Filmrecensie

McQueen is een aangrijpend portret van een gekweld genie (****)

Leestijd: 3 minuten - door Martijn Kamphorst op 29 september 2018

In de stijlvolle documentaire McQueen van Ian Bonhôte en Peter Ettedgui zien we de glorieuze opkomst en tragische ondergang van ‘modehooligan’ Lee Alexander McQueen. Verplichte kost, ook voor wie niets met mode heeft.

Haute couture: hij kon het nauwelijks uitspreken, maar de Zuid-Londense Lee McQueen was ervoor geboren. Hij had de achtergrond noch de middelen tot zijn beschikking, maar met zijn gedrevenheid en tomeloze talent wist hij het onwaarschijnlijk ver te schoppen in de keiharde modewereld. In zijn stormachtige carrière bekleedde hij niet alleen een hoge functie bij modehuis Givenchy, maar richtte hij ook een succesvol eigen merk op, dat hij uiteindelijk verkocht aan het Italiaanse Gucci.

Regisseurs Bonhôte en Ettedgui verweven archiefmateriaal, animaties, homevideo’s en interviews met oud-collega’s, werkgevers, familie en ex-vriendjes tot een elegant portret van een van de meest geniale enfants terribles die de modewereld gekend heeft.

De documentaire is ingedeeld in vijf hoofdstukken, gecentreerd rond een aantal iconische shows uit zijn oeuvre. In de eerste drie delen, waarin bijzonder veel te lachen valt, volgen we Lee’s brutale eerste stappen in de mode-industrie, die uiteindelijk leiden tot zijn aanstelling als hoofdontwerper bij Givenchy.

De ene na de andere bizarre anekdote passeert de revue. Zo wilde McQueen aan het begin van zijn carrière tijdens tv-interviews niet herkenbaar in beeld komen, omdat dit zijn uitkering in de weg zou kunnen zitten. Hij mocht dan een show hebben tijdens Fashion Week, in zijn vroege twintiger jaren had hij soms nauwelijks centen om te eten. Een van zijn exen uit die tijd vertelt hoe ze na een van zijn shows de McDonald’s-frietjes van de grond stonden te schrapen toen hij het dienblad uit pure vermoeidheid uit zijn handen had laten kletteren.

Ook is er veel ruimte voor Lee’s hechte vriendschap met moderedacteur Isabella Blow, een excentrieke bon vivant, die hem adopteert in haar eigen Villa Kakelbont. Zij herkent van meet af aan zijn uitzonderlijke talent en plugt hem bij al haar contacten. Zij stelt hem ook voor om zijn tweede naam, Alexander, te gebruiken, om zijn chavvy imago wat te verzachten.

Iedere keer als hij een schaar ter hand nam, beefden zijn medewerkers van angst.

Het schrille contrast tussen het wat schmutzige, mollige straatschoffie en de opgedofte elite levert ook prachtige momenten op. Een hoogtepunt is het materiaal van de tijd dat McQueen de Franse naaisters van Givenchy de stuipen op het lijf kwam jagen. Iedere keer als hij een schaar ter hand neemt, beven ze van angst. Begrijpelijk, want de kans was levensgroot dat hij met zijn knipgerei abrupt de elegante couturestukken van een pijp of mouw ontdeed of van een naveldiep decolleté voorzag.

McQueen was niet zozeer een modeontwerper als een kunstenaar. Keer op keer liet hij zijn publiek verbluft achter. We zien sneeuwstormen, hologrammen, robots en een show waarbij hij de toeschouwers in al zijn enthousiasme per ongeluk bijna laat affikken. Voor zijn shows liet McQueen zich rijkelijk inspireren door de donkerste kanten van zijn leven. Zo passeren thema’s als seksueel misbruik (waarmee zowel Lee als zijn zus in aanraking kwamen) en paranoia (waar hij in toenemende mate aan begon te leiden) de revue.

In de laatste twee delen van de film valt er dan ook steeds minder te lachen. Lee's groeiende kapitaal lijkt zowat een op een samen te hangen met zijn toenemende depressies. Hij wordt rijker en rijker, maar verliest zichzelf meer en meer uit het oog. Bijzonder pijnlijk om te zien is hoe hij zelfs de meest hechte vriendschappen, waaronder die met ‘Issie” Blow, haast moedwillig om zeep lijkt te helpen. Die duistere ontwikkelingen en de invloed daarvan op zijn werk hadden de regisseurs eigenlijk nog wel wat dieper mogen verkennen.

Met het geld en de steeds verder toenemende werkdruk – op een gegeven moment poept hij er zo’n 14 collecties per jaar uit – komt op den duur ook de coke. En daarmee de agressie en de paranoia. En, zoals hij zelf tegenover een van zijn collega's grimmig voorspelt, "Paranoia will destoy ya". Op een dieptepunt deelt Lee met een van zijn ontwerpers het bizarre plan om een kogel door zijn kop te jagen aan het eind van zijn show. Zover komt het niet, maar de desbetreffende show wordt uiteindelijk toch zijn laatste. Wanneer kort na elkaar zowel Issie als zijn moeder hem ontvallen, stapt hij uit het leven. De avond voor zijn moeders begrafenis verhangt Lee zichzelf in zijn woning in Londen. Hoewel het einde van de documentaire vanaf het begin af aan bekend is, komt de finale hard aan. Dat is niet in de laatste plaats te danken aan de indringende soundtrack van Michel Nyman.

Het meest verrassende is misschien nog wel dat het merk McQueen nog altijd voortleeft. Dat had Lee zelf waarschijnlijk niet voorzien. Desgevraagd zij hij in een tv-interview ooit dat hij niet wist of het mogelijk was. “Alles wat ik doe is persoonlijk. Zelfs Kate Moss in een hologram veranderen.” Dat gegeven hebben Bonhôte en Ettedgui met hun documentaire knap in beeld weten te brengen.

McQueen
Met
: Alexander McQueen, Isabella Blow, Detmar Blow, Joseph Bennett
Regie: Ian Bonhôte, Peter Ettedgui
Nu in de bioscoop

Advertentie
Advertentie
Delen op

Winq in je inbox

Meld je aan voor onze nieuwsbrief en ontvang wekelijks een overzicht van de beste artikelen.

Magazine #92

Deze keer: André van Duin, Dorian Bindels en 4 mannen over cosmetische ingrepen

Neem een abonnement

Geef cadeau