Interview

Modeontwerpster Sabine Staartjes: van prooi tot paradijsvogel

Sabine Staartjes opent eerste modewinkel

Leestijd: 9 minuten - door Roel Janssen op 28 oktober 2018

“Ik ben een ekster voor kleur en glitter”, reageert modeontwerpster Sabine Staartjes (31) als ik haar nieuwe winkel aan de Postjesweg in Amsterdam binnenstap. Het staat nog in de steigers, maar aan de kledingrekken zie ik al waar het in het leven van Sabine om draait: kleur. Heel veel kleur. 

Voordat we beginnen, wil ik weten hoe je de Sabine Staartjes-stijl omschrijft.
“Ik noem mezelf een eclectic fashion designer. Dat houdt in dat je allerlei stijlen met elkaar combineert. Ik combineer voornamelijk invloeden uit de jaren tachtig en high fashion met elkaar. Ik vind dat er een bepaalde chicheid in moet zitten, maar dat het ook cool en urban moet zijn. Daarnaast is het natuurlijk altijd kleurrijk. Als ik op zoek ga naar stoffen voor mijn designs, vallen felle kleuren en glitter mij altijd het eerste op.”

Waar is de liefde voor mode ontstaan?
“De vrouwen in mijn familie waren allemaal creatief. Mijn oma bijvoorbeeld, die borduurde veel. Mijn tante heeft me leren breien en mijn moeder was coupeuse. Het is me met de paplepel ingegoten. Zij maakte de kleren van mij en mijn poppen. Als jong meisje speelde ik al dat ik een winkel had. Ik gebruikte dan de strijkplank van mijn moeder als toonbank en verkocht zogenaamd oude poppenkleding.
Mijn moeder was uitvoerend als coupeuse, zij maakte kleren. Ik wist al snel dat ik zelf dingen wilde bedenken. Ik ben begonnen op het mbo met een mode en kleding-opleiding. Daar draaide het heel erg om regels. Een jas moest bijvoorbeeld drie zakken hebben. Drie? Dat bepaalde ik zelf wel! Toen ik mijn diploma had gehaald, deed ik een toelating voor de kunstacademie in Utrecht, maar daar werd ik geweigerd. Ze vroegen waarom ik het graag wilde en ik reageerde door te zeggen dat het me ‘gewoon heel leuk leek’. Next natuurlijk. Ik wist dat ik het wilde, maar kon nog niet verwoorden waarom. Ik was daar nog helemaal niet klaar voor. Ik was achttien, woonde nog bij mijn ouders in Almere en had precies niets meegemaakt.”

Toen deed je een toelating voor een andere kunstacademie?
“Ja. Bij de Willem de Kooning Academie, maar ook daar werd ik niet aangenomen. Ik ben toen een jaartje bij het toneel gaan werken. Daarnaast werkte ik aan mijn portfolio.”

Je had die tijd misschien even nodig.
“Ja. Een jaar later deed ik opnieuw een toelating bij de kunstacademie in Utrecht en werd ik wel aangenomen. Het was te gek, maar wel zwaar: in het laatste jaar zagen de docenten niets in mij. Ze vonden mijn werk smakeloos en iemand nam zelfs het woord 'smaakloos' in de mond.”

Wat deed dat met je?
“Dat is niet leuk om te horen, maar ik wist dat ik iets goeds in handen had. Helemaal toen mijn collectie werd verkozen tot de beste collectie van het jaar.”

“In het laatste jaar zagen de docenten niets in mij. Ze vonden mijn werk smakeloos”

Daarmee ben je toch wel terug naar die docenten gegaan?
“Nee, want zij gaven me die titel. Sindsdien begrijp ik dat het in de modewereld draait om smaak. Je moet goede mensen om je heen verzamelen, naar hen luisteren, maar vooral je eigen pad volgen. Nu ook met dit nieuwe winkelpand: het is super eng, maar ik voelde aan alles dat ik het moest doen. Als ik er kippenvel van krijg, is het goed.”

“Ik heb voorheen altijd antikraak gezeten met mijn studio, dan betaal je 300 euro per maand. Nu hebben we het wel over een ander bedrag, maar ik heb een financieel adviseur en mijn vriend helpt me. Voor mezelf voelt het goed: ik wil gewoon een begrip worden in Amsterdam. Dat mensen voor Sabine Staartjes naar de stad komen.”

Heb je altijd veel kleur gedragen?
“Altijd.”

Hoe is het op straat? Krijg je veel opmerkingen over je kleurrijke outfits?
“Als ik vroeger van Almere naar Amsterdam ging, gebeurde er altijd iets grappigs. In Almere keek iedereen me aan van: wat heb jij nou aan? Noemden ze het lelijk. Dan kwam ik twintig minuten later in Amsterdam en zei iedereen: wow, wat te gek.”

Ik begrijp niet waarom mensen het überhaupt nodig vinden te zeggen dat ze iets lelijk vinden.
“Nou ja, aan de andere kant kun je het maar beter zeggen dan dat je gaat staren.”

Ja?
“Dat denk ik wel. Ik moet wel zeggen dat ik natuurlijk steeds ouder en daardoor zekerder over mezelf ben. Het boeit me steeds minder wat andere mensen van me vinden. Natuurlijk heb ik dat wel gehad, dan liep ik in de Albert Heijn en vroeg een meisje waar ik die legging vandaan had. ‘Leuk voor carnaval’, zei ze dan. Ik werd dan heel erg boos. Op straat roepen mensen ook vaak naar mij ‘of het carnaval is’. Dat doet me niets meer. Het ligt niet aan mij, het ligt aan de ander.”

En toen je jonger was, hoe ging je daar toen mee om?
“Toen werd ik boos, dat vond ik niet leuk. Ik had heel erg mijn best gedaan op een outfit en iemand schold me daarom uit.”

“In de bus naar school hoopte ik dat ze die dag wel aardig tegen me zouden doen. Dat ik erbij zou horen”

Ik zie dat het je nog steeds veel doet.
“Het is natuurlijk niet leuk als mensen dat doen. Ik denk dat het ook wel voortkomt uit mijn jeugd. Ik ben vroeger veel gepest, het is misschien een soort reactie dat ik meteen in de verdediging schiet als iemand iets zegt.”

Want dat deed je vroeger ook?
“Ik hapte heel snel, ging erop in. In de bus naar school hoopte ik al dat ze die dag wél aardig tegen me zouden doen. Dat ik erbij zou horen. Ik was onzeker en daardoor een goede prooi voor pesters. Aan de andere kant wil ik nu ook helemaal niet zielig doen dat ik gepest ben, het heeft me gevormd tot wie ik nu ben. Op mijn zestiende besloot ik een andere houding aan te nemen: als je me niet mag, dan is dat maar zo. Je probeert altijd maar in het gareel te passen en als dat niet lukt, ben je het buitenbeentje.”

En nu?
“Ik verzamel mooie mensen om me heen die dezelfde vibe hebben als ik. Ik ben de laatste jaren steeds meer bezig met het opkomen voor mensen en het vieren van diversiteit. We krijgen vaak reacties van mensen die het niet gewend zijn, maar dat is vaak hun eigen onzekerheid. Wij proberen het gesprek aan te gaan en staan voor diversiteit.”

Krijg je vaak van de mensen die je kleding dragen te horen dat ze zulke opmerkingen krijgen?
“Gelukkig niet. Wat ik vaak te horen krijg, is dat mensen veel complimentjes krijgen. Ik verhuur mijn kleding ook, bijvoorbeeld voor feestjes. Iemand bedankt me dan voor de outfit omdat hij of zij er veel complimentjes door kreeg. Maar het ligt niet alleen aan de kleding, het ligt aan hoe je je voelt en het draagt. Jij hebt de stap gezet kleur te dragen, of iets wat opvallend is. Je toont lef en dat straal je dan ook uit.  dat straal je dan ook uit.”

Wie zou je graag willen kleden?
“Beyoncé natuurlijk. Daarna ga ik met pensioen, haha.”

Stuur je ook kleding op naar bekende mensen in de hoop dat ze het dragen?
“Ik heb wel gehoord dat mensen dat doen, maar nee. Soms zie ik iemand en dan vind ik dat het wel past bij mijn label, maar hebben we geen contact. Het komt vaak voor dat die mensen uiteindelijk toch bij mij belanden. Ik kleed veel leuke mensen die op het podium staan en nu ben ik bezig met een nieuw dansproject. Soms twijfel ik daarom wel aan de naam modeontwerpster.”

Wat is dan het verschil tussen mode en kleding?
“Mode wil zeggen dat je trendsettend bent. Nou ben ik dat ook, ik zie vaak rip-offs van mijn outfits en vind wel dat ik vooraan de lijn sta in de modewereld. Maar als ik kleding ontwerp voor een theatervoorstelling, is het geen mode meer. Dan is het kleding. Soms noemen mensen het dan nog een kostuum, maar van dat woord wil ik wegblijven. Ik maak kleren die je aandoet naar een feestje, maar ook op maandagmorgen.”

Omdat het draagbaar is.
“Precies.”

En wat zou je willen zeggen tegen mensen die altijd zwart dragen?
“Doe jij dat?”

“Als je kiest voor anders, moet je jezelf verantwoorden”

Ik heb voor jou wat kleur aangetrokken.
“Dat vind ik heel leuk, dat je dat speciaal voor mij doet. Ik hoor het wel vaker, dat mensen kleur dragen omdat ze mij gaan zien. Maar waarom draag je normaal dan zwart?”

Er zit niet echt een reden achter, denk ik. Het is mooi en makkelijk?
“Ik vind het een compliment dat je kleur durft te dragen als je naar mij gaat, ik hoop dat je dat ook gaat doen buiten deze winkel. Ik wil trouwens niet zeggen dat je kleur móét dragen, dat moet je natuurlijk helemaal zelf weten. Maar vaak zit er wel een reden achter. Ik vroeg laatst aan een klant of ze veel plezier had van haar legging. Ze vond het top, maar droeg het alleen thuis. Anders ‘zou ze zo veel reacties krijgen’. En dat is volgens mij het punt: als je kiest voor iets anders, moet je jezelf verantwoorden. Daar zit niet iedereen op te wachten. Zwart is veilig en je gaat van niemand een opmerking krijgen. Natuurlijk hoef je geen kleurplaat te zijn zoals ik, maar wat meer experimenteren met kleur is goed. Bijvoorbeeld met een gekleurde sok of bril.”

Sabine’s nieuwe winkel opent eind dit jaar haar deuren. Enthousiast geworden over haar stijl of wil je wat meer met kleur gaan spelen? Online staan de deuren wagenwijd open.

Beeld: Pauline Wiersma

Advertentie
Advertentie
Delen op

Winq in je inbox

Meld je aan voor onze nieuwsbrief en ontvang wekelijks een overzicht van de beste artikelen.

Magazine #92

Deze keer: André van Duin, Dorian Bindels en 4 mannen over cosmetische ingrepen

Neem een abonnement

Geef cadeau