“Ik blijf het gek vinden dat gay zijn nog een issue is, vandaag de dag”

Interview Maarten van der Weijden

Leestijd: 4 minuten - door Jaap Bartelds op 21 augustus 2018

Vorig jaar interviewde Barbara Barend 'Elfstedenzwemmer' Maarten van der Weijden voor Winq. Zet die twee bij elkaar en er volgt een gesprek over jezelf écht leren kennen en daar krachtiger van worden. “Ik ben niet mentaal sterker geworden en heb niet ineens bovennatuurlijke krachten gekregen. Maar wat me heeft geholpen is dat ik bewust heb kunnen nadenken over wie ik ben.”

Dit interview werd eerder gepubliceerd in Winq 84

Doneren: https://www.11stedenzwemtocht.nl

Maarten van der Weijden is Olympisch kampioen en wereldkampioen openwaterzwemmen. In 2008 werd hij verkozen tot Sportman van het jaar en kondigde toen zijn afscheid aan als zwemmer. Maar Maarten zwemt nog steeds. Eind juni zwom hij in één keer de tachtig kilometer van Amsterdam naar Rotterdam om geld in te zamelen voor het goede doel. Dat laatste doet Maarten, die zelf kanker heeft gehad, wel vaker. Voor Winq ging Barbara Barend, die voor het sportblad Helden al heel wat sporters aan de tand heeft gevoeld, in gesprek met Maarten. Een gesprek over het nemen van hobbels in je leven, over anders zijn en over het nastreven van je doelen.

Barbara: “Die tachtig kilometer zwemmen... Waarom doe je dat soort dingen?”

Maarten: “Ik ben altijd op zoek naar extreme doelen en wil mezelf uitdagen. De weg of de zoektocht ergens naar toe vind ik vaak belangrijker dan het uiteindelijke doel zelf. Dat was al zo op weg naar de Olympische Spelen. Met het behalen van Olympisch goud is die zoektocht niet ineens gestopt. Wel zei ik bij mijn afscheid tegen mezelf dat ik geen slaaf meer wil zijn van mijn prestatiedrang en altijd maar meer, meer, meer wil.”

Barbara: “Dat ben je eigenlijk wel gebleven...”

Maarten: “Er is een verschil. Toen kwam dat ‘meer, meer, meer willen’ voort uit een soort onvrede. Nu kom ik er steeds meer achter dat ik tevreden ben met waar ik ben en dankbaar voor de dingen die ik heb. Ik heb daar alle reden voor: ik ben hersteld van leukemie, heb Olympisch goud gewonnen, ik heb twee prachtige dochters en een heel fijn leven. Maar ik blijf mezelf uitdagen, niet uit ontevredenheid maar om mezelf te blijven veranderen. Aan de andere kant zit die dankbaarheid voor het herstellen van leukemie nog steeds in me. Ik kreeg leukemie toen ik negentien was, een cruciale periode in je leven wat betreft je vorming en hoe je over het leven denkt. Als er dan iets ingrijpends gebeurt, draag je dat je hele leven bij je.”

“Na een half jaar ziekenhuis had ik het geluk te herstellen en kon ik door”

Barbara: “Had je het gevoel dat je in één klap volwassen was geworden?”

Maarten: “Ik ben wel sneller volwassen geworden, maar de manier waarop je tegen het leven aankijkt, verandert. Daarvoor leek het leven maakbaar en denk je dat alles zelf kunt doen. Maar in het ziekenhuis wist ik: dat kan niet. Je wordt overgeleverd aan een ziekte. Dat is pech. Dat er nare dingen buiten onze macht gebeuren, dat pech en geluk een rol spelen: dat besef kreeg ik toen. Na een half jaar ziekenhuis had ik het geluk te herstellen en kon ik door. Dat er een hap uit je leven is genomen had niet eens de grootste indruk gemaakt. Maar ik heb wel dingen gezien van mensen die het niet haalden. Mannen zoals ik nu, met jonge kinderen, die opeens ziek werden en het niet haalden. Dat onrecht en die pijn en de onrechtvaardigheid van het leven, dat is de grootste stempel die mijn ziekte heeft achtergelaten. Voor hetzelfde geld had ik pech gehad en was ik onvruchtbaar geweest en had ik geen dochters gehad. Ik heb heel veel geluk gehad en voor dat gevoel van geluk is er een overweldigende dankbaarheid. Dus wil ik graag iets terugdoen. Door het zwemmen van heel lange stukken bijvoorbeeld. Mensen vinden dat leuk, ze willen geld geven. Doordat ik via het inzamelen van geld het leven voor kankerpatiënten iets beter kan maken, snijdt het mes aan twee kanten: ik heb mijn uitdaging en mijn prestatie en tegelijkertijd help je een groep mensen die het minder heeft.”

Barbara: “Ik kan heel kwaad worden als mensen zeggen dat zo’n ziekte je lot is, door karma bijvoorbeeld. Of dat je kanker kunt overleven door hard te vechten. Mijn vrouw heeft haar moeder jong verloren aan kanker. Die wilde niets liever dan ons blijven zien. Ze had gewoon pech. Punt.”

Maarten: “Ik snap wel dat mensen dat zeggen. De fabel dat het leven maakbaar is, net als geluk, dat biedt houvast en is voor veel mensen fijn.”

Barbara: “Eigenlijk geef je mensen die pech hebben, nog een trap na. Alsof ze er niet voor gevochten hebben.”

Maarten: “Het is een kwestie van geluk en pech. Veel mensen schrijven mij dat hun vader of man het niet heeft gehaald, maar willen mij bedanken omdat ik zeg dat ik geluk heb gehad. Als ik mijn leukemie twintig jaar eerder had gehad, dan was die therapie er niet geweest. Vroeger stierf iedereen aan leukemie en had ik hier niet gezegen. Dan is het wel heel wrang om het te hebben over vechten over vechten of overwinnen. Maar het is een hardnekkige gedachte die nog altijd leeft.”

Polo: H&M

Maarten: “Ik wil even een bruggetje maken naar het gay-stuk. Ook daarover zeggen mensen dat zoiets een keuze is.”

Barbara: “Jaaaa, hou op! Ik begrijp niets van mensen die iets vinden van gay zijn. Ik heb toch geen keuze gemaakt? Als ik een Porsche koop, kun je me een patser vinden. Je kunt me vervelend vinden als ik PVV stem, of VVD. Maar ik vind toch ook niet iets van jou als mens?”

Maarten: “Dit komt door wie jij als mens bent.”

Barbara: “Ik weet niet wie ik ben áls mens, ik ben gewoon een méns. Het is totaal irrelevant of je met een man of een vrouw bent. Woorden als tolerantie of acceptatie: waar hebben we het in godsnaam over. Ik vraag helemaal niet om je tolerantie of acceptatie. Ik vraag nergens om, ik wil gewoon dat je normaal doet. Is er bij jou thuis ooit iets gezegd over homoseksualiteit? Was dat een issue dat werd besproken?”

Maarten: “Ik wist wel dat het er was. Toen ik een jaar of tien was had je zo’n nummer van René Klijn: 'Mr. Blue'. Dat vonden we heel normaal, mooi en kwetsbaar.”

Barbara: “Ik blijf het gek vinden dat gay zijn nog een issue is, vandaag de dag.”

Maarten: “Ervaar jij dat ook?”

Barbara: “Ik heb de mazzel dat ik een vrouw ben en dat ik er niet uitzie als het prototype van wat mensen denken dat een lesbienne is. Ik denk dat ik niet gemakkelijke te pesten ben. In mijn familie speelt het niet, ik denk dat mijn vader het stiekem zelfs leuker vindt dat hij er een schoondochter bijheeft. Maar als ik zie voor hoeveel mensen het nog wél een issue is... Wat ik heel erg vind, is het gebruik van het woord homo op straat. Door kinderen van acht. Dat ouders dat blijkbaar niet corrigeren.”

Maarten: “Het woord krijgt daardoor meteen een negatieve lading.”

Barbara: “Ben jij weleens uitgescholden?”

Maarten: “Ik denk het niet eigenlijk.”

Barbara: “Het is heel naar. Je voelt je aangetast. Je schaamt je omdat je anders bent. Om dat gevoel niet te krijgen, lopen mannen niet hand in hand. Dat is toch triest?”

Maarten: “Het besef van anders zijn en daar je weg in vinden, dat herken ik wel. Ik weet hoe lastig het is wanneer je als negentienjarige ziek wordt en daarna weer een weg moet vinden in de maatschappij. Terwijl je anders bent omdat je de enige bent die ziek is. Dat kan best zwaar zijn.”

Barbara: “Ben je heel boos geweest omdat je ziek werd?”

Maarten: “Nee. Op de een of andere manier besefte ik direct dat het een vorm van pech was. Juist daardoor ben ik nooit boos geweest.”

Barbara: “Hoe gingen je ouders ermee om?”

Maarten: “Ik denk dat die periode voor mijn ouders zwaarder was dan voor mij. Waar ik slecht tegen kan bij ziektes of dramatische gebeurtenissen, is dat er een soort sprookje omheen wordt bedacht van een omgeving die heel harmonieus is en werkt als een vangnet. Terwijl er in de werkelijkheid nooit zoveel echtscheidingen zijn dan juist tijdens zo’n trauma. Mijn ouders gingen allebei anders om met mijn ziekte. Mijn moeder wilde alles weten op medisch gebied. Mijn vader bereidde zich voor op verschillende scenario’s. In mijn boek heb ik een scène beschreven waarbij mijn vader naast mijn ziekenhuisbed een boek las met de titel: Hoe ga je om met het overlijden van je zoon? Dat was zijn manier om ermee om te gaan en daar lieten we elkaar vrij in. Maar voor mijn ouders was het heel zwaar.”

“Ik zat in de sportwereld en dan is het vrij gebruikelijk dat je daar ook in blijft”

Barbara: “Er was dus ook spanning.”

Maarten: “Absoluut. Ook tussen mij als negentienjarige puber die zich vrij wil maken, en ineens weer is overgeleverd aan mijn ouders. Ook dat is vreselijk. Maar uiteindelijk vind je een vorm die werkt. De ziekte heeft me uiteindelijk wel in één klap losgemaakt van mijn ouders. Ik wist meteen dat ik mijn tijd daarna wilde besteden zoals ik zelf wil. Mijn ouders zagen sport ook nooit als hoogste goed, maar als middel om lessen te leren die je in je carrière kunt gebruiken. Een jaar voor de Olympische Spelen werd ik wereldkampioen. Mijn vader zei: de cirkel is nu rond, nu kun je een baan gaan zoeken. Maar ik wilde me als topsporter bewijzen. Mijn ouders wilden mij niet al te lang meer financieel helpen. Voor een stipendium (sportersbeurs, red.) moet je tot de beste acht van de wereld behoren. Ik hing een tijdlang rond de negende positie. Dus daar zat een stuk vechtersfrustratie: ik wilde mij losmaken van mijn ouders, mezelf vrijvechten van de situatie. Maar dan moet je er wel komen en het geluk hebben dat je de juiste keuzes kunt maken. En toen had ik het geluk dat ik bij het volgende WK zesde werd en niet negende.”

Barbara: “En toen won je die gouden plak. Van sommige sporters hoor ik dat de vreugde van zo’n medaille meevalt. Of tegen. Er zijn sporters die de hele Olympische Spelen geen ruk aan vonden. Het wordt groot gemaakt in je hoofd en dan ben je er. Dat was het dan...”

Maarten: “Het klopt wel wat je zegt. Het moment dat je goud wint is mooi. Maar je hebt er continu naar toegeleefd en ineens is het klaar. Dat is heel gek. Daarna is er niets.”

Barbara: “Vond je het leven daarna nog wel leuk?”

Maarten: “Jazeker, er kwamen zo veel kansen. Er volgde een zoektocht naar wie ik was en wat ik wilde. Daarbij wilde ik me niet laten leiden door wat mijn ouders vinden, of mijn omgeving. Ik zat in de sportwereld en dan is het vrij gebruikelijk dat je daar ook inblijft. Ik vond dat niet prettig. Ik wilde niet op een schavot gezet worden omdat ik iets opmerkelijks had gepresteerd, maar wilde juist uitgedaagd worden om nieuwe dingen te gaan doen. Toen ik een lezing gaf bij Unilever, kreeg ik daar een trainee-schap aangeboden. Mijn omgeving vond dat niet logisch. Ook toen ik daar weer stopte – nadat onze tweede dochter werd geboren – reageerden mensen exact hetzelfde. Nu geef ik presentaties. Mijn taak is om te vertellen hoe ik het leven zie. Ik heb een theatertoer gedaan met bijna veertig voorstellingen. De kernboodschap was: accepteer de pech en leef je leven. Dat betekent ook dat je andere mensen vrijlaat.”

Shirt: Boss

Barbara: “Waarom zijn er nog steeds zo weinig mannen in de sport die uitkomen voor hun homoseksualiteit, begrijp jij dat?”

Maarten: “Wat ik vrees – maar ik hoop het niet – is dat topsporters vooral door hun ouders worden aangemoedigd. Ze zijn begonnen als zeven- of achtjarige jongen of meisje. Het lijkt of ze bewust hebben gekozen voor die sport, maar het is de vraag of dat echt zo is. Ze hebben altijd de gewenste keuzes gemaakt, omdat iedereen in de omgeving vond dat ze zo goed waren. Het is een groep mensen die zich bovengemiddeld veel aantrekt van wat anderen vinden. Misschien is uitkomen voor wie je echt bent dan echt een stuk lastiger.”

Barbara: “Heb jij Ian Thorpe meegemaakt? Zijn verhaal vind ik zo triest. Iedereen wist al jaren dat hij gay was, maar zijn ouders waren stomverbaasd.”

Maarten: “Dan heb je wel wat signalen gemist. Maar hij is zo’n typisch voorbeeld van iemand die nooit zijn eigen keuzes heeft gemaakt. Hoe succesvoller; hoe groter de druk.”

Barbara: “Wat zou jij jonge sporters aanraden?”

Maarten: “Denk heel goed na wat je zelf wilt. Dat kan ik makkelijk zeggen, maar de reden waarom ik uiteindelijk die gouden plak won – en dat is de link tussen mijn ziek zijn en die medaille – is niet dat ik mentaal sterker ben geworden of ineens bovennatuurlijke krachten heb gekregen. Maar wat mij heeft geholpen is dat ik na en tijdens het ziek zijn, bewust heb kunnen nadenken over wie ik ben.”

Barbara: “Is dat ook je advies aan jonge mensen die uit de kast willen komen?”

Maarten: “Ja.”

Barbara: “Wat is je volgende doel?”

Maarten: “Dat weet ik nog niet zo goed. Maar die lange stukken zwemmen passen bij wie ik ben. Ik wil verkennen of ik daar meer dingen mee kan doen. Nu doe ik vrijwilligerswerk en geef ik wekelijks een presentatie. Dat ben ik gaan uitbouwen in plaats van op te klimmen binnen Unilever. Verder ben ik lijstduwer binnen de VVD, al tweeëneenhalf jaar volg ik allerlei klasjes. Ook dat is een verkenningstocht.”

Barbara: “Wat is er, tot slot, zo fijn aan die lange zwemtochten?”

Maarten: “Het is gewoon heel mooi. Dan zwem je om twee uur ’s nachts door een dorpje, hadden ze er een heel feest van gemaakt. Fantastisch. Het is mooi om te zien hoe mensen langs de kant staan en het leuk vinden. De belevenis van het zwemmen door het land, het zwemmen gedurende een dag en een nacht: dat voelt gewoon heel puur aan.”

Beeld: Oof Verschuren / Styling: Juan Velazquez Caceres / Haar & Make-up: Joyce Clerkx@Angelique Hoorn Management. Met dank aan het Noorderparkbad in Amsterdam

Advertentie
Advertentie

Winq in je inbox

Meld je aan voor onze nieuwsbrief en ontvang wekelijks een overzicht van de beste artikelen.

Magazine #91

Deze keer: acteur Majd Mardo, Michiel van Erp en een Berlin special

Neem een abonnement

Geef cadeau