelukkig wel. Zowel mijn moeder als zus wonen nu in een ander land.

Op dit moment doe ik vrijwilligerswerk met vluchtelingen en ben ik net begonnen aan een studie. In Nederland kun je alles bereiken wat je maar wil: er zijn zoveel kansen. Ik ben dit land zo dankbaar.”

Advertentie

Winq in je inbox

Meld je aan voor onze nieuwsbrief en ontvang wekelijks een overzicht van de beste artikelen.

Magazine #89

Deze keer: Peter van der Vorst en de scheve berichtgeving over LHBT's

Neem een abonnement

Geef cadeau