interview

"Deze productie heeft me heel veel tranen gekost"

Operazanger Michael Wilmering over A Quiet Place

Leestijd: 4 minuten - door Martijn Kamphorst op 09 november 2018

Toen Leonard Bernsteins avondvullende opera A Quiet Place in 1984 voor het eerst op de planken stond, werd het een enorme flop. Vanaf 9 november t/m 9 december wordt het stuk voor het eerst sinds zijn dood opnieuw opgevoerd, door Opera Zuid. We spraken met Michael Wilmering (29), die de rol van de homoseksuele Junior op zich neemt. “Begin jaren tachtig was het publiek nog niet klaar voor deze thema’s.”

Vertel eens in je eigen woorden waar A Quiet Place over gaat.
“Over een familie, bestaande uit een vader, zoon, dochter en haar man – die ook een relatie heeft gehad met de zoon, een soort driehoeksverhouding dus. Na twintig jaar zonder contact ontmoeten ze elkaar weer op de begrafenis van hun (schoon)moeder en vrouw. Dat opent een beerput aan mooie en nare herinneringen, waardoor de situatie uiteindelijk escaleert in een enorme ruzie.”

Geen happy end dus?
“Dat valt mee. Na die escalatie komt iedereen tot inkeer. Ineens realiseren de personages zich dat niemand tegen elkaar durft te zeggen dat ze van elkaar houden.  Niemand accepteert elkaar, terwijl ze er in deze zware tijd juist voor elkaar moeten zijn. De vader zegt uiteindelijk ook zijn zoons homoseksualiteit te accepteren. Daarmee is niet alles gelijk gerepareerd, maar het stuk eindigt in ieder geval hoopvol.”

Welke rol neem jij voor je rekening?
“Die van Junior, de zoon. Hij heeft een geestesziekte ontwikkeld, doordat er als kind nooit naar hem is omgekeken en omdat zijn homoseksualiteit niet wordt geaccepteerd. Wanneer hij een aanval krijgt – hij heeft last van een stevige tic – begint hij telkens te rijmen en vreemde dingen te roepen. Van die uitspraken is soms niet helemaal duidelijk of ze werkelijkheid of fantasie zijn. Dat laat de regisseur ook expres in het midden. Hij zegt op een bijvoorbeeld op een gegeven moment dat zijn vader hem in z’n schouder heeft geschoten en dat hij zijn zusje heeft verkracht. Deze opera toont de heftige gevolgen van uitsluiting.”

Hoe bereid je je voor op deze rol?
“Ik heb eerst heel hard de muziek ingestudeerd. Het is een veeleisende rol. Ik moet de muziek door en door kennen, zodat de rol helemaal in mijn stem en lichaam zit. Zo kan ik me volledig  op mijn spel richten wanneer ik op het podium sta, anders komt het nooit geloofwaardig over.”

Wordt dit stuk vaak hernomen? Of is het best uniek dat jullie 'm nu opnieuw brengen?
“De eerste keer dat dit stuk werd gespeeld, in 1984, was het een grote mislukking. Ik denk dat het publiek mentaal nog niet klaar was voor deze thema’s: homoseksualiteit, geestesziekten, een gebroken gezin. Amerikanen werden nog veel puriteinser opgevoed, met een streven naar perfectie. Ik denk dat we er nu klaar voor zijn om ook de ruwe randjes te behandelen en ruimte te geven. Discriminatie ligt nog altijd op de loer. Veel mensen vinden het geen probleem wanneer iemand gay is, totdat het om hun eigen zoon gaat.”

“Deze productie heeft me heel veel tranen gekost. Bijna iedere repetitie moet ik huilen”

Waarom koos Bernstein in die tijd voor deze impopulaire thema’s, denk je?
“Hij is er nooit openlijk voor uitgekomen, maar meerdere bronnen wijzen erop dat hij zich zelf ook aangetrokken voelde tot mannen. Dat werd natuurlijk niet geaccepteerd in die tijd, daarom erkende hij het ook niet. Het stuk bevat dus duidelijk autobiografische lijnen, dat voel je. In de muziek zitten moment waarop hij zo diep gaat, dat kun je bijna niet verzinnen.”

Hoe krijgen die thema’s een plek in de muziek?
“Je hoort in de muziek Juniors frustratie terug. Hij zit op slot. Wanneer zijn vader eindelijk een stap richting acceptatie doet, zingt hij ineens een prachtige aria, waarin zijn hart letterlijk opent. Als publiek voel je dan ook een enorme ontlading. Dit stuk reflecteert wat er in het echte leven gebeurt. Wanneer mensen vastzitten, beginnen ze vaak heel nare eigenschappen te ontwikkelen.”

Zijn er voor jou ook persoonlijke raakvlakken met deze rol?
“Ik ben eerder met vrouwen geweest, maar heb nu een relatie met een man. Mijn ouders hebben daar nooit moeilijk over gedaan. Toch kan ik me goed verplaatsen in deze rol. Ik heb me in mijn leven vaak eenzaam gevoeld. Ik ben geadopteerd en dat is allemaal goed verlopen, maar het brengt wel een hoop vragen met zich mee. Mijn biologische familie in Colombia vindt het ook maar niks dat ik nu iets met een man heb. Die denkwijze kan ik gezien hun omgeving best begrijpen, maar makkelijk is het niet. Deze productie heeft me heel veel tranen gekost. Bijna iedere repetitie moest ik huilen. Ik probeer het zo dicht mogelijk bij mezelf te zoeken, en daar ga ik soms net iets te ver in en dan breek ik. Daar moet ik op het podium mee oppassen, want met een brok in mijn keel kan ik natuurlijk niet meer zingen.”

© Joost Milde

Is deze opera toegankelijk?
“Ik denk van wel. Het is niet ‘typisch opera’, geen klassieke kostuums en statische enscenering. Het is meer muziektheater. Er zitten wat moderne stukken in, die dan ineens weer worden afgewisseld met jazzy momenten. Tijdens mijn striptease bijvoorbeeld – spoiler: ik ga dus uit de kleren. Je wordt uitgedaagd, maar het wordt je niet te moeilijk gemaakt. Het is echt iets heel bijzonders, een innig pleidooi om imperfectie te omarmen en niet gelijk te oordelen.”

Kijk voor kaarten op www.operazuid.nl/a-quiet-place

Fotografie: Joost Milde / Coverbeeld: Jelmer de Haas

Advertentie
Advertentie
Delen op

Winq in je inbox

Meld je aan voor onze nieuwsbrief en ontvang wekelijks een overzicht van de beste artikelen.

Magazine #92

Deze keer: André van Duin, Dorian Bindels en 4 mannen over cosmetische ingrepen

Neem een abonnement

Geef cadeau