De lijst met merken die inhaken op Pride is lang dit jaar. ING heeft speciaal voor de gelegenheid gepimpte pinautomaten, Shell doet iets mals met de regenboog op tankstations, Smullers verkoopt roze mayonaise, er is regenboog-toiletpapier (maar wie wil nou z’n reet afvegen met de kleuren van de vlag die ooit is bedacht om trots op te zijn?).

Slaatje slaan
Kledingmerken en –winkels komen met Pride-collecties. Adidas, Nike en Converse hebben Pride-schoenen, allemaal benadrukken ze dat het ze gaat om het creëren van bewustwording en het aanmoedigen van diversiteit. Maar waar sommige merken en bedrijven dat het hele jaar door doen met bijvoorbeeld interne netwerken voor het personeel, lijkt het alsof andere merken er alleen tijdens de Pride een slaatje uit willen slaan.

Diversity omarmen
MarketingTribune sprak de managing director van de organisatie achter Pride Amsterdam, Lucien Spee. Wat vindt hij van alle inhakers? “Leuk, maar ik kan je verzekeren dat er geen enkel merk is dat door deelname aan de Pride zijn verkoop ziet stijgen. Maar als je als bedrijf - ook buiten de Pride om - een onderwerp als diversity omarmt en in dat perspectief aanwezig bent op ons event, dan kan ik daar alleen maar achter staan. Daar behaal je namelijk wél een doel mee en dat is groei van je bedrijfsresultaat. Bijvoorbeeld door tevreden medewerkers of minder ziekteverzuim. Maar er is geen homo die overstapt van KPN naar Vodafone omdat die eerste niet meevaart.”

Hypocriet
Wat Spee wél ziet, is dat niet alle merken er even eerlijk in staan: “Primark op de Pride? Dat voelt hypocriet. Die hele collectie wordt gewoon gefabriceerd in Bangladesh - en daar wil je als homo echt niet geboren worden.” Hij besluit: “Maar ik vind het prachtig hoe ING overal in de stad aanwezig is, tot aan de bagageband op Schiphol. Homoseksuelen uit het buitenland komen aan in ons land en het eerste wat ze zien is: Welcome to our freedom. Daar ben ik trots op.”

Grachtenparade
Wat kost het eigenlijk om als bedrijf of stichting mee te varen met de Grachtenparade? Het Parool zocht het uit.

Foto: Creative Commons